Bessembinders - Bezembinders - uit: Waar de Heksen hun Bezems huurden… / Naarke vertelt zijn Geschiedenis… (1953)

Description

p. 1

Hij ging zes dagen naar school, kreeg bij de troep geen straf, leed geweldige honger en wroette als een slaaf.

IV

Als ge op de Hei komt — en ge zijt daar altijd welkom — en ge vraagt zo het een en ander over heksen en spoken, de weerwolf en dwaallichtjes, en hun eigen bestaan in de oude tijd, dan sturen al die mensen u naar Naarke Prot (nvdr: Pirotte), de verteller bij uitstek.

En Naarke kan vertellen, al is hij nog maar even over de vijftig, want hij heeft zo het een en ander meegemaakt in zijn leven. We verhaalden reeds hoe hij de eerste dag van de eerste wereldoorlog te voet van Luik naar Hasselt «stoomde» en we zullen straks vertellen hoe hij de laatste dag van de laatste wereldoorlog op mirakuleuze wijze zijn hachje wist te redden onder een hagel van Duitse kogels...

ZES DAGEN NAAR SCHOOL...

Naarke was elf jaar, toen hij de eerste keer naar school ging te Zonhoven en daar terechtkwam bij meesterke Bloemen.

«Ik heb het zes dagen volgehouden, maar ik was te zwak op de blaas door gebrek aan sterk eten. Ik zat die zes dagen meer onder de schooltrap dan in de klas en ik ben dan maar thuis gebleven...»

Naarke heeft van de edele leeskunst niet veel terecht gebracht, maar rekenen kan hij des te beter en «liever met de duizend dan met de honderd.» Een handwijzer kan hij nog lezen, maar dan moet hij weten welke naam er opstaat.

«Spreken kon ik ook niet goed. Nu gaat dat al veel beter, maar toen ik nog 'ne snotter was, ging het zo slecht, dat ik mijn eigen nog niet meer verstond.» «Op 'ne keer zegden ze me, dat ik een kei in mijn mond moest nemen: ik heb het opgegeven want het hielp niks en ik beet meer op dan langs mijn tong. Toen ik trouwde zei mijn vrouw: «Langzaam, Naar, ge hebt tijd genoeg», en dat hielp nog het meest.»

p. 5.

In elk geval heeft Naarke moedig voortgedaan en... zich opgewerkt tot de beste verteller van uren in de ronde.

EN HIJ WAS VRIJ...

Toen Naarke zijn legerdienst deed, samen met Jefke Quintens en nog twee andere spuiters van Kiewit, bleven ze op een Zondag van Zonhoven-kermis boemelen en kwamen 's Maandags ’s morgens de kazerne binnen laveren.
Rapport van de commandant...
De eerste kwam buiten met een «dedju, acht dagen!», de tweede met «miljard de miljard, al mijn congé naar de patatten...» en toen was het Jefke zijn beurt.
«Het is waar kij geweest?»
«Op de kermis, mijn commandant»
«Kij acht daak kermesse inde cachot».
Jefke stond buiten en Naarke schoorvoette naar binnen. Op een weerlicht stond hij weer bij Jefke. «Wel, Naar, en gij?» «Ik ko... ko... kost be... begot nie gezeid krij... krijgen en hij zei stap het hem af. Hoeveel dat is weet ik niet, maar ik denk van niks...»

HONGER IS WEL HET ERGSTE...

Toen Naarke nog een kind was, heerste er geen weelde op de Hei. Hij sliep met zusjes en broertjes samen op een stromatras: vier en vier, met één deken. «Aan zo'n deken geraakten we zo dikwijls als het verkiezing was! ?... De liberalen kwamen rond en als we zeiden, dat we voor hen stemden, kregen we een deken. En de katholieken kwamen en voor 6 Fr. stemden we ook voor hen. En tenslotte stemden we voor alleman, als 't maar opbracht... »

«Een dokter hadden we zelden van doen, maar als het te erg was, kwam er toch wel eens een over de hei aangedraafd met zijn paard. Hij stapte af, kwam tot aan de deur, vroeg van op 4 meter de tong uit te steken, constateerde brand op de blaas en zei, dat ze bij hem een fles konden halen...»

Naarke was nog een kind, toen hij naar de Luiker-putten trok, maar toen de eerste wereldoorlog uitbrak, waren armoe en honger troef, ondanks het Wilson-spek... «Die honger, dat was het ergste en ge zoudt wel hei gegeten hebben... »

Naarke maakte deel uit van de burgerwacht en op zekere nacht — in 1915 — was de honger hem toch te erg geworden. Hij ging, naar het einde van zijn dienst, op de deur van een boerderij kloppen en op de vraag van de boer «wie daar?», antwoordde hij: «Burgerwacht». Binnen werd weer alles stil. Naarke schoot de hof in en at het laatste blaadje sla op van «de pure honger…»

Op een andere nacht misgrabbelde hij zich. Hij had het op een konijn gemunt, maar kwam terecht in een kooi, waarin een moer met haar jongen lag. Een flinke beet en een ferme krab hielden de indringer op afstand. Hij stelde zich toen maar tevreden met een hen. «Toen ik thuis kwam, kookte ik het kieken en speelde er de helft van binnen. De andere helft gooide ik weg, omdat ons moeder niks zou zien. Drie dagen daarna ben ik nog naar de beentjes gaan zoeken. Zo'n honger, dat was ellendig...»

Op 'ne keer had Naarke wat koffie kunnen vastkrijgen. Moeder hing de zwarte ijzeren moor boven het open haardvuur en deed de koffie in het water. Naarke ging eens kijken in de moor: «Kerdjie, moeder, daar liggen nog drie bruin eikens in de koffie... ‘t Waren drie patatten van daags te voren en we hebben er voor gevochten, al waren ze in de koffie gekookt...»

In 1916 trok Naarke naar Winterslag, niet om in de mijn te werken, maar om grond te graven. Twaalf uren per dag stond hij daar te steken in de mulle zandbodem en wagentjes vol te laden: hij verdiende 2,75 Fr. per dag en kreeg 3,05 Fr. als hij 45 wagentjes «volgeschupt» kreeg.

In 1917 ging hij op Bokrijk «voor den Duits werken»: hij moest mutsaarden binden en werd daarvoor nogal goed betaald. «Ik werd echter gewaar, dat die Pruisische Feldwebel niet te nauw keek en ik tastte m’n mutsaarden vijf aan vijf: twee ongebonden van onder en drie gebonden er boven op. 't Was zo maar half zo lang werken. Toch zat ik met de poepers, want als het uitkwam, ze waren in staat me kapot te «schieten...»

HIJ BEGON IN T KLEIN

Toen Naarke naar de negentien ging, begon hij naar een meiske uit te zien en toen hij kort daarna trouwde, kocht hij een oud huisje, 15 m2 groot, voor 96 fr.

Naarke heeft gewroet gelijk een slaaf en ga nu maar eens kijken bij hem...

Hij begon als stoker op de kolenmijn: 3 u. te voet naar het werk, 12 uren vóór de gloeiende vuurhaard en 3 u. terug naar huis. Later begon hij in de ondergrond.

Om meer te verdienen — hij was toen nog geen twintig — deed hij van 's Zaterdags tot ’s Maandags één post in één trek en zulks twee jaar lang. Hij ging dan 's Zaterdags 's avonds aan de slag en kwam 's Maandags om 8 uur 's morgens weer thuis: dat waren drie posten van 12 uren elk...

De mijnwerkers, die de dagpost hadden, moesten ’s morgens om 4 u. 30 vertrekken, te voet, 12 uren werken en 's avonds rond 20 u. 30 waren ze weer thuis.

Die eerste koolputters vergden vanzelfsprekend te veel van hun krachten, maar ze wilden in korte tijd omhoog, zoals Vader Hendrix had voorgehouden.

's Zondags konden ze zich met moeite wakker houden in de kerk en op ‘ne keer brulde een van hen: — de pastoor was juist zijn preek aan 't houden — «In de bak, miljaar!» De man was naar dromenland verzeild en daar ook weer kolen aan 't delven...

En Naarke vertelt, vertelt... over de wegen, die er geen waren, over de waterafvoer, die niet bestond, over hekserijen en de weerwolf, waaraan hij zelf niet gelooft en zijn avonturen in de ondergrond.

«'t Was hard in die tijd, toen we nog zwart roggebrood aten, zonder boter, met slappe koffie en met enkele patatten, met de schil geroosterd in het turfvuur en wat smakelijker gemaakt met een vleugje zout.»

Een klok of een wekker waren hun onbekend: «Het kwam ook zo nauw niet. We zagen aan het aantal bezems hoe laat het kon zijn, of keken naar de zon. Als de wind goed zat, hoorden we het uur slaan op de toren van Zonhoven. Vanaf 1900 en daarna wisten we het nog het best, als ’t op de middag aanging. In die tijd werd de tram ingelegd van het Kamp uit naar Hasselt en om 11 u. floot die aan de Beverzak...»

Stilaan werd het beter. De lemen stolphutten werden vervangen door ruime lemen huizen, die nu nog bestaan en geleidelijk aan verdween de laatste armoe.

ZIJN DODENDANS...

De laatste dag van de laatste oorlog werd Naarke bijna fataal. Hij had gehoord, dat de Amerikanen in Zonhoven waren en kort daarna stonden de eersten bij Naarke vóór de deur. Op hun vraag kroop hij op een ladder en wees vóór zich uit een plaats aan, waar nog Duitsers lagen. «Ik was justekes van de ladder of boem, krak en daar stak een obus door de gevel: de ladder in gruizelementen vaneen en twee varkens naar de kwartjes. De Amerikanen namen de biezen. De Pruisen hadden me zeker met hun verrekijkers gezien, maar kwamen toch niet af.»

Naarke was echter nog niet aan het einde van zijn mizerie. Samen met twee geburen ging hij zien naar 16 koeien, die nog in  de wei stonden. Naarke stapte voorop, struikelde opeens over een telefoonkabel, die afknakte en bleef als versteend staan, toen hem plots een bars: «Was machst du hier?» in de oren klonk. Naarke brabbelde iets van koeien halen en zocht dekking tussen de runderen, die hij de weide uit dreef. De Pruis had het echter zo niet verstaan, bemerkte plots de afgebroken kabel en een ogenblik later gierden Naarke de kogels om de oren «Hoe ik er uit geraakt ben, weet ik niet. Ik dook in een gracht, ritste als een haas vooruit, op handen en voeten en eindelijk werd alles stil. Ik leefde nog. Aan elk haarke op m'n kop hingen twee zweetdruppels...» En Naarke strijkt eens over z'n hoofd, als kwam hij dit hachelijke avontuur opnieuw te beleven.

Keupke Broux kijkt Naar bewonderend aan en brengt ons terug naar de tijd van spoken en weerwolven...

('t vervolgt)

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...