Bessembinders - Bezembinders - uit: Waar de Heksen hun Bezems huurden... / Vader Hendrix regeerde als een Koning (1953)

Description

p. 1

De lange Tocht van Naarke en de Bezembinderij

— III —

Rond de jaren 1880 leefde op de Hei Vader Hendrix. Hij was toen in de kracht van zijn leven. In de wandeling heette hij Rikskes Lowie, maar de bezembinders noemden hem «Vader», en nu nog spreken de oudste afstammelingen met een grote eerbied over deze wondere man, die de basis legde voor de huidige welstand der bewoners nabij de Beverzak. Hij is de vader van de thans 80-jarige Marianne en de 78- jarige Jannes, de laatste bezembinder.

Die Vader Hendrix moet een buitengewone kerel geweest zijn, niet zozeer omdat hij grote heldendaden heeft gesteld, maar om zijn krachtige gestalte, zijn onverzettelijke wil, zijn helder doorzicht, zijn leidende liefde voor de andere bewoners. Zijn raad gold als een bevel en niemand zou het gewaagd hebben zich tegen hem te verzetten. Hij kon ten andere zijn gezag doen eerbiedigen en «'t was gene gemakkelijke, eerder ne kwaje» zei Lowie Metten.

Vader Hendrix was vooruitstrevend, wilde los uit de armoe, betere woningen voor zijn kinderen en... thans is zijn doel bereikt: er liggen ruime lemen huisjes en nieuwe bakstenen woningen.

Is het te verwonderen, dat Lowie Metten en de andere oude mensen, die hem nog gekend hebben, met eerbied over hem spreken of stilzwijgend met het hoofd schudden: die stilte is de schoonste hulde aan deze moedige man.

Vader Hendrix regeerde als een koning tussen de zijnen. Hij voerde er een soort gezag in, dat de wettelijke overheid niet durfde opdringen, en zijn eerlijk hart gaf hem in hoe hij de zijnen uit hun armoe zou optillen.

Het bezembinden rendeerde niet genoeg en hij zocht andere werkmogelijkheden, totdat de Limburgse mijnen, na zijn dood, zijn opvattingen kwamen in het gelijk stellen. Toen hij nog leefde trokken de jongeren reeds naar de Luiker mijnen en Lowie Metten heeft nog in de mijn gewerkt tot 1914.

's Morgens om 2,30 u. vertrokken die eerste mijnwerkers te voet naar Hasselt om van daar per trein naar het Luikse te gaan,

p. 5.

werkten en slaafden twaalf uren in de ondergrond en kwamen ‘s avonds rond 20.30 u. terug thuis: dat hielden ze jaren lang vol, tot Limburg zelf hun andere mogelijkheden bood.

DE LANGE TOCHT VAN NAARKE

Naarke Pirotte was nog een kind toen hij reeds meereisde naar het Luikse Bekken.

2 Augustus 1914 zal voor Naarke een memorabele dag blijven, niet omdat op die dag de eerste wereldoorlog uitbrak, maar omwille van een lange tocht, die hij die dag moest afleggen. Hij was toen bijna veertien jaar oud.

's Morgens was hij, zoals gewoonlijk met de trein vertrokken. De wagens waren iets beter dan beestenwagens en onderling met een kabel verbonden. In de laatste wagen zat nooit veel volk, want het gebeurde dat de kabel brak en dan stond ge daar. Te Luik vernam hij, dat de oorlog was uitgebroken; de schrik sloeg hem om het hart en hij besloot zo snel mogelijk terug te keren naar huis. Een trein liep er niet en de weg was hem onbekend. Hij snoerde zijn linnen pantoffels, met gevlochten koordenzolen vaster om zijn blote voeten en... begon het treinspoor, de hem enige bekende baan, te volgen. Het was toen 7 uur.  Hij stapte van de ene dwarsligger op de andere en toen hij Landen bereikte, vielen zijn pantoffels, tot op de draad versleten, van zijn voeten. Hij stevende als een locomotief het station binnen... en vroeg aan de chef de weg naar Hasselt. De man kwam uit de lucht gevallen, mompelde Iets van «geen kaartje» en «buiten zetten», maar Naarke had intussen het juiste spoor gevonden, zette zich puffend in beweging en barvoets tippelde hij verder over de spoorbaan tot Hasselt, waar hij met een begrijpelijke vertraging toekwam. 't Was 18 uur toen hij doodmoe onder de lage deur der lemen hut van zijn ouders binnenviel. «En ik was nog twee uren en half vroeger thuis dan gewoonlijk», besloot Naarke.

TOEN ZE NOG BEZEMS BONDEN...

Maar eer ze de weg naar de mijnen vonden, leefde het laatste geslacht der bezembinders nog, met Vader Hendrix aan het hoofd. Naast hem, als zijn rechterhand stond Jannes Metten, de vader van de thans 80- jarige Lowie. Jannes was een ijzeren bonk, met een prachtige baard en een kruiwagen als een kar. Langer dan één jaar kon een hond het bij hem niet volhouden, want dan was het dier versleten.

Verder Rik van de Pomp, Rooie van de Pomp, het echtpaar Kaskes Jang en Fin van Kaske, Bert Metten of Eitens Bert, Oude Tsjous en Bok Jentje: deze laatste kreeg die naam, omdat hij eigenaar was van de bok van het gehucht. Vodde-Pier zat er beter voor, haalde vodden op en bezat een café met kegelbaan. Bartel Jonkers woonde ook in de buurt, maar die bezat toen al een fraai boerderijtje.

Met het bezembinden moesten ze hun kost verdienen, hun enige ontspanning was een partij kegelen, een glaasje jenever of een pot gerstenbier 's Zondags.

ZONHOVEN OF HASSELT?

De bezembinders van Kiewit woonden op grondgebied Hasselt, hoewel ze zich daar weinig om bekommerden. Het heette toen Hasselts eigendom en Zonhovens gebruik.

Naarke Pirotte kwam zich echter precies op de grens vestigen en wist helemaal niet meer op welk grondgebied hij zich eigenlijk bevond. Zulks kon hem niet schelen, tot op zekere dag Pol de Booi van Zonhoven naar zijn woninkje kwam afzakken. «Tja, zei Pol, waar woonde gij nu feitelijk, Zonhoven of Hasselt?» «Dat 't me niks kan schelen», antwoordde Naarke. Pol nam z'n pet van zijn hoofd, stak ze in de lucht en zag dat de zon er in scheen uit de richting van Hasselt, «'t Is hier Hasselt» zei de Booi, draaide zich op z'n hiel om en trok er uit. «En ik heb er nooit gene spijt van gehad, besloot Naarke. Want onder de eerste oorlog was het bij Hasselt al wat beter dan bij Zonhoven, want daar hebben ze honger geleden...»

DE BEZEMBINDERIJ

Een bezem is een eenvoudig ding, maar toch zo gemakkelijk niet te maken.

Het nodige hout was niet steeds voorhanden en de mannen trokken uren ver naar de Bolderberg en naar Zwartberg om het bij te halen, ze vroegen natuurlijk niet of dat mocht en in feite mocht dat ook niet. «Maar ja, zei Lowie Metten, hout en leed groeit toch elke dag en we moesten toch onze kost verdienen.» Die lange tochten gebeurden gewoonlijk barvoets, want men ging recht toe, door beken en poelen, plassen en moerassen, want klompen — schoenen waren een rijkdom — bleven maar steken in de sompige grond. De bezembinders zorgden voor een voorraad berkenhout, brem en lange hei en zetten zich dan aan 't werk: om 8 à 9 frank per week te verdienen moesten ze zes dagen plus drie nachten hard doorwerken. In die tijd kostte de jenever 35 cent de liter en werd er gekegeld met een inzet van 5 tot 10 centiemen: met die 8 of 9 frank konden ze dus niet ver springen.

Het bezembinden vergde een grote handigheid. In de muur werd een kram genageld en daaraan een koord vastgehecht van een tweetal meter. Een bussel berkentakjes, of brem of lange hei werd in een tros samengebundeld. Het dunste uiteinde werd op het touw gelegd vlak bij de kram en dan begon men de koord er krachtig rond te sjorren. Een groene eiken twijg, van ongeveer 1,50 meter lengte werd met het knijpmes gespleten en langs het touw rond het uiteinde gewikkeld en gebonden. De koord werd weer afgedraaid, het keer-uiteinde van de bezem op een kapblok gelijk gekapt en de bezem was gereed.

's Avonds gebeurde dit werk bij het licht van de open haard of een smoutlampje. Brem- en heibezems dienden om te keren en berken bezems om te schrobben. De grootste kunst bestond in het klieven der lange eiken twijgen tot stevige «litsen».

De verhandeling der bezems gebeurde ofwel van deur tot deur vooral te Hasselt, hoewel het ook voorkwam dat mannen uit Sint Truiden een voorraad kwamen opladen aan de Beverzak.

De grootvader van Naarke Pirotte, Lowie, een man gelijk een reus, kruide echter zijn reuzenvehikel zelf naar St. Truiden en verdiende natuurlijk nog een cent meer. Hij vertrok dan ’s morgens om 4 uur. Op een schone dag kreeg hij eens herrie met enkele Truienaren in de buurt van Melveren. Hij kantelde zijn kruiwagen om en ging er zijn tegenstanders mee te lijf... Men moet het niet vragen of hij de slag won.

AKKERLAND KENDEN ZE NIET

De schrale heigrond lag wijd uitgestrekt rond de huizen, maar moest braak blijven liggen, omdat de bezembinders geen meststoffen hadden om hun velden te spijzen, Ze hadden achter hun hutten een lapje grond, dat ze bemestten met het geitenmest, en wonnen daarop wat groenten. De beste heigrond leverde aardappelen en rogge. Enkele weiden met mager sprietgras werden bemest met houtasse en verrotte heizoden. De oogst was mager.

Af en toe nam een bezembinder van een boer een koe over «op halve winst», hetgeen betekent, dat hij een koe op stal zette en de melk voor eigen gebruik mocht nemen. Hij moest niets betalen maar in geval van verkoop kreeg hij de helft van de winst. Kreeg hij een koe ter waarde van 500 fr. en verkocht hij ze aan 600 fr. dan had hij 50 fr. verdiend. Werd een kalf verkocht dan kreeg hij ook de helft van de verkoopprijs. Hij moest natuurlijk voor de volledige verzorging en voeding van het rund instaan, zodat er nooit veel winst te maken was.

«Ja, ja, besloot Naarke, nu is dat allemaal veranderd, maar eer we zover waren kwam er nog een en ander kijken. Ik zal u dat eens vertellen...»

('t vervolgt)

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...