You are here

Description

Wapen: in lazuur een ring van goud met een ingehoekt schildhoofd van goud.

Hilst is een gehucht ten zuiden Hasselt, langs de weg naar Sint-Truiden. De winning van Hilst was een leengoed dat ressorteerde onder de Leenzaal van Kuringen. De Hasseltse familie die de naam van Hilst aannam, bezat er van oudsher goederen. De winning was alleszins eigendom van Gerard van Hilst (+1618), van zijn zoon Jan (+1676) en van zijn kleinzoon Antoon.

De familie van Hilst is een van de voornaamste en meest gefortuneerde families van Hasselt geweest.

In 1533 trad Art van Hilst alias Beckers als eerste van zijn familie toe tot het bouwmeesterambt. Twee jaar later viel een eerste burgemeestersmandaat te beurt aan zijn broer Jan. Tot op het einde van de 17de eeuw zijn leden van de wijdvertakte familie van Hilst op alle niveau's aanwezig geweest in de stadsmagistratuur. Met o.m. 17 bouwmeester- en 26 burgemeesterschappen in een tijdspanne van ongeveer 150 jaar is de familie de ongeëvenaarde recordhouder in Hasselt. Van in het begin van de 17de eeuw stuurden zij hun meest bekwame zonen naar de universiteit om er de beide rechten te studeren. Voorzien van dat diploma, werden Balthazar (°1619 als zoon van Jan en Anna van Suetendael), Jan (°1645 als zoon van Sebastiaan en Maria Stuters) en Jan (°1665 als zoon van Hendrik en Maria van Millen) door de prins-bisschop aangesteld tot schepen van het Hof van Vliermaal, de gerechtelijke beroepsinstantie voor het graafschap Loon.

Talrijke zonen traden toe tot de geestelijke stand. Dankzij hun familierelaties konden Antoon (°1588) en zijn gelijknamige neef (°1643) een kanunnikenprebende verkrijgen in het Sint-Pauluskapittel in Luik, terwijl Gerard (°1584) kanunnik in de adellijke abdij van Thorn benoemd werd. Wouter van Hilst, gedoopt in Hasselt op 27 maart 1620 als zoon van notaris Jan-Michiel en Maria Wynrox, verkoos zijn roeping te volbrengen in de norbertijnenabdij van Tongerlo. Nadat hij o.m. het ordecollege in Rome had voorgezeten, stelde zijn abt hem aan tot proost van de Besloten Hof in Herentals, waar hij op 2 september 1679 overleed. Hij schonk die kloostergemeenschap verschillende zilveren cultusvoorwerpen, waarop hij naast zijn familiewapen gedenkinscripties had laten graveren: een kan voor een lavabostel, ter aanvulling van een bestaand bekken met Antwerpse merken, evenals een reeks van zes altaarkandelaars en een ovalen schotel, die hij door zijn schoonbroer Gillis Goetsbloets in Hasselt liet vervaardigen. Verschillende dochters zochten hun toevlucht in de begijnhoven van Hasselt en van Diest. Anna-Margareta van Hilst, gedoopt in Hasselt op 8 april 1689, werd in 1742 aangesteld tot meesteres van het Hasseltse begijnhof. Zij droeg veel bij tot de bouw van een nieuwe kerk, die in 1759 ingewijd werd. Persoonlijk had zij reeds in 1736 een zilveren monstrans, vervaardigd door Jan Frederici, geschonken. Anna-Margareta van Hilst overleed op 5 augustus 1763 en werd op de ereplaats, midden voor de trap van het koor, in de begijnhofkerk begraven. Twee exemplaren van haar portret bleven bewaard.

Het is voornamelijk in de groothandel dat de familie van Hilst haar fortuin opgebouwd heeft. Jan II van Hilst (+1540), de eerste burgemeester van zijn familie, was waard in 'de Helm' op de Grote Markt. Zijn gelijknamige zoon uit zijn eerste huwelijk en diens zoon, ook Jan geheten, volgden hem op in de uitbating van deze voorname herberg-afspanning, waar vele vooraanstaande reizigers op doortocht in Hasselt gingen logeren. Hun afspanning was een trefplaats voor vreemde handelaars, die er onderhandelden en commerciële overeenkomsten afsloten. De diensten die de waard hen als tussenpersoon kon bieden, gaande van overslagmogelijkheden tot financiering, waren de belangrijkste bron van inkomsten voor de waard. Het is hoogstwaarschijnlijk te wijten aan die handelsrelaties dat Jan II van Hilst kennis maakte en een tweede huwelijk aanging met Maria Schetz, een dochter van Conrad Schetz. Diens winstgevende groothandel tussen Keulen en Antwerpen legde de grondslag van een familiaal succesverhaal waarbij zijn nazaten zouden verheven worden tot graaf van Grobbendonk en hertog van Ursel. Adriaan van Hilst, een zoon van Jan en Maria Schetz, werd de 'factor' van het handelshuis Schetz in Leipzig. Zijn broer Jan, in Hasselt geboren in 1512, vestigde zich in Antwerpen en bouwde er een bloeiend makelaarskantoor uit, dat o.a. op grote schaal ammunitie verhandelde. Hij overleed in Antwerpen op 22 maart 1578 en werd in de kerk van de Arme Klaren begraven onder een gearmorieerde grafsteen.

De familie van Hilst belegde haar winsten in renten en in onroerende goederen. Zo bezat Gerard van Hilst, een op 9 februari 1600 geboren zoon van Gerard en Gertrudis Sjonkeren, de winning van Rapertingen. Zijn broer Jan, gedoopt op 9 november 1609, was eigenaar van de winning van Hilst en van die van Melbeek. Door zijn tweede huwelijk met Ida van Vinckenroye, kwam Jan voormeld in het bezit van de gasthof 'de Scherpesteen' in de Demerstraat. Het dubbelportret van het echtpaar van Hilst-van Vinckenroye, daterend van 1661, bleef bewaard. Niklaas van Hilst, zoon van Balthazar en Margareta van Elsrack, verbouwde de gasthof 'de Pelicaen' in de Kapelstraat en plaatste er een gevelsteen waarop zijn familiewapen prijkte. In de loop van de 17de en 18de eeuw hebben leden van dit geslacht nog andere patriciërswoningen betrokken zoals het huidige stadhuis aan het Groenplein, de 'Prins van Luyck' in de Diesterstraat, het 'Lombardenhuys' in de Aldestraat, de 'Laurier' in de Hoogstraat, het 'Ysere Cruys' met de buurpanden, de 'Bruyne Visch' en 'Coninck David' in de Nieuwstraat, de 'Groote Gulden Put' op de Havermarkt.

Zoals het toen betaamde voor rijke mensen had de familie van Hilst oog voor liefdadigheid. Zo werd het meisjesweeshuis bedacht met belangrijke legaten door priester Gerard van Hilst, die in Hasselt overleed op 5 november 1729. Hij stichtte eveneens een studiebeurs die een arme Hasselaar moest toelaten godgeleerdheid, wijsbegeerte, rechten of medicijnen te studeren. Ook Barbara-Gertrudis van Hilst, weduwe van Jan-Mathijs de Geloes en echtgenote van jonkheer Adriaan de Heusch, stichtte bij akte van 21 juni 1735 drie dotaties voor arme begijntjes. Priester Peter van Hilst ijverde voor de komst van de grauwzusters in Hasselt en werd beschouwd als de stichter van hun kloosterkerk in 1665.

Het waren ook vrome mensen, die als patriciërs deel uitmaakten van de broederschap van de Virga Jesse. Op het groepsportret uit 1709 zijn twee leden uit dit geslacht voorgesteld: priester Gerard van Hilst en de Lummense drossaard Antoon van Hilst, beiden zonen van burgemeester Jan van Hilst, de eerste geboren uit zijn huwelijk met Maria-Margareta Monincx en de tweede uit zijn huwelijk met Ida van Vinckenroye.

Heel vroeg heeft de familie van Hilst een volwaardig heraldisch wapen aangenomen en afstand gedaan van het gebruik van handmerken, zoals Tilman dat nog in 1511 deed. De oudst gedateerde voorstelling van het familiewapen met de ring en het ingehoekt schildhoofd werd in 1549 gebeeldhouwd in het renaissancekoorgestoelte van de Sint-Quintinuskerk in Hasselt, ter herinnering aan de magistratuur van Hendrik van Hilst alias Greven. Het komt ook voor op het zegel dat Jan van Hilst, de tweede waard uit 'de Helm', in 1572 afdrukte. De familieleden, zowel mannelijke als vrouwelijke, hebben dat wapen veelvuldig laten uitsteken op zegelmatrijzen, aanbrengen in brandglasramen (nvdr: in een privéverzameling wordt een tekening van een brandglasraam met het wapen van bouwmeester Niklaas van Hilst bewaard; het is gevierendeeld met het wapen van Elsrack. Bij opgravingen in 'het Leerske' aan de Havermarkt werden enkele jaren geleden glasscherven gevonden van een brandglasraam waarop waarschijnlijk het familiewapen van Hilst voorgesteld was), beeldhouwen op grafmonumenten, graveren op zilverwerk, enz.

De laatste naamdragers van Hilst verdwenen uit Hasselt in de prille jaren van de 19de eeuw. Een tak van de familie bloeide echter voort in Waalwijk, waar chirurgijn Lambert-Balthazar van Hilst in 1756 in de echt getreden was met Maria Brouwers en vele afstammelingen telde. (JJvO-WC)

Uit: Oog in Oog (2003), pp. 194-203.

Fiche

Naam: 
Familie van Hilst
Alias: 
van Hilst alias Beckers, van Hilst alias Greven
Benaderende periode van: 
16de eeuw
Benaderende periode tot: 
19de eeuw

Referenties

p. 124 Het is het gehucht Hilst aan de Sint-Truidersteenweg te Hasselt, dat aan de oorsprong ligt van...
Limburgse families en hun wapen (1978)
Titel: 

Limburgse families en hun wapen (1978)

Ondertitel: 
Deel 2
Plaats van uitgave: 
Hasselt-Tongeren
Jaar van uitgave: 
1978
Oog in Oog (2003)
Titel: 

Oog in Oog (2003)

Ondertitel: 
Hasseltse familieportretten en -objecten uit de 17de en 18de eeuw (tentoonstellingscatalogus)
Plaats van uitgave: 
Hasselt
Jaar van uitgave: 
2003
Cover: 
Downloads

Stamboom (van) HILST - uit: Oog in Oog, p. 195

Download (15.17 KB)

Stamboom (van) HILST / Vervolg 1 - uit: Oog in Oog, p. 197

Download (15.94 KB)

Stamboom (van) HILST / Vervolg 2 - uit: Oog in Oog, p. 198

Download (11.85 KB)

Recent toegevoegd

De familie Van Nitzen - vroeger van den Nitzen geschreven en afkomstig uit de streek van Alken - voerde...
De heer Luc Speelmans van Hasselt maakte de geschiedenis van zijn familie op. De oudst gekende stamvader...
Advocaat Fritz Willems werd geboren in Hasselt in 1883 als enige zoon van brander en zoutraffineerder in...
Zoon van Max Hören . Hij had een winkel in de Kapelstraat in Hasselt, waar onder meer Mathieu Geurts op...
Hij leerde het beroep bij zijn vader Max Hören . In 1939 begon hij een eigen uurwerkzaak in de...
Uurwerkmaker Carl Hören was van Duitse afkomst (Rijnland). Hij huwde Johanna Vaes (°20 november 1853)...
Hij leerde de stiel bij zijn vader Carl . Huwde in 1909 Victoria Dekens (°26 juli 1884). Hij vestigde...
In 1426 werd door Pullincx een klooster gesticht, Sint-Catharinadal genoemd. In 1428 gaf de prins-...
In 1871 koopt Cyriel (Cyrille Julien) Elens (1846-1936) stokerij Cordens van Felix Theodoor Cordens in...
Bovenstaand wapen, namelijk gevierendeeld: I in zwart een zilveren doodskop, II in rood drie linker...