Den Cop (Grote Markt 5) - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

p. 25

Den Cop, Gauden Cop, Den Gulden Cop 

Deze huisnaam werd in Hasselt-Jadis door Bamps foutief vertaald door Tête d'Or; ook drukte het zetduiveltje verkeerd Kop in plaats van Cop. Het Gulden Hooft of Gulden Kop was de 14de-eeuwse huisnaam van het hoekhuis van de Grote Markt-Nieuwstraat, De Goudbloem. Stippen wij terloops aan dat het tweede huis langs de oostkant van de Hoogstraat, het Moriaens Hoet (hoet of huyd = hoofd), in de gichtregisters een paar maal verkeerdelijk als Moriaens Cop in plaats van Moriaens Kop werd opgetekend. Met kleine zonden tegen de spelling namen de oude klerken het nu eenmaal niet zo nauw. Wij veroorloven ons hier het verschil te onderstrepen tussen kop en cop. De eerste versie is altijd een synoniem geweest van 'hoofd'; de tweede schrijfwijze heeft in het Middelnederlands nooit die betekenis gehad. Verwijs en Verdam zien het onderscheid als volgt: cop, coppe is 1° een vaatwerk van metaal of steen, een schaal, schotel of beker; 2° hersenpan of schedel (door wilde volksstammen ook als drinkschaal gebruikt), kruin, bergtop; 3° maat voor natte of droge waren (bijv. een cop koren); 4° ronde verhevenheid (bijv. in Zuid-Afrika bij de Boeren); 5° vorm voor pastei of taart, vandaar copdreyer. Zowel te Hasselt als in het overige gedeelte van het graafschap Loon stond destijds de cop of kan (wijnkan) gelijk met een kubieke decimeter of liter; zo'n 'wijnkan' zal ongetwijfeld als bedrijfsembleem zijn aangewend. Het Franse equivalent van zo'n kan duide men dan ook best aan met La Coupe of La Coupe d'Or. Zulk een embleem vond men destijds in de Gulden Cop te Hamont (brouwerij Simons).

Het pand aan de Grote Markt wordt in 1438 voor het eerst vermeld als eigendom van Peeter Streetkens, van wie het in 1477 overging naar zijn zoon Goeden Streetkens. Daarna volgden de eigenaars elkaar op: Jan Vaes, Claes Bysmans, Willem Kemmers (in 1489), Willem van Buyel (in 1495), Willem van Rummen (in 1532), Aert Heckeleers (in 1555), Henricus Beckers (in 1573), Henricus Naelden (in 1585), Oriaen Croels (in 1598) (29), Kathelyne Moers (in 1650), Wouter Beckers-Moers (in 1653) en de weduwe Thys-Hauben (in 1660). Deze laatste droeg het in 1663 over aan Lambert Bormans.

In 1688 behoorde het Lod. Vannes toe en in 1734 aan chirurgijn Henricus Boelen. Deze verkocht het op zijn beurt op 22 november 1743 voor 275 gulden aan Gaspar Guedel-Jacquemart, samen met het tuintje buiten de Kuringerpoort. De lage verkoopprijs weerspiegelt de waarde van het huis, dat van hout en pleisterkalk was opgetrokken, zoals blijkt uit een vertoog van 8 juli 1751. In dat betoog exponeert Guedel dat syn huys gulden cop op die groete merct van haudt en berders es van voor, oock seer nauw en bestaende uyt winckelplaets oft voorhuys en cleyn keucken, die camer achter de keucken es door myne voorsaeten vercocht aen de gulde handt erneffens geleghen. Guedel vroeg aan de stad de toelating om zijn voorgevel in steen op te trekken, omdat het hiele huys dreigt in te vallen. De stad verleende de gevraagde vergunning na de gebruikelijke visitatie door de gesworen stadtswerkluyden, zoals blijkt uit het geschreven verslag van de visitatiecommissie (30).

Op 16 november 1758 verkocht Gaspar Guedel Den Gulden Cop aan de handelaar Joannes of Joês Royers, die het op 23 februari 1768 overliet aan koopman Antoon Vanderstraeten. De weduwe Vanderstraeten, geboren Marie-Anne Lambrechts, verkocht het huis op 10 september 1778 voor 2800 gulden aan haar huurder Francis Pieters, die er een fabriek van snuif- en rooktabak in inrichtte. In 1800 kocht Godfried van Mierlo het huis en in 1828 werd J. Knaepen er de eigenaar van. Bij de eeuwwende (nvdr: 20ste) werd Den Cop bewoond door de spoorwegbediende Thys-Houbrechts, wiens stiefdochter Marie Jaupen er een kramerij uitbaatte.


(30) Met het toezicht op de scheidingsmuren, brandgevels, de waterdrup, de bauwnoedwendigheyd van huizen en gebouwen was een Commissie van huysvisitatien belast, samengesteld uit vier beëdigde experten. Zij stonden steeds in contact met de bouwmeester; zij dienden een schriftelijk verslag van hun bevindingen op te stellen en aan de magistraat te overhandigen. Uit deze verslagen blijkt dat de Commissie op het eind van de 17de en in het begin van de 18de eeuw samengesteld was uit volgende leden: Jan Roelants, later meester-timmerman Lambert of Arnold Roelants, Pieter Floren, meester-metselaar Andries Husson en meester-schaliedekker Pieter Vissers.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...