You are here

Description

Wapen: tienmaal gedwarsbalkt van goud en van keel en een gedeeld schildhoofd: 1 in sinopel twee naar elkaar toegewende rechtopstaande vossen van zilver, 2 in zilver drie aaneengesloten en aanstotende spitsruiten van keel.

Gerard Vuskens, de stamvader van de familie, was op het einde van de 15de eeuw pachter van de winning Bouchout in Diepenbeek, eigendom van de cisterciënzerabdij van Villers. Vandaar verspreidde het geslacht zich in de streek van Hasselt en van Borgloon.

Zijn gelijknamige achterkleinzoon, geboren in Borgloon in 1547 als zoon van Willem Vuskens en als kleinzoon van Simon Vuskens, behaalde het diploma van magister artium aan de Leuvense universiteit. Hij was de eerste die zijn naam latiniseerde tot Vossius. Hij doceerde in Leuven de retorica, een vakgebied waaraan hij in 1571 zijn eerste boek wijdde. Kort nadien verliet hij Leuven voor Rome, waarschijnlijk in het gevolg van Livinus Torrentius, kanunnik van Sint-Lambertus in Luik. In Rome was hij verbonden aan de hofhouding van kardinaal Moroni, die hij in 1576 begeleidde op de Rijksdag in Regensburg, en vervolgens van kardinaal Montalti, die in 1585 paus werd onder de naam Sixtus V. Deze invloedrijke beschermheren gaven hem de gelegenheid om zich te verdiepen in de studie van de kerkvaders. De vrucht van zijn opzoekingen publiceerde hij in Rome in verschillende boeken, die hem vermaardheid bezorgden in wetenschappelijke middens (nvdr: twee boeken die hij met een handgeschreven opdracht schonk aan Luikenaren, worden nog bewaard in de bibliotheek van het Luikse seminarie). Hij werd vereerd met de titel van apostolische notaris. Zijn benoeming tot kanunnik van de Luikse kathedraal, die de pauselijke nuntius in Keulen hem in 1586 had toegekend, werd nooit bekrachtigd. Desondanks bekwam hij in 1599 de proostdij van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Tongeren. In 1606-1607 verbleef proost Gerard in Hasselt bij zijn broer Herman Vuskens. Vervolgens reisde hij nog eenmaal naar Rome, waarna hij zich in Luik vestigde en zijn prebende van kanunnik van het Sint-Jan-Evangelistkapittel daadwerkelijk waarnam. Hij overleed er op 25 maart 1609 en werd begraven in de kerk van het Seminarie in Luik, waar zijn broer en erfgenaam Herman een grafsteen liet plaatsen. Het wapen vertoonde de Loonse dwarsbalken met twee toegewende vossen in schildhoofd. In 1608, op 61-jarige leeftijd, liet hij zijn portret schilderen. Twee exemplaren hiervan zijn gekend. De familie Vuskens was met recht en rede fier op deze geleerde geestelijke, die talrijke verwanten van een prebende voorzag dankzij zijn goede relaties in Rome en die vele neefjes introduceerde aan de Leuvense universiteit.

Herman I Vuskens, de broer van proost Gerard Vossius, was in Hasselt in het huwelijk getreden met Agnes Usselinx, een dochter uit een aanzienlijk geslacht van kooplieden, die voornamelijk handel dreven in wijnen. Herman nam deel aan het stadsbestuur: in 1585 als raadslid, in 1586 als bouwmeester, in 1595 als burgemeester ter vervanging van jonker Steven Geloes en het jaar nadien als gezworene. Op 5 juni 1593 kocht het echtpaar Vuskens-Usselinx de afspanning-herberg ‘de Helm' op de Grote Markt. In dit huis bevonden zich in 1711 nog twee geschilderde brandglasramen, een met het wapen van proost Gerard Vossius en het andere met het wapen van het echtpaar Vuskens-Usselinx. Herman I overleed in Hasselt op 21 mei 1617. Zijn echtgenote had het leven geschonken aan een dochter Joanna, echtgenote van burgemeester Jan Stueters, en aan zes zonen, waaronder Willem en Herman II die beiden bouwmeester en burgemeester werden zoals hun vader. Een andere zoon, Gerard, behaalde een doctoraat in de godgeleerdheid. De benoeming tot kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Tongeren, die zijn oom hem bezorgd had, werd echter niet bekrachtigd. Een vierde zoon Jan behaalde een licentie in de rechten en werd op 12 april 1619 benoemd tot schepen van Hasselt, een functie die hij waarnam tot aan zijn overlijden op 18 december 1624.

Willem-Bartholomeus Vuskens, zoon van Herman, trouwde op 5 februari 1612 met Ida van Hilst, dochter van Balthazar en van Margareta van Elsrack. Hij was bouwmeester in 1617 en burgemeester waarschijnlijk in 1621. Naast drie dochters had hij een zoon Balthazar, die eveneens burgemeester werd van Hasselt in 1658. Balthazar Vuskens woonde met zijn echtgenote Mechtildis van Elsrack in ‘het Klaverblad', waar in 1711 nog geschilderde brandglasramen te zien waren met zijn eigen wapen, met dat van zijn grootouders Vuskens-Usselinx en met dat van zijn achterneven, respectievelijk pastoor in Engelsmanshoven en in het begijnhof van Tongeren.

Herman II Vuskens, zoon van Herman I en Agnes Usselinx, trouwde op 1 oktober 1617 met Margareta van Hilst, dochter van burgemeester Gerard en van Geburg Sjonkeren. Hij was bouwmeester in 1621, burgemeester in 1625, in 1628 en in 1630. Herman II baatte de vaderlijke herberg ‘de Helm' uit. Hij was eveneens eigenaar van ‘de Swaen' in de Maastrichterstraat, waar hij in 1630 een glasraam met zijn alliantiewapen in de keuken had geplaatst. Zijn wapen prijkte op talrijke plaatsen in Hasselt zoals zijn kleinzoon Balthazar-Jorden Vuskens het in 1711 liet vaststellen door de Hasseltse schepenen. Zij vonden dat wapenschild in een huis op het begijnhof, in de apotheek van de grauwzusters, in de kapucijnenkerk, op de Kuringerpoort, tweemaal in de Sint-Quintinuskerk en op de Schutterskamer. Van Herman II wordt een portret bewaard, in 1624 op 37-jarige leeftijd geschilderd (nvdr: collectie Het Stadsmus). Het familiewapen is er begeleid door de wapenspreuk Astutia non dolo, d.w.z. door list maar niet door bedrog, een duidelijke zinspeling op de eigenschap van de vossen. Uit zijn huwelijk met Margareta van Hilst werden tussen 1620 en 1632 zeven zonen gedoopt, waaronder Lodewijk en Herman III.

Lodewijk Vuskens, zoon van Herman II, en zijn huisvrouw Agnes Aerts schonken in 1665 een gearmorieerd brandglasraam aan het minderbroedersklooster. Zij hadden vijf kinderen, o.a. Maria, echtgenote van Hendrik Pelenders.

Herman III Vuskens, een andere zoon van Herman II, gedoopt op 4 november 1620, trad in 1649 in het huwelijk met Aleydis van Hilst, de enige dochter van notaris Balthazar en van Barbara Usselinx, gedoopt op 30 november 1629. Hun dochter Barbara werd de echtgenote van Willem Cox, drossaard van Lummen en schepen-secretaris van Kuringen. Het echtpaar Cox-Vuskens schonk aan de kapel op de Beukenberg in Lummen zilveren ampullen met bijhorende schaal, waarop hun alliantiewapen gegraveerd staat. Van hen bewaart men eveneens een zilveren wijwatervat, versierd met hun gekoppelde familiewapens.

Balthazar-Jorden, de op 18 november 1663 gedoopte zoon van Herman III Vuskens, behaalde een licentie in de rechten en werd advocaat in zijn geboortestad. Hij werd burgemeester in 1695, 1702, 1706 en 1710. In 1711 liet hij zijn familiewapen registreren door de Hasseltse schepenen, die het op verschillende plaatsen gingen optekenen. Hij trouwde op 12 november 1689 met Anna-Robertina Vrerix, gedoopt in Hasselt op 27 januari 1668 als dochter van Jan-Renier en van Anna-Maria Claessens. De dubbel portretten van dit echtpaar bleven bewaard. Die echtgenoten lieten hun alliantiewapen graveren op een zilveren mosterdpot uit de nalatenschap Vrerix. Ook een zilveren pollepel met hun alliantiewapen is gekend. Balthazar-Jorden werd in de Sint-Quintinuskerk begraven op 24 februari 1724 en zijn weduwe op 16 januari 1725. Het gezin Vuskens-Vrerix werd gezegend met twaalf kinderen, die uit hoofde van hun overgrootmoeder Vrerix aanspraak maakten op de erfenis van Jan-Renier de Geloes. Een dochter, Catharina, trad in bij de sepulcrijnen in Hasselt en drie andere dochters, Elisabeth-Barbara, Robertina-Theresia en Aldegondis-Clara, werden begijn; de laatste werd medemeesteres van haar instelling. Hun zonen Jan-Renier, overleden in 1744, en Godfried-Renier, overleden in 1761, waren pastoor in Donk, waar een gearmorieerde grafsteen ter hunner nagedachtenis geplaatst werd. Een andere zoon, Herman-Mathias, behaalde een licentie in de rechten. Hij trouwde in 1731 met Maria-Jozefa Sigers maar overleed kinderloos. Slechts hun dochter Barbara-Gertrudis Vuskens had nakomelingen uit haar op 7 maart 1735 ingezegend huwelijk met Gerard-Arnold Vannes, schepen van Hasselt, griffier van Kuringen. Aldus kwam de heerlijkheid Mombeek uit de nalatenschap Geloes in het bezit van de familie Vannes.

Toen Herman I Vuskens zich vanuit Borgloon in Hasselt vestigde, waren er reeds verschillende andere verwanten die de voorvaderlijk winning van Bouchout in Diepenbeek verlaten hadden om hun geluk in Hasselt te beproeven. Zijn oom Leonard, zoon van Simon Vuskens, was in 1532 getrouwd met Margareta Goltsmeets, dochter van de uit Luik afkomstige edelsmid Collaer de Chauweheid. Bij huwelijksvoorwaarden had zij ‘het Slot' op de Grote Markt van haar tante als huwelijksgift ontvangen. De nazaten van Leonard Vuskens voerden een doorsneden wapen met boven de toegewende vossen van de familie Vuskens en met onder een vogel op een schuinbalksgewijs geplaatste haak van de familie Chauweheid, waarvan een voorvader in 1304 burgemeester van Luik geweest was (nvdr: het wapen Chauweheid was voorheen te zien in de Sint-Joriskerk in Luik op de grafsteen van Jean Ryckman, schepen van Luik, overleden op 13 oktober 1538, en van zijn echtgenote Ide de Chawehée; verwantschap met de Hasseltse edelsmid de Chauweheid was er alleszins, te meer daar omstreeks 1592 een kleinzoon van het echtpaar Ryckman-Chauweheid trouwde met Maria Vuskens, hoogstwaarschijnlijk een kleindochter van het echtpaar Vuskens-Chauweheid). Hiermede onderscheidden ze zich duidelijk van de afstammelingen van Willem Vuskens, die de Loonse balken in hun wapen opgenomen hadden ter herinnering aan hun afkomst. Gelet op zijn aanslagvoet voor de belastingen van 1565-1567 was Leonard een welstellende ingezetene van Hasselt, die de katholieke godsdienst steeds trouw bleef. Leonard was in 1574 overleden, toen drie gerechtigde zonen de overdracht van ‘het Slot' onderling overeenkwamen.

Arnold Vuskens, zoon van Leonard, behield ‘het Slot' in eigendom tot in 1586. Hij deed zijn intrede in de stadsraad voor het eerst in 1583; hij was meermaals raadslid en gezworene alvorens in 1598 het burgemeesterschap toevertrouwd te krijgen. Arnold Vuskens was getrouwd met Elisabeth van Melbeek. Uit dit huwelijk werd een dochter Margareta geboren, die begijn werd; zij schonk aan de begijnhofkerk in 1623 een zilveren schaal, waarop het wapen Vuskens met de vossen doorsneden is met de golvende dwarsbalk van de familie van Melbeek (nvdr: collectie Het Stadsmus). Hoogstwaarschijnlijk was Maria Vuskens, die de echtgenote werd van Boudewijn Ryckman, procureur bij het Geestelijk Hof in Luik, een andere dochter van het echtpaar Vuskens-van Melbeek. Hun zoon Leonard Vuskens werd in 1608 benoemd tot kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Tongeren, een prebende die hij in 1622 omwisselde met zijn broer Jan tegen diens kanunnikaat in Kassel. Het jaar nadien wist Jan Vuskens een andere ruil aan te gaan om zitting te nemen in het Sint-Donaaskapittel in Brugge. Een derde zoon van het echtpaar Vuskens-van Melbeek, Simon, zette deze bloeiende tak van de familie verder.

Simon Vuskens, de op 30 maart 1592 gedoopte zoon van burgemeester Arnold Vuskens, en zijn echtgenote Maria van Vinckenroye hadden acht kinderen, waaronder Magdalena, echtgenote van Germanus van Rommal en vervolgens van Hendrik Vrerix, en Margareta, echtgenote van Jan Tulleneers. Hun zoon Arnold, gedoopt op 23 mei 1623, werd schout en schepen van Spalbeek, schepen van Stevoort en Berbroek. Bovendien was hij werkzaam als notaris in Hasselt. Hij gebruikte meestal de Latijnse vorm Vossius van zijn naam, die algemeen gangbaar werd bij zijn nakomelingen. In 1667 werd hij verkozen tot burgemeester van Hasselt. Hij trouwde in 1649 met Maria van Hilst, dochter van burgemeester Niklaas en van Maria van der Hauwecken. Ook deze generatie gaf het levenslicht aan acht kinderen, o.m. Arnold-Niklaas en Gaspar.

Arnold-Niklaas Vuskens, die op 22 september 1663 gedoopt was, trad op 29 maart 1688 in de echt met Maria-Catharina Schupkens, een op 10 april 1665 gedoopte dochter van Willem en van Catharina van Ryckel. Zij werden de ouders van Maria Vuskens, echtgenote van Willem I Claes, van Arnold-Frans, priester, en van Willem, augustijn (nvdr: hij legde zijn geloften af op 6 mei 1716 en werd als missionaris naar de Noordelijke Nederlanden gezonden. Hij overleed in Groningen op 30 maart 1737). Maria-Catharina Schupkens werd op 26 januari 1724 begraven in de Sint-Quintinuskerk.

Gaspar Vuskens, in 1656 geboren als zoon van burgemeester Arnold en van Maria van Hilst, was koopman in ‘de Suikerton' in de Hoogstraat. Hij trouwde in 1685 met Maria van de Clooster, die hem vader maakte van twee zonen, Arnold en Gaspar-Jan. Gaspar Vuskens werd in de Sint-Quintinuskerk begraven op 27 mei 1725.

Arnold Vuskens, die in 1690 geboren werd, was een zeer welstellende koopman, die voornamelijk handelde in specerijen. Hij liet zijn woning 'Coninck David' in de Nieuwstraat versieren met een mooie stenen voorgevel; aan deze patriciërswoning werd in de volksmond de naam ‘Vossiushuys' gegeven. Hij werd driemaal aangesteld tot burgemeester, in 1728, in 1736 en in 1740. Arnold trouwde op 12 augustus 1714 met Anna-Maria-Elisabeth de Moor, een dochter van Willem-Cornelis en Anna-Maria Creten. Men bewaart zilveren lepelwerk waarop hun alliantiewapen gegraveerd staat (nvdr: privéverzameling). Hun zoon Arnold-Leopold Vossius, gedoopt op 20 mei 1725, behaalde een licentie in de rechten aan de Leuvense universiteit en werd op 20 april 1747 benoemd tot schepen van Hasselt. Hij nam ontslag in 1768. Arnold-Leopold Vossius stapte op 30 december 1754 in het huwelijk met Maria-Jozefina-Robertina Cox, dochter van schepen Gaspar-Jan, heer van Rapertingen, en van Maria-Catharina Drossarden. Omstreeks 1772 moet hij burgemeester geweest zijn vermits een brandemmer uit dat jaar zijn naam met die functie vermeldt. Hij overleed op 9 december 1775 en zij op 12 augustus 1782. Zij hadden o.m. Maria-Jozefina, echtgenote van Winand-Jacob Wagemans, en Maria-Elisabeth, echtgenote van Jan-Joris Sigers.

Gaspar-Jan I Vossius, die op 25 november 1697 gedoopt werd als zoon van Gaspar en Maria van de Clooster, promoveerde tot licentiaat in de rechten in Leuven en legde de eed af van advocaat bij het Geestelijk Hof in Luik op 12 juni 1719. Op 5 april 1725 werd hij benoemd tot schepen van Hasselt. Vanaf 19 februari 1736 zetelde hij bovendien in het Hof van Vliermaal. Het burgemeesterschap van Hasselt nam hij waar in 1748, in 1751 en in 1761. Reeds in 1755 stond hij zijn schepenzetel in het Hof van Vliermaal af aan zijn oudste zoon Gaspar-Jan II, terwijl hij die van Hasselt in 1763 doorgaf aan zijn jongste zoon Melchior-Robert. Gaspar-Jan I Vossius was op 6 augustus 1728 getrouwd met Maria-Anna Cox, enige dochter van Balthazar en Anna-Ida Sigers. Hij hertrouwde in 1748 met Barbara Cox, enige dochter van Willem en van Barbara Vuskens. Gaspar-Jan I Vossius werd in de Sint-Quintinuskerk begraven op 11 september 1772.

Melchior-Robert Vossius, de op 21 oktober 1733 gedoopte zoon van Gaspar-Jan I, behaalde zijn einddiploma in de rechten in 1758 aan de universiteit van Pont-à-Mousson. Hij bezette zijn schepenstoel in de schepenbank van Hasselt slechts gedurende vier jaar, tot aan zijn overlijden op 5 september 1767.

Zijn oudere broer, Gaspar-Jan II, geboren in 1729, had zich als advocaat laten registreren bij het Geestelijk Hof in Luik op 13 november 1755. Hij nam zitting in de schepenbank van Vliermaal van 1755 tot in 1786; hij was toen ouderdomsdeken en voerde daarom de titel van president-schepen. In dat jaar gaf hij zijn ontslag ten voordele van zijn zoon Gaspar-Frans. Gaspar-Jan II had driemaal, in 1765, in 1770 en in 1782, het burgermeesterschap waargenomen. Hij was op 2 januari 1756 gehuwd met Maria van den Dweye. Het echtpaar nam zijn intrek in 'de Duyve' in de Nieuwstraat, eigendom van de familie van den Dweye. Van hen bewaart men een schitterende tafelfontein in zilver waarop hun alliantiewapen gegraveerd is (nvdr: privéverzameling). Met hun drie kinderen, een zoon en twee dochters, stierf deze tak van de familie uit.

Gaspar-Frans Vossius, op 4 november 1756 geboren als enige zoon van het echtpaar Vossius-van den Dweye, was zijn vader opgevolgd als schepen van Vliermaal op 14 juli 1783. Enkele jaren voordien, op 12 februari 1780, had hij de eed van advocaat afgelegd voor het Geestelijk Hof in Luik. Op basis van de belastingsaanslag in 1802 stond hij op de vierde plaats in de lijst van de rijkste Hasselaren. Bij de oprichting van de rechtbank van eerste aanleg in Hasselt op 18 maart 1800 werd hij de eerste voorzitter. Volgens sous-préfet Arnould was hij zeer bekwaam: "sa grande capacité est reconnue et dans lui réside en effet le tribunal entier". Hij bleef zijn functie uitoefenen tot in 1814. Ook de gezanten van Willem I der Nederlanden getuigden van hem: "il appartient à une des familles les plus estimées de Hasselt. Estimé d'ailleurs personnellement". Gaspar-Frans Vossius overleed ongehuwd in Hasselt op 21 februari 1818. Zijn erfenis verviel aan zijn twee zusters, Maria-Jozefina, echtgenote van Jean-Joseph Delheid-Palude, en Maria-Ida.

Vermeldenswaardig is een derde tak van de familie Vuskens, die zich reeds in het begin van de 16de eeuw in Hasselt vestigde. Stamvader is Bartholomeus, zoon van Gerard Vuskens uit Diepenbeek en oom van Leonard en Willem voormeld. Samen met zijn echtgenote Clara Kersmeickers dicteerde hij zijn testament op 20 mei 1519. Hun gelijknamige zoon Bartholomeus trouwde met Oda van Elsrack, die het leven schonk aan een dochter Clara, echtgenote van Cornelis Quaeyens.

Gerard Vuskens, de andere zoon van het echtpaar Vuskens-Kersmeickers, ging een voornaam huwelijk aan met Maria van Millen, dochter van de Hasseltse schout Dionys en van Maria Alaerts. In 1538 en in 1541 was Gerard Vuskens gouverneur van het kremerambacht; in 1539 zetelde hij in het stadsbestuur als gezworene. Zijn zoon Dionys werd in 1555 het eerste lid van de familie die verkozen werd tot burgemeester. Hij bekleedde dezelfde functie nogmaals in 1562 en in 1565. Hij hoorde tot het ambacht der scheerders, waarvan hij in 1553 gouverneur was en dat hij regelmatig als gezworene in de stadsraad vertegenwoordigde. Dionys woonde in de Demerstraat. Gelet op de door hem betaalde belasting in 1565-1567, hoorde hij tot de welstellende klasse. Hij bleef de katholieke godsdienst trouw tijdens de Hasseltse Beeldenstorm van 1567. Burgemeester Dionys Vuskens had belangstelling voor de genealogie; hij had een stamboom opgesteld die in 1617 door stadssecretaris Arnold van Elsrack overgeschreven werd in de stedelijke ordonnantieboeken. Dionys overleed op 22 november 1586. Hij liet kinderen na uit zijn drie huwelijken, het eerste met Anna Cox, het tweede met Elisabeth Stouten en het derde met Catharina Duyfkens.

Uit het tweede huwelijk stamde een dochter Maria, echtgenote van Melchior Cox en vervolgens van Niklaas Vilters. Zijn derde echtgenote schonk het leven o.m. aan een dochter Isabella, echtgenote van zangmeester Herman van der Ryst en aan een zoon Bartholomeus, die op 22 januari 1585 trouwde met Maria van Elsrack. Ook deze tak van het geslacht Vuskens maakte gebruik van de twee toegewende vossen in haar wapen. (JJvO-WC)

Uit: Oog in Oog (2003), pp. 307-317.

Fiche

Naam: 
Familie Vuskens
Alias: 
Voskens, Vossius
Benaderende periode van: 
15de eeuw
Benaderende periode tot: 
17de eeuw

Referenties

p. 144 De familie Voskens of Vuskens - Vossius in het Latijn - heeft als stamvader Willem Vuskens van...
p. 49, noot 26. De familie Vuskens had als gemeenschappelijke stamvader Willem Vuskens van Loon. Reeds...
Hasselt intra muros (1989)
Titel: 

Hasselt intra muros (1989)

Ondertitel: 
Hasselt binnen de oude wallen. Historiek van straten, pleinen, gebouwen en huizen zoals opgetekend door Jan Juliaan Melchior (1848-1920)
Plaats van uitgave: 
Deurne-Hasselt
Jaar van uitgave: 
1989
Cover: 
Limburgse families en hun wapen (1973)
Titel: 

Limburgse families en hun wapen (1973)

Ondertitel: 
Deel 1
Plaats van uitgave: 
Hasselt
Jaar van uitgave: 
1973
Oog in Oog (2003)
Titel: 

Oog in Oog (2003)

Ondertitel: 
Hasseltse familieportretten en -objecten uit de 17de en 18de eeuw (tentoonstellingscatalogus)
Plaats van uitgave: 
Hasselt
Jaar van uitgave: 
2003
Cover: 
Downloads

Stamboom VUSKENS (VOSSIUS) - uit: Oog in Oog, p. 309

Download (10.2 KB)

Stamboom VUSKENS (VOSSIUS) / Vervolg - uit: Oog in Oog, p. 311 - aangepast dd 08-02-2010

Download (6.17 KB)

Recent toegevoegd

De familie Van Nitzen - vroeger van den Nitzen geschreven en afkomstig uit de streek van Alken - voerde...
De heer Luc Speelmans van Hasselt maakte de geschiedenis van zijn familie op. De oudst gekende stamvader...
Advocaat Fritz Willems werd geboren in Hasselt in 1883 als enige zoon van brander en zoutraffineerder in...
Zoon van Max Hören . Hij had een winkel in de Kapelstraat in Hasselt, waar onder meer Mathieu Geurts op...
Hij leerde het beroep bij zijn vader Max Hören . In 1939 begon hij een eigen uurwerkzaak in de...
Uurwerkmaker Carl Hören was van Duitse afkomst (Rijnland). Hij huwde Johanna Vaes (°20 november 1853)...
Hij leerde de stiel bij zijn vader Carl . Huwde in 1909 Victoria Dekens (°26 juli 1884). Hij vestigde...
In 1426 werd door Pullincx een klooster gesticht, Sint-Catharinadal genoemd. In 1428 gaf de prins-...
In 1871 koopt Cyriel (Cyrille Julien) Elens (1846-1936) stokerij Cordens van Felix Theodoor Cordens in...
Bovenstaand wapen, namelijk gevierendeeld: I in zwart een zilveren doodskop, II in rood drie linker...