De ramp van Godsheide in 1941 / Ooggetuigenverslag, René Wijnants - uit: Godsheide en Malpertuus / Warm aanbevolen (2013)

Description

pp. 31-32

Ooggetuigenverslag van de ramp met het vlot

door René Wijnants

De kanaalbrug in Godsheide was tijdens de oorlog op 10 mei 1940 opgeblazen. Opdat de bewoners en kinderen van de noordelijke kant van het kanaal in Godsheide naar de kerk en school konden gaan, werd er een overzetvlot voorzien op de plaats waar de brug gestaan had. Dit was een houten constructie op lege tonnen. Er was een stalen kabel gespannen van de ene naar de andere oever van het kanaal, waarlangs het vlot zich verplaatste. Aan weerszijden van de dijk was er een houten trap gebouwd om het vlot te betreden. Rondom het vlot was er een houten reling voorzien. De man die het vlot bediende, moest aan een hendel draaien en zo voer het vlot langs de kabel heen en weer. De kabel liep langs de binnenzijde van het vlot, wat maakte dat de meeste mensen aan de andere zijde gingen staan. Ik heb meegemaakt dat, als de school uit was en wij samen naar huis gingen, er te veel kinderen op het vlot waren. Dan lag het vlot heel schuin in het water.

Op 14 februari 1941 gebeurde er een vreselijke ramp. Toen de school uit was om half vier, gingen wij met de meester in een rij van twee langs elkaar naar het kanaal, om met het vlot overgezet te worden. De meester, die in Dilsen woonde, ging ook mee met het vlot over het kanaal, en nam dan de tram om naar huis te gaan. De weg van de school naar het kanaal is ongeveer 500 meter.

Wij waren nog maar een vijftigtal meter ver, toen de riem van mijn klomp losging. Ik zocht langs de weg naar een steen om mijn riem vast te kloppen. Intussen ging de rij schoolkinderen verder. Toen de riem met een steen vastgenageld was, liep ik hen achterna. Toen ik opnieuw bij de groep kwam, ging de riem voor de tweede keer los. Ik zocht opnieuw een steen langs de weg. De klomp was al heel vernageld, en er waren nog maar twee klompennagels. Ik liep weer achter de rij aan, maar intussen gingen de laatste schoolkinderen de trap naar het vlot af. Toen ik aankwam, was het vlot juist vertrokken en was het al een paar meter van de kant verwijderd.

Ik zette mij op de trap neer en wat ik toen zag, zal ik nooit meer vergeten. Het vlot ging heel schuin liggen in het water, en de kinderen begonnen allen heel hard te schreeuwen. Ze vielen allemaal op een hoop in het ijskoude water, aan de kant waar de kabel niet was. Na een halve minuut draaide het vlot zich ondersteboven met de tonnen naar omhoog en de kinderen zaten onder de reling gevangen. Dadelijk zag ik rondom het vlot kinderen die zich aan het vlot optrokken, op de tonnen klauterden en moesten overgeven. Vele omwonende mensen die dat hevige geschreeuw van de kinderen gehoord hadden, waren al aan weerszijden van het kanaal aangekomen. Een schipper die met zijn schip in aantocht was, kwam met zijn klein bootje om nog zoveel mogelijk kinderen uit het water te halen. Velen van hen waren al verdronken.

Ik was danig geschrokken en in paniek deed ik mijn klompen uit en liep op mijn kousen naar de sluis van Hasselt. Over het bruggetje van de sluisdeuren bereikte ik de overkant. Dit was niet zonder enig gevaar, want de deuren van de middelste sluis gingen juist open en ik sprong van de ene op de andere deur. De sluismeester schreeuwde naar mij en stak zijn handen omhoog. Maar ik was in shock en liep maar verder naar huis. De brug van de sluis was toen nog niet hersteld van de oorlog en iedereen moest toen nog over de bruggetjes van de sluisdeuren naar de overkant.

Onderweg zag ik vele ouders die naar de plaats van de ramp liepen. Ze vroegen of ik hun zoon of dochter gezien had, maar ik was niet in staat om een woord uit te brengen. Vijfendertig kinderen en twee volwassenen zijn verdronken. Vele van mijn kameraden lieten er die dag het leven. Heel Godsheide was in diepe rouw gedompeld. Van sommige gezinnen waren twee, drie of vier kinderen verdronken. Slachtofferhulp bestond toen nog niet; iedereen moest het drama zelf zien te verwerken, maar de mensen steunden elkaar. Op de uitvaartplechtigheid in het kerkje van Godsheide waren ook enkele Duitse officieren aanwezig. Dat was een gewaardeerde menselijke steun in de tijd dat er zoveel haat was.

Er is een apart kerkhof waar de kinderen begraven zijn, en ieder jaar op 14 februari is er een rouwdienst voor de kinderen die in de ramp omkwamen. Enige tijd nadien voer het vlot opnieuw, maar geen van de overlevende kinderen durfde er nog op te gaan. Langs de huidige Eikendreef lag er toen een voetbalveld van Sint-Michiels K.S.A. Daar werden twee houten klaslokalen getimmerd: één voor de jongens en één voor de meisjes. Daar ben ik mijn laatste jaar naar school gegaan.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...