Badderijstraat - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

p. 301
 
Deze straat verbindt de Zuivelmarkt met het Kolonel Dusartplein. Zij liep uit op die Laus (of Luys); links daarvan lagen die Wolfkens en rechts de Volre thoren. Tussen die Laus en die Wolfkens lagen privé-tuinen en het arresthuis. Naast de gevangenis loopt de Demer onder de Martelarenlaan door, vervolgt zijn weg langs de noordoostelijke muur van het Wittenonnenconvent of Susterenclooster en gaat van daaruit dwars door het Begijnhof. Sedert 1859 stond ter hoogte van de gevangenis een sluis op de Demer om het kanaal van het nodige water te voorzien. In Limburg wordt zulk een gegraven waterloop lossing geheten.
 
Een goede verklaring voor de schrijfwijze Batterijstraat, die in Melchiors tijd gebruikelijk was, is niet bekend. Van een batterij met kanonnen is aan de Laustoren nooit sprake geweest. Wel stonden er daar enkele haeckbussen opgesteld. Op de toren achter die sustren, dat is bij die Laus (1), stonden slechts vijf kleine haeckebussen. In geen enkel register is er overigens van een batterij sprake. Het substantief 'batterij' kwam in Europa in zwang in het tweede kwart van de 18de eeuw. We vonden de spellingvorm Batterye straet dan ook voor het eerst terug in het familieregister van Robrecht Cox-Wuytjens (1746-1778), waarin renten op anonieme huizen aan deze straat staan opgetekend. Vóór die tijd zegde en schreef men Baderystraet of Badderystraet.
 
In de registers van de 15de en de 16de eeuw wordt er reeds gewag gemaakt van de Badderye en van een huys met hoff welcke die stove placht te zyn. Een stadsrekening van 1505-1506 noteert: gekatzyt in den Badderyestraet op den voetpad. Het gichtregister over de jaren 1534-1542 heeft het op folio 259 over een huys ende hoeff toebehoerende Jacob der volre in die badderye. Uit deze citaten blijkt dat aan deze straat een of meer badderyen en zelfs een badstoof (2) voor warmwaterbaden hebben gelegen. Hasselt kan in dit opzicht naast Brussel met zijn Stoofstraat (rue de l'Etuve) staan. Een correcte spelling van deze straatnaam zou dus Baderijstraat zijn.
 
In een gichtregister van 1649 citeert men de cleyn nieuwstraet oft Badderyestraet. Hasselt kende dus: een nyuwe straet, een alde nyuwe straet, een nuwe straet (Nieuwstraat) en de cleyn nieuwstraet.
 
Evenals haar buurstraten de Meldertstraat en de Wittenonnenstraat werd de Badderijstraat tijdens het tweede decennium van de 19de eeuw bestraat met keistenen uit Horpmaal of Gelieren (Genk). Tot 1810 waren ettelijke huizen nog met een strodak bedekt. Tot 1830 had elk huis nog zijn mesthoop voor de deur.
 
De noordzijde van de Badderijstraat is van oudsher ingenomen door de blinde muur en de oostvleugel van het begijnhof (1723-1736). In de muur staat in een 'kapelletje' een Lievevrouwebeeldje van 1784. Tegen de achtermuur van de begijnhofhuisjes geven muurankers de jaren 1723 en 1736 aan.
 
Aan de zuidkant lagen bescheiden huisjes tegen elkaar gebouwd, bij het begin van onze eeuw meestal door werklieden en dagloners, tevoren door wevers, wolspinners, tuinmannen en kleine landbouwers bewoond. Sommige huisjes hadden een vrij grote diepte.
 
In de 18de eeuw lag aan de Badderijstraat een olieslagmolen; zij schijnt evenwel minder belangrijk te zijn geweest dan soortgelijke maalderijen. Die molen was geheel van steen en besloeg een oppervlakte van vier vierkante roede een zes en dertig vierkante ellen. Zij werd op 3 februari 1835 door Dr. Cartuyvels verkocht.
 
In 1453 vormden de drie woningen op den hoick der auwe nuw straet en die badderie slechts een enkel gebouw met woonhuis; dit huis was het Lemken, of Lamken, aan de Zuivelmarkt.
 
Ten oosten van Het Lemken lag aan de Badderijstraat een huis dat in de gichtregisters als volgt wordt gesitueerd: huys tegenover het begynhof reg. van achter het huys Theunis der Melderstraet en den hof van het Lemken. Wegens de niet-betaalde rente liet Theunis er ten nadele van Agnes Machiels, weduwe van Renier Bollen, rechterlijk beslag op leggen. Op 1 september 1762 werd het via notaris R.C. Janssens uit Den Gulden Wagen aan de Hoogstraat als bouwvallig huis voor 400 gulden verkocht aan Gerard Thoelen uit Het Lemken, met de duidelijke vermelding dat het tegenover de toegangspoort van het Begijnhof lag. Die poort bevindt zich thans aan de Zuivelmarkt. De twee zonen van Remigius Verlinden uit Zelem oefenden hun beroep van mecanicien tot juni 1919 in dat huis uit. Zij verhuisden vervolgens naar De Gulde Clock tegenover de Herkenrodekazerne, waar zij een autoschool inrichtten.

(1)   Laus, in de 19de en de 20ste eeuw ten onrechte veranderd in luis, is een afleiding van lau, een Germaanse stam die verwantschap vertoont met het Oud-Saksisch lagu en het Angelsaksisch lago. De betekenis van deze stam verwijst naar 'lage, diepliggende gronden', wat strookt met de topografische ligging van die plaats. Aanverwante Middelnederlandse woorden zijn lagede (laagte) en lagebloe (laag stuk land, akker bij of in het water gelegen). De stadsbeambten van het Franse regime vertaalden op de kaft van een pak documenten over bruggen en rivieren (doos 52 van het stadsarchief) het woord 'luys' in den blinde weg door 'poux'.
De Kempenaar geeft aan de geelnaakte zandheuvels de naam laus of luis.
(2)   Verwys en Verdam geven als verklaring voor baddery: Badderey is hetzelfde als baderey en bedoelde reeds in het begin van de 15de eeuw badhuis. Het werkwoord badderen (in de betekenis van 'met de handen of voeten in water of modder ploeteren) wordt thans nog in het Hageland gebruikt.
Stoven hadden in de middeleeuwen geen al te beste naam. Het waren broeinesten van ontucht in de omgeving van bordelen. De nuance tussen beide instellingen blijkt uit volgende 16de-eeuwse spreekwijze: 'Hij houdt vóór stoof, achter bordeel' of 'Hij houdt voren taveerne en achter bordeel'.
Een reglement van de stad Maastricht dd. 15 augustus 1375 verordent: Neymant en sal bordeel helden binnen triecht dan en di twee stoven achter onser vrouwen kercke ende so me dat breke ende bordeel hielde van licht joncwiven, die sich om gelt loten brieden, die sal II jaer die stat verliesen ende die huren die men anderswo vonde dat si sich lieten bruden om gelt, dan in die twee stoven vors: of int velt, die sa lende mach men in die mase werpen of 1 joer uytder stat. Het Maastrichts reglement van 6 oktober 1385 over het nachtelijk straatlopen van lichtekooien beveelt: dat egheyn gemyn wyf dat sich bruiden laet om gelt in egheyn andere stove nog bordeel anderswa dan in de twee stoven agter onse Lieve Vrouw.

Recent toegevoegd

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Van 2014 tot eind 2018 was Steven Vandeput minister van Defensie en Ambtenarenzaken in de federale...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...
1830-1836 : Vandenborn, Hubert 1836-1864 : Stas, Paul 1865-1877 : Berden, Guillaume 1878-1884 : de Grady...
1830-1861 Gaspard Vandereijcken (Schulen 1798-?), brouwer-eigenaar 1861-1866 Pierre Jean Adons (Stevoort...
In 2013 werd beslist om de stads- en OCMW-diensten samen te gaan huisvesten in een nieuw...