Het Haasken (Lombaardstraat) - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

p. 229

Het Haeske of Den Haes heette eertijds Het Bycaer.

In de 15de eeuw diende het huis tot stadsbrouwerij. In 1504 ontving de stad van meester van Elsrack (…) van stat paenhuys 708 Rg. 19 st. na dat tvurs. paenhuys afgesatt waes, item noch ontfange vand. bruketel, brucupe ende gereschappe vand. stat paenhuse dat al vercoicht waert aen meester van Elrack tsame 78 Rg. 2 st. De uitbating van deze brouwerij door de stad zelf, die het bieraccijns der brouwerijen van particulieren opstreek, was voor de brouwers een zware mededinging. Het aantal panissen (verbastering van ‘paanhuizen’ = brouwerijen) was destijds talrijk: in het begin van de 16de eeuw waren er vijftien, zonder de particulieren te tellen die een brouwketel voor eigen gebruik bezaten. Het brouwersambacht moest samen met de elf andere ambachten de burgemeesters en raadsleden kiezen. Het lijdt geen twijfel dat de brouwers bij die gelegenheid hun misnoegdheid jegens het gemeentebestuur lieten blijken. Het bieraccijns was nu eenmaal voor de stad een van de voornaamste inkomsten: het bracht in die tijd 3700 rijnsgulden op. Het is geenszins te verwonderen dat het stat paenhuys niet lang heeft bestaan. Het gebouw was toen nog geheel van hout en leem, wat de geringe verkoopprijs verklaart. Pas twee eeuwen later werd het van steen opgetrokken.

Na de brouwer van Elsrack werd het panis in 1542 uitgebaat door Bartholomeus Stoete. Toen was Het Bycaer tevens herberg en afspanning. Simon Facis was de volgende eigenaar en bewoner; zijn dochter Margaretha was gehuwd met Lambrecht Custyns, waard van Die Roess. In 1576 woonde er Gerrit, zoon van de waard uit Den Valck of De Dry Pistolen. In de eerste helft van de 17de eeuw was Arnold Hasenoten waard van Het Bycaer. Hij liet het in 1630 over aan Rener van Elsrack. De weduwe van Van Elsrack, Margrit Sjonckeren, verkocht het in 1632 voor 100 gulden jaarlijks aan Jacob Swennen. In 1655 ging Het Bicaer, met den neeren daer het ghereedschap van kuypen inhangt, voor 185 gulden jaarlijks van Swennen over naar Jan Bouman. In 1662 was Jan Bormans er de eigenaar van. Hij was evenwel wat de lasten op het huis betreft zulk een wanbetaler dat Het Bycaer in 1669 geëvinceert (uitgewonnen) werd door Joês Eyben, licentiaat in de medicijnen, die het als purgement (zuivering van de hypotheek) aan Jacob Swennen overdroeg. Swennen verkocht het huis met proclamatie (= publiek) aan Aert Haesevoets voor 169 gulden jaarlijks en 120 g. 2 st. lasten.

Op 12 februari 1716 werd Het Haesken voormaels Het Biekaer de eigendom van Michiel Hoelen, die bij de verbouwing van het huis onenigheid kreeg met de eigenaar van Het Vercken of Gulde Vercken aan de Demerstraat, wiens scalley reende aen de stallingen van het Haesken. Hoelen woonde in Diepenbeek en verhuurde Het Haeske op 7 januari 1701 aan Peter Squaden en in 1715 aan Arnold Gielis. Zijn zoon Henricus Hoelen werd rentmeester van de vrijbaanderij van Diepenbeek. Dat goed, dat ca. 400 bunders groot was, hing af van Alde Biesen. Hij moest op 2 maart 1736 Het Haeske met een borgstelling van 2000 gulden en acht bunders eigendom te Kuringen verzekeren. In 1738 verhuurde hij het huis aan Willem Jans. Herman Hoelen, zoon van Henricus en schepen van Diepenbeek, verbouwde het huis in 1760 van steen. Daarbij kreeg hij onenigheid over de scheidingsmuur met dokter Willems, eigenaar van De Scherpesteen. Op 28 december 1765 verhuurde hij het huis voor 37 patakons aan Simon Pickaer-Longré.

Op de tweede kermisdag van het jaar 1779 ontstond een vechtpartij. Arno Engelen uit de Rhetorica riep de hulp in van Joês Van Manshoven uit de Voetboge Camer aan de Grote Markt. De schout was afwezig en Van Manshoven, die regerend burgemeester was, werd in de herberg gemolesteerd en raakte gewond. Drossaard Jadin stelde zelfs een rechtsvordering tegen hem in en Van Manshoven kreeg een boete van 170 gulden, omdat hij zich had ingelaten met zaken die enkel tot de bevoegdheid van de schout behoorden.

In 1789 was Joannes Schouterden de eigenaar van het huis; hij is de laatste bezitter die in de gichtregisters wordt vermeld.

De weduwe Maris hield er in 1866 een herberg. Daarna woonden er achtereenvolgens Vliers, Ferdinand Willems (die het huurde van de weduwe van Leo Houben) en Frans Huysmans-Telen.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...