Bessembinders - Bezembinders - uit: Waar de Heksen hun Bezems huurden… / Zeven der laatste Bezembinders van Kiewit tellen samen 559 Jaar (1953)

Description

p. 1.

— I —

Op een stille, zomerse avond, — de krekels sjierpten hun vespers door de van zoete hooigeur zwangere lucht, als wierook in een wijdse tempel, — zijn we gaan kuieren ergens tussen Zonhoven en Hasselt, op de Kiewit, waar jaren terug Alfons Jeurissen de inspiratie vond en zijn palet belegde met de rijkste kleuren om het leven te schilderen van zijn geliefde, eenvoudige bezembinders in zijn onvergetelijke «Heikleuters».

De laatste zonnebrand woedt achter de bossen van Bolderberg en de Kluis en vangt in zijn rozige stralen, dwars over ons, de heide, de velden en de bossen heen, de donkere silhouet van het stompe steenstort van Winterslag, dat als een reusachtige molhoop boven de zwarte bossendammen van Bokrijk afgestoten werd en omneveld is door de grijze dampen van zijn eigen vunzende kolen en witte avondmist. Links slaan de zonnestralen een haag van struikgewas in brand, dat het zicht naar Zonhoven beneemt en rechts spichten ze weg over vlakke velden om dood te lopen tegen de dijk van het Allemansbos, dat op grondgebied Hasselt ligt.

Waren dat steenstort en de vele nieuwe huizen er niet geweest, we waanden ons in de oeroude Kempen, zoals onze vaders ze nog gekend hebben en ze ons beschreven in hun sprankelende, spannende verhalen.

Pastoor Hermans is onze gids. Hij kent die Kempische mensen, maar vooral hij houdt van die oprechte zielen, die vlakweg zeggen wat ze denken en trouw hun taak vervullen, in eenvoud.

p. 5.

Een oude, mulle zandweg loopt ons vooruit, tussendoor een gesloten haag van welig groen, naar hun witte huizekens, die rustig liggen te soezen in een wieg van groen en bruin gewas. Vóór de lage, scheve deuren zitten de mensen te mijmeren en te kouten, de vrouwkens met hun witte blauw-ader-handen in de schoot en de mannen leuterend aan hun oude branderkens, die ze omsloten houden met hun benige knuist. Meneer Pastoor is er overal welkom en men voelt zo, dat hij daar thuis is. Ze groeten eenvoudig «goên avond, meneer pastoor en meneer» en slaan zo aan 't vertellen gulhartig en schilderend.

Aan heksen en spoken en de weerwolf geloven ze niet meer: af en toe echter schudden ze toch eens met het hoofd en mompelen: «Tja, moet ge weten, maar naar dinges gebeurden er toch in den ouwen tijd!» en dan vertellen ze, In hun smakelijk dialect en rijke beeldspraak.

Wij vertellen het hun na.

DE LAATSTE BEZEMBINDERS

Van de oude echte bezembinders blijven nog enkele oersterke bonken over, thans omringd door een talrijk kroost van pronte vrouwen en meisjes en stevige mannen en jongens.

Het bezembindersberoep behoort tot het verleden.

Slechts de 78-jarige Joannes Hendrix maakt nog bezems voor de stad Hasselt en Tijs Cops of «de Hoed», die daar ergens op de hei in een oude Duitse abri uit de eerste wereldoorlog huist, fietst nog regelmatig naar de stad, met enkele bezems op zijn pakdrager: de kruiwagen in te spannen... Deze twee zijn de laatsten. Al de andere oude bewoners hebben het echter nog gedaan in hun jonge tijd en zulks tot rond de jaren twintig. Toen boden de mijnen meer geldgewin voor de jongeren en de «bezem-industrie» begon haar zwanenzang.

Ook de heksen moesten toen noodgedwongen hun beroep staken, want ze hadden niet langer nog vliegers om door de lucht te gieren: hun oude bezems geraakten versleten en nieuwe werden er niet meer gemaakt...

Het werd een nieuwe tijd en een betere tijd, maar de oude volksaard en geplogenheden bleven voortbestaan en dat is goed...

ARM, MAAR GELUKKIG

Het waren arme mensen, die oude bezembinders, maar tevreden mensen, gelukkige mensen, die onder een ruwe bolster een gouden hart droegen en voor mekaar zouden sterven.

Hun beroep bracht geen weelde in hun scheve stolphutten en de schrale grijze heigrond kon slechts met moeite een weinig voedsel geven voor de rogge en de aardappelen. Een koe was een rijkdom en de geiten voorzagen in hun eigen onderhoud op de heide en met het sprietgras langs de bosrand en de zandwegels.

En toch waren ze tevreden en gelukkig.

EVEN KENNIS MAKEN...

Dat geluk en die tevredenheid hebben we ontmoet tijdens ons bezoek.

Mooike Vanderheyden slijt bij haar ongehuwde zoon Jef, een gepensioneerd mijnwerker, een benijdenswaardige oude dag in haar wit-lemen huisje, omgeven door een weelde van bloemen en groen, als een tabernakel op een altaar. Haar zoon verkiest liever bij zijn Mooike te blijven dan te trouwen.

«'t Is hier laag, maar warm», zegt Mooike, terwijl ze ons rondleidt in haar huisje. «Ik ben nu 81 jaar en ik verzorg nog zelf m'n geiten en konijnen.» Tegenover het huisje, met vlak boven de lage voordeur de plaat «Zonhovenstraat», ligt een oude waterput, drie buizen diep en van binnen rondom begroesd met watermos. Terwijl Mooike haar vriendelijk rimpelgezicht spiegelt in het klare water, put ze met een handige zwaai een emmer vol en leurt hem naar boven. «Kijk eens, 't is echtig kristal. En nooit staat de put droog. Genoeg water voor zeven huishoudens in de heetste zomer.» En Mooike monkellacht ons knikkebollend na, terwijl we verder kuieren.

Stieneke Celus staat langs de zandbaan meneer Pastoor af te wachten. Ze woont eveneens in bij haar ongetrouwde zoon Jef, een invaliede mijnwerker, die zijn moederke vertroetelt als zijn liefste bezit op deze wereld. Tot vóór twee jaar trok Stieneke nog mee naar Scherpenheuvel, maar nu is ze al voorbij de tachtig, hoewel ze nog flink rechtop gaat en werkelijk het type is van een oud Kempisch vrouwke, een ideaal model voor een schilder.

Dan komt het echtpaar Metten-Clemens aan de beurt. Ze tellen elk bijna 70 jaar en leven nog gelukkig tegader zoals op hun trouwdag.

Marieke Verbeeck blaast even uit onder de brede kruin van een reuzenboom. Zij is ook al in haar 79ste jaar, maar nog hel en flink te been. Ze bezit het mooiste schaap van uren in de ronde: een kanjer van een fier, bijna zo groot als een kalf.

Jannes Hendrix woont in het volgende huisje en rust even uit op een kruiwagen, geladen met groen, en stopt een pijpke. Jannes is nog de enige bezembinder van het gebuurte, die «werkt voor de stad» en hoveniert voor «den député Gruyters op het Dennenhof». De bezems, die thans nog gebruikt worden door de reinigingsdienst van Hasselt, worden gebonden door Jannes. Vroeger kruide hij ze zelf naar de stad, maar thans worden ze bij hem afgehaald. Jannes woont in bij zijn nicht Marieke, die haar moeder — Jannes'zuster — de 80-jarige Marianne oppast. Marianne is ziek en wil niets dan 200 à 300 grammen zoete karamellen per dag en koffie...

En dan komen we bij Lowie Metten en zijn Mechelke. Lowie «is de 16de van de korte maand 80 jaar geworden en Mechelke kwam zes maand vóór hem op de wereld kijken.» In 1946 vierden ze hun gouden en in 1956 zullen ze hun diamanten bruiloft vieren. Lowie is het type van de smakelijke verteller uit den goeien ouwen tijd en Mechelke een pront Kempisch vrouwke. Lowie heeft in 't Luikse in de put gewerkt tot 1914. «Ik trek geen centiem pensioen, maar ik heb een goed hart en 'ne goede mond en dat is genoeg. Klagen doen we niet en wat O.L.Heer ons geeft, dat hebben we dan toch.» Lowie en Mechelke hun zoon verongelukte in de kolenmijn rond de jaren 1917 en thans trekken ze daarvoor per jaar... 1000 fr. en iets.

('t vervolgt)

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...