De Hoezaer (Hoogstraat 14) - uit: Kunst in de Kijker - 101 (2001)

Description

(…) Het uithangteken “De karot” is dus afkomstig van de winkel in tabak, koloniale waren, wijn en likeuren van de familie Nolens, gelegen in de Hoogstraat nr. 16 in Hasselt. Twee mooie foto’s gedateerd rond de eeuwwisseling tonen de winkel in al zijn glorie. Naast de karot prijkte boven de deur een glasschildering met de afbeelding van een huzaar. Het huis kreeg dan ook de benaming De Hoezaer. In dit huis, toen nog De vijf Heringhe genoemd, startte in 1822 Godfried Nolens (1786-1861) een tabakskerverij. Hij huwde in 1823 met Guilielmina Stellingwerff (1795-1867), dochter van Maria Stellingwerff-Vaesen die van haar broer L.G. Vaesen een stokerij en tabakskerverij erfde. L.G. Vaesen deponeerde in 1804 het oudst bekende tabaksmerk voor Hasselt, tweekoppige adelaar.

In 1836 legde Godfried Nolens op de Griffie van de Rechtbank te Hasselt verschillende tabaksmerken neer ter registrering, waaronder In den Housaer by G. Nolens F.B. à Hasselt.

Godfried Nolens en Maria Stellingwerff hadden 8 kinderen. Hun vierde telg, Leo Nolens (1828-1890) nam de zaak over. Veertien dagen na het overlijden van zijn moeder schreef Leo Nolens in het klantenboek: “Nous avons repris commerce pour notre compte le 2 mai 1867”. Vanaf dat ogenblik kwamen de handelszaak, tabaksmerken en likeurmerken onder de naam van L. Nolens. Hij legde in 1874 nog meerdere merken ter registratie voor op de Rechtbank van Hasselt. Leo Nolens huwde tweemaal, een eerste maal met Marie-Thérèse Esters (1845-1874), een tweede maal met haar zuster Elise Esters (1847-1916).

Elise zette de zaak van haar man na diens dood verder, bijgestaan door haar oudste zoon Léon (1879-1962). Hij nam op erg jonge leeftijd het beleid van de handel en de tabakskerverij op zich. Hij bekwam daarvoor trouwens verlof van het leger in 1899.

Elise Esters zou de winkel en de fabriek herbouwd hebben, waarschijnlijk na de aankoop van twee panden gelegen in de Aldestraat. Het huis in de Hoogstraat had een brede uitgang in de Aldestraat. Daardoor waren alle panden met elkaar verbonden. Na haar dood werd de zaak niet alleen overgelaten aan Léon maar ook aan zijn zuster Paulina. Pas in 1935 werd voor notaris E. Hechtermans overgegaan tot de definitieve verdeling van de goederen waarbij Léon de tabaksfabriek kreeg en een huis in de Aldestraat nr. 8 dat met de tabaksfabriek was verbonden en een doorgang had naar het huis in de Hoogstraat; Paulina (1881-1940) bleef in de Hoogstraat wonen en zette daar de handel voort tot aan haar dood.

In 1956 nam de firma Borreman-Mally uit Aalst de tabakszaak over. De gezondheid van de 77-jarige Léon ging erg achteruit. Hij had drie dochters en, zoals het in die tijd ging, dus geen opvolger.

Mevrouw Simone Carlier-Nolens, dochter van Léon, werd tijdens de tweede wereldoorlog onverwacht ingeschakeld in het bedrijf van haar vader. De Duitse bezetters eisten haar op om elders te gaan werken. Daarop werd via een creatieve administratieve weg aangetoond dat Simone Nolens werkte in de familiezaak. Dat deed ze dan ook daadwerkelijk tijdens de oorlogsjaren waardoor ze meer te weten kwam van het reilen en zeilen van de tabakskerverij. Uit een gesprek met mevrouw Nolens kwamen wij nog het volgende te weten.

De verkoop van de karot stopte rond de jaren dertig, een vaststelling die mevrouw Nolens kon maken aan de hand van de facturen die zij nog bezit van de leveranciers. De karot werd aangekocht bij Borreman uit Aalst en De Cock uit Mechelen. Later schakelde men over op de verkoop van de rollen, ook aangeschaft bij Borreman maar eveneens bij De Vos uit Aalst. Mevrouw Nolens herinnert zich nog met enige weerzin een man die zijn wekelijkse portie pruimtabak kwam halen. Uit de mondhoeken van deze man vloeide altijd het bruin-zwarte vocht van de pruimtabak!

Nolens verkocht de volgende eigen tabaksmerken: Boerenkrijg, Baai, Appelterre, Obourg, Housard, Smyrna, Mexico, Roisin, Java, Klaverblad, Semois en nr 11. De naam had vaak veel te maken met de herkomst van de tabak. Er zaten zware en lichte tabakken bij. Roisin bijvoorbeeld was een lichte tabak speciaal voor sigaretten. Deze tabakken werden geleverd in menshoge balen via een grote poort langs het huis aan de Hoogstraat.

De tabakskerverij bevond zich op de eerste verdieping waar de arbeiders de tabaksbladeren uitstrekten op de vloer en vochtig maakten. Soms werden tot drie lagen op elkaar gelegd. De natte bladeren gingen dan naar het gelijkvloers waar een stoommachine stond die de bladeren tot kerftabak verwerkte. Op het gelijkvloers stond ook een grote slijpsteen met daarboven een houten tonnetje waaruit water druppelde op de steen. De messen van de kerfmachine werden zo voortdurend scherp gehouden. Eenmaal gekerfd verhuisde de tabak weer naar de eerste verdieping om gedroogd te worden. Men legde de tabak op roosters waaronder gestookt werd. Volgens mevrouw Carlier-Nolens werkten er toen naast Léon Nolens maximum twee personen. Een nota opgesteld in 1886 vermeldt eveneens twee arbeiders. Onderaan staan de hygiënische en veiligheidsomstandigheden beschreven.

Nolens verkocht de gedroogde tabak aan kleinhandelaars tot in Luik en Brussel. Voor de verkoop in de eigen winkel werd de tabak verpakt in tuitzakjes.

Volgens mevrouw Carlier-Nolens maakte het bedrijf van haar vader nooit zelf sigaren. Hij kocht de sigaren aan bij groothandelaars. De sigaren kregen nooit een merk van het huis.

Eigen aan tabak is het betalen van taksen. De verwerking van de tabak werd tweemaal per week gecontroleerd door de commiezen. Zij controleerden niet alleen de tabaksbandjes rond de tabakszakken maar ook het boek waarin elke verkoop in de winkel moets geregistreerd worden.

Tijdens de tweede wereldoorlog verkocht Nolens, wegen het tabakstekort, slecht drie dagen in de week tabak en enkel op vertoon van een rantsoeneringskaart. Een foto uit het familiealbum toont aan hoe belangrijk tabak was in het leven van elke dag. Telkens wanneer de winkel de deuren opendeed ontstond er een ware rush.

In 1943 en 1944 werd alleen het merk Java verkocht. Door de schaarste lieten mensen eigen geteelde tabak tot kerftabak verwerken door Nolens. De behoefte was zo groot dat sommigen zelfs kersen- en bietenbladeren lieten drogen en door de machine van Nolens lieten kerven.

Na de oorlog bleef mevrouw Nolens nog enkele jaren in de winkel werken, vooral op dinsdag en vrijdag, de drukke marktdagen. De boerinnen kwamen na hun aankopen achter in de winkel hun boterhammetjes opeten en kregen een tas koffie. Algemeen verminderde echter de verkoop, vooral aan de kleinhandelaars. Na de oorlog werd bovendien de kerftabak meer en meer in rechthoekige pakjes verkocht. Dergelijke verpakking vergde mechanisatie en dus een nieuwe investering. Léon Nolens besloot om deze investering niet meer te maken. In 1956 werd de zaak verkocht aan één van hun leveranciers, de firma Borremans uit Aalst. De winkel zelf bleef nog tot 1959 bestaan.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...