You are here

Familie (de) Sigers

Description

Wapen: in lazuur een zittende eenhoorn van zilver, kijkende in een put van goud.

De familie Sigers heeft gedurende drie eeuwen ononderbroken een leidinggevende positie ingenomen in Hasselt. De eerst met zekerheid gekende stamvader, Jan Sigers, Janszoon, was in het midden van de 16de eeuw een van de meest welstellende linnenwevers van de stad. Enkel zijn collega Jan Houwen betaalde meer belasting dan hij in 1565-1569. Hij was toen ongeveer 55 jaar oud en woonde op de Varkensmarkt. In de woelige periode van de Beeldenstorm in Hasselt, was Jan Sigers het katholieke geloof altijd trouw gebleven. Hij was sterk betrokken bij het bestuur van de stad. Meester Jan Sigers was gouverneur van zijn ambacht in 1553, 1556, 1558, en 1560. Hij zetelde in de stadsraad als gezworene in 1554 en in 1572, als raadslid in 1567 en als burgemeester in 1571. Jan Sigers was getrouwd met Margareta Squaeden, een dochter van Cornelis en Maria van Elsrack.

Meester Willem Sigers was een jongere broer van Jan. Hij volgde diens voorbeeld en nam zitting in de stadsraad: in 1589 en in 1595 als raadslid vanwege het kremerambacht, in 1591 als burgemeester en het jaar daarop als gezworene. Willem was in 1559 getrouwd met Mechtildis Stouten. Het echtpaar woonde in de Demerstraat en was bemiddeld zoals blijkt uit de door hen betaalde belasting in 1565-1569. Ook zij waren goede katholieken. Uit hun huwelijk werd een zoon Ziger geboren en gedoopt op 19 september 1563. Ziger zetelde als raadslid in het stadsbestuur in 1609 en in 1613. Hij trouwde met Catharina Beckers, welke het levenslicht gaf aan Michiel, gedoopt op 13 oktober 1606. Van Michiel stamt een tak van de familie Sigers, die voor het einde van de 17de eeuw uitgestorven was.

De zoon van het echtpaar Sigers-Squaeden, Jan genaamd zoals zijn vader en zijn grootvader, oefende het ambt van notaris uit. Hij was getrouwd met Joanna van Hilst, dochter van bouwmeester en burgemeester Jan en van Ida van Abshoven, die overleed van de pest op 9 juli 1579. Jan hertrouwde met Maria Lantmeeters. Zijn kinderen verdeelden zijn erfenis op 16 maart 1587.

Uit het eerste huwelijk van Jan Sigers met Joanna van Hilst stamden notaris Robert en meester-tingieter Niklaas I. Meester Robert, die in 1633 overleed, was getrouwd met Catharina Gielkens. Uit hun huwelijk werden vier kinderen geboren. Jan, die in 1597 geboren werd, is waarschijnlijk in 1651 de schenker van een gearmorieerd glasraam aan de minderbroeders, samen met zijn echtgenote Christina Jackers. Willem, die in 1599 geboren werd, is waarschijnlijk in 1624 de schenker van een gearmorieerde schaal, die aan de prinsenkraag van de rederijkerskamer De Roode Roos gehangen werd (nvdr: collectie Het Stadsmus). Naast een derde zoon Robert, geboren in 1603, had het echtpaar Sigers-Gielkens een in 1609 geboren dochter Catharina, die in 1626 de echtgenote werd van Jan Lantmeters.

Niklaas I Sigers, een andere zoon van Jan en Joanna van Hilst, werd meester-tingieter. In 1590 stapte hij in het huwelijk met Isabella Corselius, zuster van de Hasseltse munter Franco Corselius. Nadien hertrouwde hij met de in 1571 geboren Maria Haywegen, weduwe van Gillis Christeyns. De kinderen van Niklaas I gingen op 26 januari 1629 over tot de verdeling van de vaderlijke nalatenschap. Uit het eerste huwelijk sproten Maria, geboren in 1598, echtgenote van Jan Christeyns, en Niklaas II, auteur van een eerste tak die voornamelijk de edelsmeedkunst beoefende. Uit het tweede bed stamde Jan, geboren in 1612, auteur van een tweede tak die vele juristen telde.

Niklaas II Sigers werd op 26 juli 1603 gedoopt. Hij trad op 10 augustus 1631 te Hasselt in het huwelijk met Maria Valentijns, gedoopt in Hasselt op 8 september 1613 als dochter van Andreas en Elken van Blankenstein. Het echtpaar kocht in 1634 'het Spiegelken' naast de Lakenhal op de Havermarkt, waar Niklaas II zijn goudsmedenatelier inrichtte. Niklaas II Sigers was ook munter bij de Hasseltse Munt, een erfelijke functie waarop hij langs moederszijde aanspraak kon maken. Het is die hoedanigheid van muntmeester van de Luikse prins-bisschop die hij in 1651 liet aanbrengen op een gearmorieerd brandglasraampje; Niklaas II voerde een handmerk in het eerste kwartier en combinatie van gereedschap in het vierde kwartier. Er zijn geen edelsmeedwerken gekend die aan Niklaas II kunnen toegeschreven worden. Wel is hij hoogstwaarschijnlijk de graveur van het bekende bedevaartvaantje van Onze-Lieve-Vrouw Virga Jesse (nvdr: drukplaten collectie Het Stadsmus). Hij overleed in Hasselt op 28 oktober 1655 en werd in de Sint-Quintinuskerk begraven. Vermoedelijk zette zijn weduwe de edelsmedenpraktijk verder, mogelijk in samenwerking met hun zoon Niklaas III. Maria Valentijns overleed in Hasselt op 30 september 1666. De inboedelinventaris die daags na haar overlijden opgesteld werd, bevatte een grote hoeveelheid familiezilver en -juwelen, die getuigen van de rijkdom van het echtpaar Sigers-Valentijns. Uit hun huwelijk waren acht kinderen geboren, waaronder zilversmid Niklaas III en Jan.

Niklaas III Sigers, gedoopt in Hasselt op 12 maart 1636, werd eveneens zilversmid; zijn merkteken is samengesteld uit de ineengewerkte letters N en S onder een kroon. Samen met de edelsmid Steven van der Locht kreeg hij in 1669 van de deken en de raadsleden van de broederschap Onze-Lieve-Vrouw Virga Jesse de opdracht voor het maken van een zilveren monstrans (nvdr: collectie Het Stadsmus). Niklaas III trad in Hasselt op 8 februari 1671 in het huwelijk met Gertrudis Jacobs, die het leven schonk aan drie kinderen. Amper enkele dagen na de geboorte van het derde kind overleed de 39-jarige Niklaas III op 2 september 1675.

Jan Sigers, de broer van Niklaas III, en Clara Vrancken hadden een zoon Frans-Niklaas laten dopen op 11 maart 1687. Deze huwde op 21 november 1708 in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Sint-Truiden met Anna-Catharina Meyers, dochter van de Sint-Truidense zilversmid Andries Meyers. Het echtpaar Sigers-Meyers, dat zich in 'de Ganse' achter de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Sint-Truiden gevestigd had, liet in die kerk drie kinderen dopen. Frans-Niklaas Sigers kreeg zijn opleiding als zilversmid van zijn schoonvader en was voorbestemd om hem op te volgen. Wellicht onder druk van de slechte economische omstandigheden lieten Frans-Niklaas en zijn vrouw zich verleiden tot het gieten van zilveren en gouden munten, allen van te laag allooi. In januari 1714 werden beiden aangehouden en gevangen gezet. Hun spoor raakte vervolgens verloren.

De tweede tak van de familie Sigers is gesproten uit het huwelijk van Jan, de in 1612 geboren zoon van Niklaas I, met Ida Caproens, de op 26 januari 1629 gedoopte dochter van Peter en Catharina Brauns. Jan Sigers behaalde een licentie in de rechten en legde op 23 februari 1639 de eed af als advocaat bij het Geestelijk Hof in Luik. In 1651 werd hij aangesteld tot secretaris van de Leenzaal van Kuringen ter vervanging van de zieke Conrard Diericx. De familie Sigers zou die lucratieve functie weten te behouden tot op het einde van het Ancien Régime. Gelijktijdig runde Jan Sigers een notariaat. Hij werd verkozen tot burgemeester in 1653 en in 1676. Jan Sigers en Ida Caproens waren eigenaars van 'de Eenhoeren' op de Havermarkt gelegen tegenover 'de Gulden Put'. Daarom plaatste Jan in zijn nieuw ontworpen wapen een eenhoorn die in een put kijkt. Hij vierendeelde dat nieuwe wapen met de familiewapens van zijn drie grootouders, nl. van Hilst, Haywegen en Houwen, om zijn voorname afkomst te benadrukken. Op een gearmorieerd brandglasraam, dat het echtpaar Sigers-Caproens bij de minderbroeders liet plaatsen in 1651, voerde hij nog in een hartschild een huismerk, gelijkaardig met dat van zijn broer Niklaas II. Later verdween dat hartschild met huismerk. Het is niet meer afgebeeld op het wapenschild dat door een engel gedragen wordt op het altaar van Sint-Cornelius, nu in de Sint-Quintinuskerk; dat altaar was in 1664 besteld geworden voor de Sint-Corneliuskapel, waarvan Jan Sigers ontvanger was. Het komt ook niet meer voor op de zilveren scepter die het echtpaar Sigers-Caproens aan het beeld van Onze-Lieve-Vrouw Virga Jesse schonk (nvdr: collectie Het Stadsmus). Jan Sigers overleed op 2 november 1679. De gearmorieerde grafsteen die zijn kinderen op het familiegraf in de Onze-Lieve-Vrouwekapel lieten plaatsen, is nog enkel versierd met het eerste kwartier.

Het echtpaar Sigers-Caproens had drie zonen en een dochter. Hun dochter Anna-Ida, geboren in 1662, werd de echtgenote van Balthazar Cox, zoon van burgemeester Robert en van Maria van Elsrack. De twee oudste zonen, Godfried-Niklaas en Jan-Rombout, zijn op hun beurt de auteurs van twee takken. De jongste zoon Ferdinand, gedoopt op 16 april 1657, behaalde een licentie in de rechten en bekwam een prebende in het Sint-Pharaildekapittel in Gent, waar hij de bisschop van Gent als secretaris diende. In 1700 werd hij benoemd tot kanunnik van de Sint-Baafskathedraal. Van 1705 tot aan zijn overlijden in Gent op 17 september 1730 bekleedde hij de functie van officiaal van de bisschop. Ferdinand Sigers werd in de Sint-Baafskathedraal begraven onder een gearmorieerde grafsteen. Ferdinand Sigers schonk aan de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw Virga Jesse een relikwie van het H. Kruis, vervat in een zilveren reliekhouder dat hij in 1702 door de Gentse edelsmid Foppe Jans Burduin had laten vervaardigen (nvdr: collectie Het Stadsmus). Zijn zuster Maria-Jozefina gaf de Hasseltse edelsmid Jan Frederici de opdracht daarvoor een voet te vervaardigen. Bovendien schonk Ferdinand een reliekhouder van de H. Barbara (nvdr: collectie Het Stadsmus Hasselt), vervaardigd door de Hasseltse zilversmid AV. Van kanunnik Ferdinand Sigers worden twee portretten bewaard.

Godfried-Niklaas Sigers, de oudste in 1653 geboren zoon van Jan en Ida Caproens, volgde de voetsporen van zijn vader. Hij behaalde een licentie in de rechten en legde de eed van advocaat af op 13 maart 1676. Hij volgde zijn vader op als secretaris van de Leenzaal van Kuringen in 1677 en opende toen eveneens een notariaat. Ook hij werd burgemeester van Hasselt, in 1684. Hij overleed reeds in 1693. Zijn broer Jan-Rombout werd zijn opvolger in het secretariaat van de Leenzaal aangezien de kinderen uit zijn huwelijk met Elisabeth Haenen hiervoor te jong waren.

Maria-Ida Sigers, een dochter van het echtpaar Sigers-Haenen, werd eigenares van het stamhuis 'de Eenhoeren'. Zij was getrouwd met Jan Ransonnet, inspecteur van de in aanbouw zijnde steenweg van Luik-Hasselt. Haar broer Jan-Ferdinand was pastoor van Sint-Lambrechts-Herk; hij bezat 'de Bonten Os' in de Kapelstraat. Een andere broer Andreas-Willem, geboren in 1686, werd advocaat. Het burgemeesterschap van Hasselt werd hem toevertrouwd in 1723. Hij trad in 1726 in het huwelijk met Maria-Joanna van den Dweye, die op 16 april 1729 het leven schonk aan een zoon Niklaas-Gerard.

Niklaas-Gerard Sigers volgde de familiale traditie en behaalde eveneens een licentie in de rechten. De eed van advocaat bij het Geestelijk Hof legde hij af op 26 juli 1758. Hij werd burgemeester van Hasselt in 1764 en 1767. Op 29 december 1760 huwde hij met Joanna-Margareta van Hilst, een dochter van advocaat Joris-Frans en van Maria-Agnes van Buylen. Hun zoon Jan-Joris, gedoopt op 28 juli 1763, werd de echtgenoot van Maria-Elisabeth Vuskens, dochter van schepen Arnold-Leopold en Maria-Jozefina-Robertina Cox. Ook hij werd advocaat. Hij stond aan het hoofd van een belangrijk familiefortuin. Hij was de zevende zwaarst belaste Hasselaar in 1802. De informateurs van koning Willem I getuigden in 1815 van hem: "Mr. Siegers est un des hommes les plus estimables de Hasselt". Hij overleed in 1847.

Van het echtpaar Sigers-Vuskens stamt een dochter Maria-Jozefa-Joanna-Elisabeth, gedoopt op 4 juni 1786; zij werd op 17 februari 1819 de echtgenote van Jan-Hendrik-Leo de Matthys, plaatsvervangend rechter in Hasselt. Zij overleed enkele maanden later, op 24 november 1819. Haar oudste broer Frederik-Niklaas ging een huwelijk beneden zijn stand aan met 'de schone strijkster' Annette Dirix, die in 1853 het leven liet bij de geboorte van een dochter. De jongere broer Antoon-Winand huwde met Maria-Christina-Sofia Briers, een dochter van Gerard-Gaspar-Arnold en van Maria-Margareta Roelants. Van dit echtpaar bewaard men een gearmorieerde zegelmatrijs evenals het portret van de echtgenote. Zij hadden drie dochters: Hortense, Nathalie en Amélie. De oudste, Hortense gedoopt in 1822, werd de echtgenote van Louis-Laurent Palmers. Met de jongste, Amélie, stierf het geslacht Sigers uit in 1895.

Na het vroegtijdig overlijden in 1693 van Godfried-Niklaas Sigers, werd zijn jongere broer Jan-Rombout benoemd tot secretaris van de Leenzaal van Kuringen. Jan-Rombout, die in 1655 geboren was, was in het bezit van een licentie in de rechten. Hij had op 1 mei 1682 de eed van advocaat afgelegd voor het Geestelijk Hof in Luik. Zijn vader had hem in 1674 zijn notariaat afgestaan. Burgemeester van Hasselt werd hij in 1688 en in 1690; in die hoedanigheid is zijn gevierendeeld wapen afgebeeld op de mirakelprent van Onze-Lieve-Vrouw Virga Jesse. Jan-Rombout Sigers was in Kuringen op 2 augustus 1680 in het huwelijk getreden met Margareta de Horion, dochter van Karel-Willem en Jacobina de Bolgry. Hun zoon Paul-Willem werd pastoor van Hasselt van 1711 tot 1753; hij was bovendien kanunnik van het Sint-Pieterskapittel in Kortessem. De andere in 1685 geboren zoon, Ferdinand-Gerard, was voorbestemd om zijn vader op te volgen. Hiertoe behaalde Ferdinand-Gerard Sigers een licentie in de rechten en liet zich als advocaat inschrijven in Luik op 6 september 1713. De prins-bisschop van Luik verleende hem op 23 mei 1722 het recht op opvolging van zijn vader in het secretarisambt van de Leenzaal van Kuringen. Daags nadien zegende prins-bisschop Jozef-Clemens van Beieren in Bonn persoonlijk het huwelijk van Ferdinand-Gerard met Maria-Barbara de Grosseiller (nvdr: huwelijksvoorwaarden werden gesloten op 23 mei 1722. Maria-Barbara was het nichtje van Clémence-Constance Desgrosseillers, de maîtresse van prins-bisschop Jozef-Clemens van Beieren. Deze liet twee zonen en een dochter, geboren uit zijn liaison, wettigen en in de adelstand verheffen met de titel van graaf onder de naam Grosberg-Bayern). Later, op 22 maart 1747 werd Ferdinand-Gerard benoemd tot titulair raadsheer van prins-bisschop Jan-Theodoor van Beieren. Ferdinand-Gerard Sigers had zesmaal de functie van burgemeester van Hasselt bekleed: in 1713, 1720, 1729, 1734, 1742 en 1754. Hij zetelde tevens in de schepenbank van Vliermaal. Het echtpaar Sigers-Grosseiller bewoonde 'de Munt', ook Sigershuis geheten, in de Demerstraat. Een deurslot van dat huis, dat de eenhoorn uit het familiewapen voorstelt, bleef bewaard. Naar een in Luik bij de vooraanstaande patriciërsfamilies ingeburgerd gebruik liet Ferdinand-Gerard zijn familienaam voorafgaan door het voorvoegsel 'de'.

Uit het huwelijk Sigers-Grosseiller werden o.m. twee dochters geboren: Barbara-Catharina, echtgenote van Arnold-Frans de Heers, en Constantia-Clementina, echtgenote van Sebastiaan-Peter van de Cruys, advocaat in Peer. Hun oudste zoon Paul-Jan-Jozef bekwam op 15 maart 1755 het recht zijn vader op te volgen als secretaris van de Leenzaal van Kuringen. Hij overleed in 1772 en werd toen opgevolgd door zijn broer Jan-Willem, die in Hasselt op 19 oktober 1739 gedoopt was. Jan-Willem de Sigers zetelde zoals zijn vader in de schepenbank van Vliermaal. Hij maakte het einde mee van de instellingen van het Ancien Régime. Zijn fortuin was meer dan driemaal kleiner dan dat van zijn kozijn Jan-Joris. Jan-Willem de Sigers was op 10 februari 1776 getrouwd met Maria-Elisabeth Stellingwerff, dochter van Jacob en van Maria-Mechtildis Stocx.

Naast een dochter Maria-Jozefina had het echtpaar Sigers-Stellingwerff een zoon, Robert-Gaspar-Antoon gedoopt op 16 april 1780. Onder het koninkrijk der Nederlanden was Robert-Gaspar-Antoon de Sigers burgemeester van Hasselt van 1822 tot 1830. Hij huwde op 18 november 1805 met Maria-Barbara-Frederika de Matthys, gedoopt in Munsterbilzen op 14 augustus 1783 als dochter van Leo-Adriaan en van Maria-Gertrudis Briers. Dit huwelijk werd gezegend met acht kinderen, die echter ongehuwd overleden. Hun zoon Ferdinand-Hendrik (1812-1867) liet zijn initialen aanbrengen op verschillende zilveren voorwerpen. Zijn broer Victor-Michel (1817-1887) werd de laatste mannelijke naamdrager. Bij zijn overlijden in 1887 vermaakte hij het Sigershuis aan de grauwzusters. (JJvO-WC)

Uit: Oog in Oog (2003), pp. 253-258.

Weetjes: 

* “(…) wapenschild, nl. «in rood een gouden huismerk», werd eertijds gevoerd door Joannes Sigers, in 1651 gehuwd met Christina Jackers. Het stond vroeger jaren op een glasraam bij de Minderbroeders te Hasselt.” (1)

(1) Goole Francis & Severijns Piet, Limburgse familiewapens, in: Het Belang van Limburg, 08-02-1975, p. 33.

Fiche

Naam: 
Familie (de) Sigers
Benaderende periode van: 
16de eeuw
Benaderende periode tot: 
19de eeuw

Referenties

p. 92 De familie Sigers uit Hasselt voerde als wapen "in blauw een zittende eenhoorn, die in een gouden...
Vele Hasselaren kennen nog het « Sigershuis » thans bejaardentehuis «St.-Elisabeth» aan de Demerstraat...
Limburgse families en hun wapen (1973)
Titel: 

Limburgse families en hun wapen (1973)

Ondertitel: 
Deel 1
Plaats van uitgave: 
Hasselt
Jaar van uitgave: 
1973
Oog in Oog (2003)
Titel: 

Oog in Oog (2003)

Ondertitel: 
Hasseltse familieportretten en -objecten uit de 17de en 18de eeuw (tentoonstellingscatalogus)
Plaats van uitgave: 
Hasselt
Jaar van uitgave: 
2003
Cover: 
Familiekroniek Sigers (1986)
Titel: 

Familiekroniek Sigers (1986)

Naam van de krant: 
Het Belang van Limburg
Datum van uitgave: 
29/11/1986
Pagina('s): 
38
Downloads

Stamboom (de) SIGERS - uit: Oog in Oog, p. 254

Download (8.28 KB)

Stamboom (de) SIGERS / Vervolg 1 & 2 - uit: Oog in Oog, p. 256

Download (7.03 KB)

Recent toegevoegd

De familie Van Nitzen - vroeger van den Nitzen geschreven en afkomstig uit de streek van Alken - voerde...
De heer Luc Speelmans van Hasselt maakte de geschiedenis van zijn familie op. De oudst gekende stamvader...
Advocaat Fritz Willems werd geboren in Hasselt in 1883 als enige zoon van brander en zoutraffineerder in...
Zoon van Max Hören . Hij had een winkel in de Kapelstraat in Hasselt, waar onder meer Mathieu Geurts op...
Hij leerde het beroep bij zijn vader Max Hören . In 1939 begon hij een eigen uurwerkzaak in de...
Uurwerkmaker Carl Hören was van Duitse afkomst (Rijnland). Hij huwde Johanna Vaes (°20 november 1853)...
Hij leerde de stiel bij zijn vader Carl . Huwde in 1909 Victoria Dekens (°26 juli 1884). Hij vestigde...
In 1426 werd door Pullincx een klooster gesticht, Sint-Catharinadal genoemd. In 1428 gaf de prins-...
In 1871 koopt Cyriel (Cyrille Julien) Elens (1846-1936) stokerij Cordens van Felix Theodoor Cordens in...
Bovenstaand wapen, namelijk gevierendeeld: I in zwart een zilveren doodskop, II in rood drie linker...