Droogmans Jozef - uit: Hulde aan Jozef Droogmans (1976)

Description

Gezien volgens de beurtregeling de Provinciale Prijs voor Schone Kunsten in '76 aan de Letterkunde is voorbehouden.

Gezien het een driejaarlijkse Prijs betreft en dus de literaire produktie van Limburgse auteurs over verscheidene jaren gespreid in aanmerking komt.

Gehoord het unanieme gunstige advies van de leden van de Commissie Letterkunde van de Limburgse Raad voor Cultuur.

De Provinciale Prijs voor Letterkunde '76 wordt toegekend aan de h. Jozef Droogmans uit Bilzen wegens enerzijds zijn totale literaire produktie en anderzijds voor zijn jarenlange onbaatzuchtige inspanningen ten voordele van de Limburgse auteurs.

Besluit Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Limburg, 20 oktober 1976.

Gaarne sluit de redactie van De Tijdspiegel zich aan bij deze hulde hem door de provinciale overheid gebracht.

Van bij de oprichting, doorheen de groei van het tijdschrift tot op de dag van vandaag, heeft de h. Jozef Droogmans als medestichter en redactielid De Tijdspiegel helpen maken tot hetgeen hij is. Talrijk zijn de literaire bijdragen die hij leverde en die één van de werkingsterreinen waren waarop hij zich tweevoudig als literator en als cultuurpromotor verdienstelijk maakte. Zelfs in deze aflevering verschijnen nog twee bijdragen van zijn hand, hetgeen bewijst dat de "nestor" uit de redactieploeg nog steeds actief is, en wij durven dan ook de wens uitspreken dat hij nog lange tijd zijn beste krachten aan De Tijdspiegel zal blijven wijden.

Wanneer men Droogmans' gelegenheidsbijdragen in dag- en weekbladpers (sedert 1917 en dus bijna 60 jaar geleden) buiten beschouwing laat, begint zijn literaire bedrijvigheid precies vóór 50 jaar bij de oprichting van een Limburgs Veldeke-herdenkingscomité waarvan hij als secretaris fungeerde. Toen had hij reeds een begin gemaakt met een "vulgarisatiewerk" over Veldeke dat in 1924 voor het eerst door het Hasselts Leesgzelschap als prijsvraag werd uitgeschreven. Samen met de onthulling van het Veldeke-gedenkteken op 30 september 1928, verscheen echter Droogmans' meer omvangrijke boek "Hendrik van Veldeke, de eerste Dietsche Dichter. Zijn leven en zijn werk". Na een eerste druk van 500 exemplaren was algauw een herdruk nodig, want het bleek een erg verdienstelijk werk te zijn. Het is thans zeldzaam geworden: in de antiquariaatsboekhandel wordt het uiterst zelden aangeboden en wel tegen prijzen boven de 1000 frank. Het is evident dat zulk soort werk na 50 jaar intense Veldeke-studie intussen in vele opzichten voorbijgestreefd is. Tientallen Nederlandse en Duitse filologen hebben aan de hand van historisch en taalkundig materiaal heel wat Veldeke-problemen verder uitgediept en ze ook complexer gemaakt.

Vóór Droogmans hadden o.a. Bormans, Te Winkel, Scharpé, Leviticus, Kempeneers en ook Duitse filologen zoals Jacob Grimm, Ludwig Ettmüller, Otto Behaghel, Friedrich Wilhelm, F. Lichtenstein, B. Schulze, W. Braune, H. Roetteken en E. Wömer zich intensief met het werk en de persoon van Hendrik van Veldeke beziggehouden. Het getuigde dan ook van grote durf, zich in het gezelschap van deze geleerden te mengen. Dit literair-historisch werk over Veldeke getuigt inderdaad reeds van heel wat eigenschappen die men doorheen het verdere leven van Droogmans blijvend zal ontmoeten. Wij denken hier aan zijn moed, zijn werkkracht, zijn idealisme, zijn bescheidenheid, zijn geestdrift.

Ten eerste zijn moed en werkkracht. het was inderdaad een niet geringe taak voor iemand zonder vooropleiding als filoloog, een synthese te schrijven over een zo veelvuldig en tegensprekelijk behandeld auteur als Veldeke. Toch werd het boek van Droogmans destijds begroet als een belangrijke verkenning van een enorme problematiek. Zijn werk steunde, behalve op de lezing van Veldekes geschriften, op circa 300 studiën, zowel Duitse, Engelse, Franse als Nederlandstalige. Met een variante op E. Boms "Dagwerk voor Vlaanderen" zal zeker dit studiewerk naar Droogmans' eigen woorden "nachtwerk voor Limburg" geweest zijn. Droogmans mijmert bij het einde van zijn boek zelf na over de "vele avondstonden, de zeer stille nachtelijke uren" die hij besteedde aan de "vader der dietschen dichteren algader".

Een tweede van Droogmans' kenschetsende eigenschappen, die ook in zijn Veldeke-studie opvalt, is zijn idealisme. Droogmans zag de Veldeke-problematiek in functie van zijn Limburgerschap. Hij zag in Hendrik, de zanger van Veldeke bij Spalbeek, de onbestrijdbare en onbestreden Loonse dichter, hij zag hem in het teken niet alleen van een aanstaande officiële, maar ook van een permanente huldiging waarmee "eindelijk een onvergeeflijke onrechtvaardigheid", miskenning of onderwaardering door eigen gouwgenoten, zou hersteld worden.

Droogmans getuigt in zijn Veldeke-studie ook van niet geringe bescheidenheid. Hij cursiveert op blz. 13 zelf: "Mijn nederige bedoeling is, al wat aangaande Hendrik van Veldeke opgediept, geschreven, betwist enz., in een brede synthese samen te brengen, zo objectief mogelijk en ook zo volledig als dit een vulgarisatie werk past".

Droogmans zag zijn geschrift als een "schuchter pogen, een late, doch oprechte hulde (...) door een bescheiden gouwgenoot, bedeesd, maar met bewondering waardering betoond". Toch schrijft Droogmans met geestdrift die een vorm van idealisme is, over Veldeke. Maar niet alleen over Veldeke. Telkens wanneer hij mondeling of schriftelijk het woord hanteerde was zijn geestdrift voor alles wat tot de waardevolle Limburgse letterkunde behoorde, duidelijk voelbaar. Hij was en is een enthousiast verdediger van de Limburger en de literatuur. Zijn woord werd soms een wekroep voor meer waardering van de in zijn ogen miskende Limburgse letteren. Zovele jaren was hij op dit terrein een animator, beurtelings aanklager en verdediger.

Toch wist en sweet hij dat de Limburgse letterkunde (of noem het de letterkunde van de Limburgers) in het algemeen een bescheiden rol speelde en nog speelt in de Nederlandse literatuur. Chauvinistisch of kortzichtig kan men zijn ijver voor de Limburgse zaak dan ook bezwaarlijk noemen, maar wel heeft hij steeds gemeend te moeten aanmoedigen ook als een werk nog niet het volle pond woog. Hij heeft zich nooit de taak van criticus toebedeeld, maar steeds onbaatzuchtig en belangeloos die van promotor en animator op zich genoemen. Hij bleek dan ook telkens de aangewezen man te zijn om een lange reeks verantwoordelijke functies te bekleden in literaire kringen binnen en buiten Limburg. Hij was onder meer:

- voorzitter van het Alfons Jeurissen-comité dat zorgde voor de heruitgave van zijn volledig werk en de oprichting van een gedenkteken in Hasselt;
- voorzitter van de Vereniging van Limburgse schrijvers sedert 1942;
- lid van de Redactie van het tijdschrift Limburg van 1941 tot 1949;
- bestuurslid van het Cultureel Verbond van Limburg sedert 1945;
- lid van de Hoge Raad voor Openbare Bibliotheken sedert 1946;
- lid van het reactiecomité van "De Tijdspiegel. Cultureel maandblad voor Limburg" sedert 1946;
- lid van de Koninklijke Commissie voor Toezicht op het Landjuweel sedert 1950;
- lid van de Mathias Kempprijsstichting te Maastricht sedert 1950 en ondervoorzitter van het Dagelijks Bestuur sedert 1951;
- lid van de Scriptores Catholici sedert 1951;
- lid van het Bestuur van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen sedert 1952;
- lid van de Raad van Beheer van de Limburgse Culturele Raad sedert 1953;
- lid van het Hulde-Comité Lod. Lavki sedert 1954;
- lid van de Beheerraad van "Dietsche Warande en Belfort" sedert 1955.

Verder was hij jurylid bij verschillende prijsvragen, zelfs tot in West-Vlaanderen toe.

Gedurende meer dan 60 jaar is Droogmans opgetreden als spreker bij ontelbare gelegenheden. Steeds weer stelde hij de waarde van de Limburgse letterkunde in het licht. In de twee delen 'Verzamelde Opstellen' die naar aanleiding van zijn zestigste verjaardag in 1955 werden uitgegeven vindt men zijn meest geliefde thema's terug. Dit werk zal een onschatbare bron blijven voor de cultuur- en literatuurgeschiedenis van onze provincie.

Wie Droogmans ooit hoorde spreken - en wie heeft hem niet gehoord? - zal hem zich blijvend herinneren. Zijn woord kreeg soms een overstelpend elan, maar zijn zinnen balanceerden toch telkens weer waarmee, bij elke golf, citaten aanspoelden die zijn grote belezenheid, maar ook weer zijn bescheidenheid illustreerden. Want wie anderen citeert, wil niet de eigen originaliteit in het licht stellen. Droogmans houdt trouwens van citaten, vooral wanneer zij de elegante, nobele verwoording zijn van morele waarden en waarheden. Ook hier toont hij zich fundamenteel als bewonderaar van anderen die de mooie taal, de artistieke zegging hebben gehanteerd.

Het is duidelijk dat de Provincie Limburg haar driejaarlijkse prijs voor letterkunde aan Droogmans heeft toegekend omwille van de genoemde en op grond van zovele ongenoemde hoedanigheden die hem sieren als mens en als letterkundige. Een leven lang heeft Droogmans in de bres gestaan voor al de anderen die in onze gouw literatuur bedreven. Nooit heeft hij aan zichzelf gedacht; steeds heeft hij anderen gevierd. Zijn bekroning is dan ook een daad van eenvoudige rechtvaardigheid. Deze prijs wordt toegekend aan een gentleman.

1912, het jaar van zijn eerste publicatie, 1976, het jaar van zijn mooiste bekroning. Wat een enorme som van geestdrift en liefde van Droogmans voor de literatuur ligt daar niet tussen? Hij heeft in al die jaren niet alleen cultuurgeschiedenis geschreven, maar er ook gemaakt.

In 1947 kreeg Kamiel Huysmans aan de Amsterdamse Universiteit het Doctoraat Honoris Causa in de Letteren en Wijsbegeerte. De verantwoording van deze onderscheiding werd toen door de Rector samengevat in één uitdrukking: "wegens uitnemende verdiensten". Dit kan ook voor Droogmans gelden.

Limburg huldigt thans in hem de wijsheid van zijn geest en van zijn jaren, de erkenning van een rijk leven in een enthousiaste dienst van de letterkunde.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...