Den Crans (Kapelstraat 1) - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

pp. 147-148

Het Hert

Deze naam gaat terug tot 1464. In 1549 heette het huis Het Roesen Cranske, in 1653 Den Crans en later De Roosen Crans.

Aanvankelijk lag hier de hofstede (of boerderij) van Crants uit Den Helm; de schuur van deze hofstee, de Crantsschuer, lag in 1460 aan de overkant van de straat. De lege ruimte die door de afbraak ervan ontstond, werd daarna door andere panden ingenomen, terwijl een deel bij de tuin van Het Zwaert werd gevoegd. Anno 1788 spande apotheker Demey uit Het Zwaert m.b.t. het ruimen van de Joedenbeke, die door deze tuin liep, tegen het stadsbestuur een proces aan. Op folio 68 van het rolregister naar Luiks recht, leest men dat het stadsbestuur het bestaan van de Crantschuer aan de zuidkant van de Kapelstraat in twijfel trok en dat het die aan de noordkant situeerde, omdat Den Crans daar was gelegen. Dat het stadsbestuur hier ongelijk had, wordt op meer dan één plaats door de gichtregister van de 15de eeuw bevestigd.

Het Hert was in 1459 van Gilis Molevelts. Datzelfde huis was in de 17de eeuw onder de naam Den Crans een herberg met gasthof. Daarvan was Pieter Joris de eigenaar en waard. Op 19 april 1638 overnachtte er de scherprechter Steven Balza uit Luik. Het register van bouwmeester Mathijs van Millen vermeldt dat de stad 15 patakons betaalde voor de overnachting van de beul en zijn knechten en 4 guldenstuiver voor hun verteer. De stad had hen aangezocht om de halsrechting van de Hasselaar Willem Munters te voltrekken.

De procedure omtrent deze terechtstelling vraagt hier enige toelichting. Om aan arrestatie en bestraffing te ontsnappen mochten misdadigers hun toevlucht zoeken in kerken en kloosters. De brieven van Eginhard (770-840), geheimschrijver (= secretaris) van Karel de Grote, leren dat het asielrecht al in de 8ste eeuw bestond. Zelfs de slaven, die in de 12de eeuw vrije lieden werden, bleven van dat recht niet verstoken. Een slaaf die iets had misdaan en in een kerk vluchtte, werd slechts aan zijn meester teruggegeven wanneer die onder eed beloofde hem zijn fout te vergeven. Het asielrecht was van toepassing binnen een straal van 40 passen. Het werd door Maria-Theresia (1740-1780) in ons land en in Oostenrijk afgeschaft; in het prinsbisdom Luik bleef het evenwel tot aan de Franse overheersing verder bestaan.

Willem Munters werd op 17 mei 1606 te Hasselt geboren uit het huwelijk van Henricus Munters en Aleydis Gielkens, die beiden tot een aanzienlijke burgerfamilie behoorden. Willem studeerde samen met Henricus Goetsbloets bij de jezuïeten te Luik. Stadssecretaris Henricus Gielkens was zijn grootvader langs moederskant en de regerende burgemeester van 1624, Hieronymus Munters, was zijn oom. In een rekwest van de burgemeesters d.d. 7 januari 1625, gericht aan Monseig. den Opper-Intendant der Militaire Justitie voor Z.M. in deze Nederlanden, maakt de magistraat zijn beklag over de straffeloosheid van de boosdoeners. Als reden van zijn beklag haalt hij aan dat er in negen maanden tijd binnen onze kleine stad zeven vrijwillige doodslagen gepleegd waren, zonder dat deze tot strafrechtelijke vervolgingen hadden geleid. De schuldigen, eenmaal aangehouden, eisten hun inlijving bij het Spaanse leger en ontsnapten aldus aan elke vorm van verdere bestraffing. Het Register der crimineele Instructie vermeldt deze zeven doodslagen: Jan Boeckett (Vossius) werd in maart 1624 gedood door Willem Munters, die toen 18 jaar was; Willem Ouwerx werd vermoord in juni 1624; Dionijs Jaeckaerts door Frans Tittelmans in augustus 1624; Barthel Knapen door Jan Munters; Robert Ziegers en Aert Gielkens eind augustus 1624; Lieben Boelen door haar broer Gaspar; Guilliam Biesmans en Van den Put, beiden door Willem Munters. Op 14 april 1624 werd tegen Willem Munters een aanhoudingsbevel uitgevaardigd. De moordenaar was evenwel reeds de stad ontvlucht naar Halen, om er dienst te nemen in het Spaanse leger, dat onder het bevel stond van graaf de Beaurieu. Enkele maanden later keerde Munters, die zich buiten vervolging waande, naar Hasselt terug. Op 15 maart 1625 verwondde hij de jongeman Henrick Van den Put met twee houwen int hooft; het slachtoffer werd stervend gevonden. Op 28 december van datzelfde jaar stak hij rond middernacht Guilliam Biesmans, een andere jong Hasselaar, met zijn zwaard; de man bezweek enkele uren later. Door de politie achtervolgd, vluchtte Munters in het augustijnenklooster, waar hij zich in een kamer opsloot. De deuren werden evenwel opengebroken en de moordenaar werd met geweld overmeesterd en meegenomen. De prior riep het asielrecht niet in. Weldra was Munters weer ingelijfd bij het leger van de Beaurieu in Halen. Zijn ouders deden een beroep op het asielrecht, en dat gaf aanleiding tot een langdurig rechtsgeding tussen de geestelijke en de burgerlijke macht en tot een tweede geding tussen de burgerlijke justitie van Hasselt en de Spaanse militaire justitie. Op 26 augustus 1625 deed de rechtbank van de Souvereine Justitie te Luik uitspraak: Munters zal terug naar de vrijplaats van de augustijnen worden gebracht, waar hij niet mag vervolgd worden. Zo hij evenwel het klooster verlaat, valt hij weerom onder het gemene recht. Munters kwam door deze procedure geenszins tot betere inzichten. Tien jaar later staat hij op 24 januari 1635 in het Correctie-Register opgetekend als gestraft met een bedevaart naar Rutsemedowe (2). Op 28 juni 1635 sloeg hij Jacob Clerx seer swaerelyck ende periculeuselyck met eenen candelaer opt hooft, zodat hij gecorrigeert is met eenen weech tsint Jacobs. Aldus moest Munters op 28-jarige leeftijd op reis naar Sint-Jacobus de Compostella in Spanje, tenzij hij zich van deze verre boetereis vrijkocht met 20 realen, wat hem volgens het Loons recht was veroorloofd.

Niettemin had de justitie met Munters nog steeds niet definitief afgerekend, want op 17 april 1638 vermoordde hij Mathijs Juchtmans in volle straat, voor de deur van zijn grootmoeder, de weduwe van de secretaris Gielkens. De weduwe Gielkens had bij deze aanslag haar onwaardige kleinzoon herkend. Ditmaal werd hij onmiddellijk door de justitie gevat en de daarop volgende dag door de schepenen van Hasselt ter dood veroordeeld. Twee dagen later bengelde hij aan de galg van het Swertvelt. Deze langdurige rechtszaak, waarin advocaat Gielkens de verdediging van de beschuldigde op zich nam, kostte de stad 1300 gulden aan proceskosten.

Het asielrecht werd te Hasselt herhaalde malen zowel wettelijk als onwettelijk aangewend, zelfs met betrekking tot politieke omstandigheden waarin aanzienlijke burgers zich in hun leven bedreigd voelden. Zulks was ondermeer het geval in oktober 1768, toen de stadsschepenen door de XXII in de ban werden geslagen omwille van hun willekeurige bestraffing van Hans Polus, lid van de partij van advocaat Hansen. De feiten deden zich voor tijdens het proces omtrent het bezit van de heide tussen Hasselt en Zonhoven en de daarmee gepaard gaande opstootjes in de stad. De XXII zonden een gewapende macht van Luik naar Hasselt om de schepenen te vatten en te kastijden. Boelen, Van den Dweye, Van Henis en Vannes, alsmede luitenant-drossaard Jadin, zochten een veilig onderkomen in het augustijnenklooster, waar zij zich veertien dagen schuilhielden. Op 23 maart 1769 zocht Jadin zijn toevlucht bij de bonnefanten. Vannes sprong over de muur van zijn woning De Gulden Put in de tuin van de augustijnen en Van den Dweye benutte het asielrecht in hetzelfde klooster. Beiden hielden zich tot 14 augustus verborgen en namen dan de vlucht naar het buitenland.

Den Crans werd ruim een eeuw nadat de scherprechter er overnachtte, meer bepaald op 6 juni 1749, door Peter Roelants, oud-burgemeester van de stad en schepen van het oppergerecht Buyten-Bilsen, voor 2020 gulden aan Ludovicus Vandersmissen verkocht. Het gichtregister citeert als buurhuizen Den Lavoir van Guilliam Thomas, De Fonteyne van de edele heer de Heusch en aan de achterkant De Seven Weën aan de Hoogstraat. Van Ludovicus Vandersmissen ging Den Roosen Crans over naar de Thibault, die het op 9 november 1843 te koop stelde. Dan werd het eigendom van Nikolaas Volders; later ging het pand naar diens schoonzoon Pieter Vliegen, wiens weduwe het in 1919 aan de apothekershulp Withofs verkocht. L. Withofs-Lepage baatte er een schoenwinkel in uit.


(2) Rutsemedowe, Rittsemedau is de Hasseltse verbastering van de Franse gemeentenaam Rocamadour in het oude land Quercy, op 9 u. afstand van Cahors, nabij de Dordogne. Dit oord, op 150 u. gaans van Hasselt gelegen, was bekend om zijn miraculeus madonnabeeld. In de middeleeuwen legden de burgerlijke gerechtshoven als straf of boetedoening vaak een bedevaart op naar kerken in het buitenland, die om hun relikwieën vermaard waren. Soms werd de veroordeelde verplicht tot boetedoening vóór of in die kerk, een plichtpleging die in de 17de eeuw in onbruik was geraakt.

Naast Rutsemedowe wordt er in onze oude stadsregisters ook melding gemaakt van tsint Jacobs in Galicië (Spanje), Vendôme aan de Loire (Frankrijk), de Beaumegrot in de Provence (Frankrijk), de Serraets berg of Montserrat in Catalonië (Spanje), Onze-Lieve-Vrouw del Pilar in Aragon (Spanje), Over zee in Chyper en Candien of 't Eyland in de Middellandse Zee, Sint-Josse in het bisdom Atrecht, O.-L.-V. van Liesse in Picardië, Walcourt in de provincie Namen, O.-L.-V. van Loretto in Italië, Rome, O.-L.-.V. van Kevelaer in het hertogdom Kleef, Sint-Cornelis-Munster in Westfalen, Saint-Hubert in de Ardennen, Driekoningen en Sint-Geroen te Keulen, O.-L.-V. van Hal, O.-L.-V. van Scherpenheuvel.

De wech kon afgekocht worden volgens een tarief dat in het Loonse landrecht was vastgelegd: Chyper voor 20 g., Rocamadour 5 g., Sint-Jacobs 10 g., Vendôme 2½ g., Walcourt 1¾ g., en een wettelijke reis in het land die alle andere omvatte 39 g. Bepaalde misdaden, zoals godslastering, konden niet worden afgekocht.

Bij zijn terugkeer moest de bedevaarder schriftelijke bewijzen van zijn doortocht in de aangewezen oorden overleggen, zoals was voorgeschreven door art. 1 van de ordonnantie van prins-bisschop Joris van Oostenrijk d.d. 4 maart 1548. Deze attesten werden door het stadsbestuur zorgvuldig opgeborgen en bewaard. Zo bewaren wij o.m. de attestatie van Jan Fresenburen, apostolisch notaris bij het aartsbisschoppelijk hof te Keulen en bewaker van het graf van de Drie Koningen, waarin bevestigd wordt dat Gilis Blosen van Hasselt in maart 1465 de beeweg had afgelegd.

Voegen wij hier nog als zedenschets aan toe dat landbouwers van Hasselt en omgeving, die zich uit hoofde van aanhoudende ongelukken in de veestal van een kwade hand geslagen achtten, zulke pelgrimstochten soms uit vrije wil ondernamen. In de eerste helft van de 19de eeuw legde Jan Cox-Hermans van de Borchgravewinning de reis naar Rome heen en weer te voet af en tekende zijn reisindrukken op in een notitieboekje.

Ter illustratie van een veroordeling tot de beeweg naar Rocamadour geven wij de tekst van een vonnis uit het zevende Correctie Boeck op datum van 20 mei 1717: De Heeren Borgemeesters geswooren ende raedt aengehoort hebbende die clachten aen ons gedaen deur jouff. relicta bauwmeester Hendrick Schupkens (die in 1708 stierf in Het Steenen Huys = De Blauwe Steen naast Het Gravenhuys aan de Nieuwstraat) tegen haeren soone Arnold Schupkens corrigeren den geseyden Arnold tot eenen wegh van rittsemedau te voeten te gaen binnen acht daegen welck gedaen synde condemneren alnoch den selven in een maendt ten waeter ende ten broode ende van alles aens ons goedt bescheyt te brengen op poene van voordere ordonnantie

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...