Groenplein - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

pp. 228-243
 
Lombaardstraat en Groenplein
  
Het 'Stadthuys' of huis 'de Heusch' aan het Groenplein, prentbriefkaart
In een schenkingsakte die op 14 december 1322 voor het college van burgemeester en schepenen werd verleden, wordt melding gemaakt van een huis gelegen in de straete gemeinelyck genaempt Lumbardenstraete. Uit deze zinsnede leiden wij af dat de Lombaardstraat in het begin van de 14de eeuw ook nog een ander naam moet hebben gehad.
 
De naam Lombaardstraat vindt zijn oorsprong in de oprichting van een lomberd-, lombard- of lommerdhuis, zijnde een bank en wisselkantoor naar het model van leenbanken die in de 14de en 15de eeuw in ettelijke steden van het Europese vasteland door Italianen (uit Lombardije) werden gehouden (1). In de omgangstaal der middeleeuwen was de naam Lomberden (of Lombardbanken) synoniem voor 'woekeraars'. Deze weinig scrupuleuze zakenlieden hadden in de belangrijke steden van Nederland en van het graafschap Loon financiële handelshuizen opgericht, die 'leentafels', 'leenbanken' of 'pandjeshuizen' werden genoemd. Hier kon men koopwaar, juwelen, meubelen of kledingstukken tegen geldwaarden in pand geven; bij de aflossing moest een kroos (of interest), die soms 35% bedroeg, worden betaald.
 
De Lombarden verzekerden het vreedzame voortbestaan van hun woekerinstelling door jaarlijkse betalingen aan de soevereinen; het bedrag daarvan liep vaak tot enkele duizenden goudstukken op. Deze vorstelijke bescherming, met klinkende munt afgedwongen, is een ruime verklaring voor het voortleven van de woeker, die vanaf de middeleeuwen tot in de 17de eeuw een plaag vormde voor de beschaafde volkeren. Vanaf de 17de eeuw werden de ontwrichtingen in het sociale leven zo onhoudbaar dat de regering naar middelen uitkeek om de kwaal in haar natuur zelf aan te pakken. De aartshertogen Albrecht en Isabella vaardigden beperkende maatregelen uit, waarbij de interesten van de woekeragenten op 21% werden vastgelegd. Weldra bleek die interest nog te zwaar, wat de overheid ertoe dwong leenhuizen (of leenbanken; in het Frans: monts-de-piété) onder staatstoezicht op te richten. In 1618 werd te Brussel aan de Lombaardstraat de eerste leenbank opgericht, waar geld tegen 15% werd geleend. In 1621 werd deze rentevoet tot 12% verlaagd. Rond het midden van de 19de eeuw werd deze bank van de Lombaardstraat naar de Sint-Ghislinusstraat overgebracht. Vanaf 1810 stonden alle gelijksoortige instellingen onder toezicht van de 'godshuizenraad' en functioneerden ze slechts ten bate van de liefdadigheidsinstellingen. Het volk behield de naam 'Lombarden' ook voor deze nieuwe instelling; mondgemeen zijn nog uitdrukkingen als 'zijn horloge naar matante brengen' of 'aan de nagel hangen', 'zijn snuifdoos naar de lommerd brengen'.
 
Op 14 juni 1621 zond prins-bisschop en graaf van Loon Ferdinand van Beieren (1575-1650) zijn zaakgelastigde Simon Mouillet naar Hasselt om er een Berg van Barmhartigheid (= leenbank; pandjeshuis) op te richten en alzo een einde te stellen aan de uitbuitingen en buitensporigheden van de woekeraars. Op 28 juli 1625 diende Mouillet in opdracht van de vorst met dezelfde zending naar Hasselt terug te keren; bij die gelegenheid stelde hij Gaspar Cleersnyders aan als directeur van de 'lommerd'. Nergens staat evenwel geboekt aan welke straat dit pandjeshuis gelegen was. Op 17 fructidor van het jaar VI (3 september 1798) schrijft J. Willers, voorzitter van de municipale raad, in antwoord op een vraag die hem op 28 augustus 1798 door het centrale bestuur was gesteld, dat er te Hasselt geen 'mont de piété ou lombard' bestond en nooit had bestaan (Registre de la correspondace interne commencé le 6 ventôse an 5). Het gichtregister van 1530 vermeldt nochtans dat op 19 maart meester Jan van Hilst, alias Beckers, waard van Den Helm en in 1535 regerend burgemeester, koper was van Het Lombardenhuys in die auwe straete utcomende in de Lombardstrate. Het gichtregister van 1423-1432 spreekt op bladzijde 68 van Joris Yservaert lombarder in die Cappelstraete. Een register uit de 18de eeuw citeert een Lombart in die raemstraet reg. Engelborchs en Schuppe.
 
In 1451 lag het huis van de gebroeders Lombarden aan de Kapelstraat; hun familienaam heeft evenwel niets te maken met de 'lomberden'. In de registers van de 15de eeuw is er sprake van Valeriaen Lombaert en syn broeder Jan-Baptis Lombaert. Beide broers hadden renten op verschillende huizen, o.a. in 1468 op Den Slutel naast De Draeck. In vroege archiefstukken, nl. in Latijnse akten van maart en oktober 1309, verleden voor burgemeester en raadsleden, wordt een zekere Faskinus Lombardus vermeld; dezelfde Faskinus verschijnt nogmaals in een akte van 29 oktober 1325 in verband met renten op huizen aan de Joedenstrothe.
 
De oudste stadsregisters leren ons derhalve dat er in vele straten burgers woonden die op eigen hand het beroep van 'lombard' uitoefenden. Het stadsbestuur trof tegen deze woekeraars strenge maatregelen.
 
Noordkant
-          De Scherpesteen (linkergevel) 
-          Het Haeske
-          Sint-Joris
-          De Dry Eemers
-          Anoniem huis
-          Anoniem huis
-          De Dolfijn
-          Vier anonieme woningen
-          Hoekhuis
-          Hoekhuis
-          Anoniem huis
-          De Zon
-          De Bonte Koe
-          Anoniem huis
-          Het Stadthuys (stadhuis)
-          De Kleyne Ooievaar
-          Het Cleyn Claverblat
-          Het Groot Claverblat
-          De Biekorf
-          De Bierkaer
-          De Groote Nobel
-          De Kleyne Nobel
-          De Panne
-          Anoniem huis
 
Zuidkant
-          De Gouden Hoorn (rechtergevel)
-          De Handboge Camer
-          Het Hooghuys
-          Twee uitgangen (van de Groote Dry Snoecken en de Kleyne Dry Snoecken, Aldestraat)
-          De Dry Trepkens
-          Anoniem huis
* Zwanensteeg (thans Zwanestraat)
-          Hoekhuis
-          Drie huizen
-          De Seepton
-          De Vetpan
-          De Meyboom
-          Anoniem huis
-          Uitgang (van Het Lombaerdenhuys, Aldestraat)
-          Anoniem huis
-          Overige huizen
* Houtmarkt (thans Dokter Willemsstraat)

(1)   Wisselbanken als deze waren tijdens de middeleeuwen in de steden een reële noodzaak, want in de handel van alledag gingen niet alleen allerhande metalen munten van plaatselijke en buitenlandse oorsprong van hand tot hand, de waarde daarvan verschilde ook van streek tot streek en van jaar tot jaar. De wisselaars zetten dat vreemd geld in gangbare landsmunt om en wisten het naar het land van oorsprong met grote winst terug te brengen. Deze 'Lombarden' hadden voor de uitoefening van hun beroep de machtiging van het stadsbestuur nodig (wat o.m. te Sint-Truiden het geval was) of werden oogluikend geduld (wat o.m. te Hasselt gebeurde).

Recent toegevoegd

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Van 2014 tot eind 2018 was Steven Vandeput minister van Defensie en Ambtenarenzaken in de federale...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...
1830-1836 : Vandenborn, Hubert 1836-1864 : Stas, Paul 1865-1877 : Berden, Guillaume 1878-1884 : de Grady...
1830-1861 Gaspard Vandereijcken (Schulen 1798-?), brouwer-eigenaar 1861-1866 Pierre Jean Adons (Stevoort...
In 2013 werd beslist om de stads- en OCMW-diensten samen te gaan huisvesten in een nieuw...