Isabellastraat - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

pp. 291-292
 
Hilarius d'Awaigne, monnik van het klooster te Alne (1) en in 1665 kapelaan van Herkenrode, verhaalt dat aartshertogin Isabella (13 augustus 1566 – 1 december 1633), echtgenote van Albert van Oostenrijk (+13 juli 1621), in de eerste jaren van de 17de eeuw een bezoek bracht aan Scherpenheuvel en tegelijk het h. Sacrament van Mirakel te Herkenrode kwam vereren. Zij werd begeleid door de aartsbisschop van Mechelen en gezant Alifer, die te Luik zijn residentie had. De kroniekschrijver vertelt niet, of de Infante bij die gelegenheid ook een bezoek bracht aan Hasselt. Mantelius gewaagt van dit bezoek in zijn Hasseletum en plaatst het in juli 1627. De vorstelijke ruiterij, die eigenlijk te Alken, Sint-Lambrechts-Herk, Wellen en Zonhoven had moeten verblijven, logeerde eveneens in de stad. De genoemde gemeenten moesten dan ook, zoals blijkt uit een brief van prins-bisschop Ferdinand van Beieren d.d. 15 juli 1627, de verblijfskosten vergoeden. De vorstin heeft een nacht op het stadhuis doorgebracht. Dit vererend bezoek aan onze stad en het nachtelijk verblijf op het raadhuis staan ongetwijfeld in verband met de straatnaamgeving van de Isabellastraet, die voor het eerst in 1671 in de gichten verschijnt. Ook duikt van dan af de voornaam Isabella in de doopregisters en in officiële akten met een opvallende regelmaat op. Eveneens staat na die tijd menig 'Beelken' als begijn of als kloosterzuster te boek. Vóór 1917 stond op het naambord 'Isabellestraat', met een e in plaats van a, een schrijfwijze die met de spelling van de gichtregisters overeenstemt.
 
Na het bezoek van onze eerste koning bij Kaatje Vanhex nam de gemeenteraad de volgende drievoudige beslissing: 1° de straat zou opnieuw gekasseid worden; 2° zij zou de naam Koninglyke Straet krijgen; 3° een muurplaat zou deze nieuwe benaming vereeuwigen. In 1834 werd de straat door aannemer Pieter-Jozef Sampermans uit Tongeren voor 6000 F met stenen van 'halve conditie' geplaveid. Het middenvak van de weg werd met goede bikstenen bestraat en de zijkanten met keistenen uit Gelieren (Genk). De Hasselaren hebben de benaming 'Koninklijke Straat' nooit gebezigd; de straat miste er trouwens elke allure voor. De Franse Republikeinen doopten ze na proefondervindelijke waarneming om tot 'rue aux poux volants' of Vliegendeluizenstraat, wat duidelijker het vroegere leefmilieu van de buurt weergaf.
 
Tot 1830 stonden aan de westzijde van de Isabellastraat lemen en houten huisjes, bewoond door bescheiden gezinnen. Elk huisje dan zijn mesthoop vóór of naast de deur. Aan de overkant van de straat stond de hoge muur van het klooster der minderbroeders. Daar waar de kloostermuur ophield, werden in het tweede kwart van de 19de eeuw door Jozef Maes op de plaats van diens jeneverstokerij vier renteniershuizen gebouwd. Die jeneverstokerij verving sedert 1819 de Stadtschuere, een groot gebouw van hout en leem waarin 80 tot 100 paarden konden worden gestald. Zij diende als onderkomen voor de voorbijtrekkende ruiterij. In 1819 werd ze te koop gesteld; vier jaar later bouwde de stad een stenen schuur dicht bij de Reddelberg en het Prinsenhof aan de huidige Dokter Willemsstraat.
 
Ten zuiden van de rentenierswoningen van Jozef Maes lag het voormalige schrijnwerkershuis van Leonard en Hubert Oyen. Daarnaast verrees de linkergevel van het oude ziekenhuis De Pasteye aan de noordkant van de Minderbroedersstraat; in die gevel werden twee woningen uitgespaard. Op de plaats van het schrijnwerkershuis stond in de 17de eeuw het huis van Maria-Elisabeth Steenweghs, weduwe van Gerard Poelmans. Die verkocht haar woning op 19 juli 1718 voor 130 gulden aan Henrica Beyns, weduwe van Antoon Hermans.
 
Na 1830 werd de waterput van de Isabellastraat van een pomp voorzien. Beide zijn reeds lang opgeruimd.
 
Kattegat(straat) en Molenpoort zijn thans parkeerplaatsen. De ingekorte Isabellastraat loopt thans tot aan de hoek van de kloostertuin van de minderbroeders. In de (nog altijd) hoge muur hebben de paters een uitgangspoort.

(1) Alne was een gehucht van Gozée bij Thuin (Henegouwen). In 656 stichtte de heilige Landelinus er een abdij, die in 1794 door de Fransen werd platgebrand. De Franse zegwijze 'Faute d'un point Martin perdit son âne (alne)' spruit voort uit het feit dat abt Marten van Alne boven de toegangspoort een opschrift aanbracht waarin het leesteken op de verkeerde plaats staat: Porta patens esto nulli, claudatur honesto. Na esto diende een punt te staan om de betekenis 'Laat deze poort openstaan; zij worde voor geen eerzaam man gesloten' te behouden. Met de komma achter nulli staat de poort voor niemand open en wordt de eerzame man buitengesloten, zodat abt Marten zijn abdij door een punt verloor.

Recent toegevoegd

Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...
Auteur: Jean Nicolaï Kunstschilder Antoon Emile Arnoldus Georgius Kolb werd in Hasselt geboren in 1889...
Pagina in opbouw. Informatie, foto's en verhalen over de Hasseltse politie zijn welkom. In 1991...

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Van 2014 tot eind 2018 was Steven Vandeput minister van Defensie en Ambtenarenzaken in de federale...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...