Kapel van de Paardsdemer (Zuivelmarkt) – uit: Bijna 600 jaar O.L. Vrouw van de Peerdsdemer te Hasselt (1966)

Description

Het beeld kwam over de demer gedreven...

Een van de oude Hasseltse legenden verhaalt ons hoe in 1374, op de feestdag van Maria-geboorte, een O.L. Vrouwbeeld de Demer afdreef. Het werd opgevist aan de brug, die in die tijd nog over de Demer in de Paardsdemerstraat (nu Zuivelmarkt) lag. Het is een rechtstaand beeld met op de linkerarm het Kindje Jezus, dat zijn handje uitstrekt naar een appel die O.L.Vrouw in de rechterhand draagt. Het beeld werd aanroepen tegen de koortsen, waarbij men telkens een zakje zout offerde.

In 1375 liet het stadsbestuur voor het beeld op eigen kosten een kapel vervaardigen. Deze kapel, die waarschijnlijk in hout was, werd aan de brug aan de Paardsdemerstraat geplaatst, waar weldra het beeld zou vereerd worden als O.L.Vrouw van de Peerdsdemer.

In 1537 boekt het stadsbestuur een uitgave voor het plaatsen van een glazen venster en een traliedeur. In 1530 werd een leeuwtje vervaardigd om op de kapel te plaatsen. Zoals in de 16e eeuw op verschillende plaatsen de mode was, werd ook het O.L. Vrouwbeeld van de Peerdsdemer gekleed in een fluwelen mantel. Rond die tijd is het ook geweest dat het beeld gepolychromeerd werd door J. Damien.

Tijdens de beeldenstorm in 1567 moest ook de Peerdsdemerkapel het ontgelden. En toen op de 22 december van datzelfde jaar 's morgens te vijf uur mej. Lenaart de kapel passeerde, bemerkte zij dat het O.L.Vrouwbeeld uit de kapel gegooid was en de fluwelen mantel aan stukken was gescheurd.

De eerste stenen kapel is gebouwd in 1638, want in dat jaar wordt door het stadsbestuur een uitgave geboekt van 119 gulden, voor het welven van de demer en het metselen van een kapel.

Hendrik Bormans en zijn echtgenote Elisabeth Swennen schonken aan de kapel van de Peerdsdemer een stuk grond.  Deze grond was gelegen buiten de Kuringerpoort langs het Dormaelpad. De huur van deze grond werd gebruikt voor het onderhoud van de kapel en om het jaarloon van de koster te betalen.

In die tijd had de kapel als bijnaam «Het Peperhokje». Deze bezat waarschijnlijk ook een torentje, want in 1734 werd voor de kapel een klok gewijd.

Voor 1691 moeten zich verscheidene mirakelen voorgedaan hebben, want vanaf 1691 spreekt men van «Het mirakuleus beeld van de Peerdsdemer».

In 1786 was de kapel erg vervallen, want op 22 juni stuurden de buren van de kapel een smeekbrief naar de burgemeester van de stad, waarin zij aandrongen op spoedige herstellingswerken van de kapel. De herstelling van de kapel zal, wegens het erge verval, nutteloos geweest zijn, want in hetzelfde jaar begon men met het herstellen der brug. En op 16 september 1794 begon men met de bouw van een nieuwe kapel.

De voorgevel was geheel in arduin, die het stadsbestuur bij Gathy te Luik had gekocht voor 900 gulden. Het was een rode bakstenen, rechthoekige kapel, met op de nok een torentje waar men de oude klok van 1734 terug in hing. Na de voltooiing werd P.-J. Jacobs door deken de la Court aangesteld als Rector van de kapel.

Tijdens de Franse revolutie moest kommissaris Joris Baert de inventaris opmaken van de kerken en kloosters van Hasselt. De toren van de Peerdsdemerkapel werd afgebroken en ze werd gebruikt als bergplaats van de brandspuiten. Daarvoor had men reeds het altaar afgebroken en samen met het beeld en de kunstwerken in veiligheid gebracht.

Na de Franse revolutie werd in 1802 de kapel heropend. G. Lieten plaatste het altaar terug en ook de kunstwerken en het beeld namen hun vorige plaats in.

Naar het schijnt las de pastoor van het Begijnhof, E.H. Hoelen, er toen al sinds twee jaren de H. Mis.

In 1812 werd ook het torentje terug op de kapel geplaatst en in 1839 werd door P.-J. Jacobs de inventaris gemaakt van al de bezittingen der kapel.

In 1874 werd het beheer van de kapel, die het stadsbestuur sinds de oprichting van de kapel had, overgenomen door de kerkfabriek van St.-Kwintinus.

Omdat de kapel te ver vooruitsprong in het midden van de Zuivelmarkt en in de nabijheid van de stokerij een hinderpaal was voor het verkeer, wilde de burgemeester van Hasselt de kapel laten slopen. Doch men besloot een andere te bouwen tussen de schuur van het Begijnhof (nu het Prov. Auditorium) en de school der Broeders van Liefde. (Nu lagere afdeling van het St.-Jozefskollege).

Omdat de inkomsten van de kapel niet hoog waren en alleen geldinzamelingen werden gehouden op Witte-Donderdag en Goede Vrijdag, besloot de kerkfabriek een geldinzameling te houden onder de bevolking van Hasselt. Onmiddellijk werd er aangevangen met de bouw van de kapel, zodat de nieuwe kapel van de Peerdsdemer reeds voltooid was op 5 augustus 1874. Op de 14e september 1875 werd de 500e verjaardag van de kapel luisterrijk gevierd. Bij die gelegenheid schonken de buren van de kapel het O.L.Vrouwbeeld een fluwelen mantel. Op 27 juli 1878 werd de sleutel van de kapel officieel aan de kerkfabriek overhandigd.

In 1938 kocht de provincie Limburg het Begijnhof en in 1959 werd de oude vleugel van het begijnhof, waar de kapel van de Peersdemer aan grensde, afgebroken alsook de kapel. Deze werd vervangen door een nieuwe vleugel waar tegelijkertijd een nieuwe kapel van de Peerdsdemer werd ingebouwd.

De Paardsdemerstraat

In een schepenakt van 1456 is er voor het eerst sprake van een peertse of peertshuis, in de (huidige) Paardsdemerstraat. De naam peerts of pierts zou waarschijnlijk afkomstig zijn van het latijnse woord «pertica», wat roede of staaf betekent. Ook in het Frans vinden we perche, wat eveneens staaf of roede betekent. Waarschijnlijk werden deze staven gebruikt om tijdens het keuren de lakens over te hangen. Wellicht was het peertshuis op de peerts een gildehuis der lakenwevers, waar zij samen kwamen om hun lakens te laten keuren.

Ook weten wij dat in 1375 tijdens de onlusten onder de ambachtslieden van Leuven verschillende lakenwevers naar Hasselt zijn overgekomen, waardoor Hasselt in die jaren een tamelijk grote lakennijverheid kende.

Ook weten wij dat er in de Raamstraat een «Raemhoiff» bestond waar de ramen, om lakens te weven, verhuurd werden. Aan deze ramenstapelplaats is het ook dat de Raamstraat haar naam te danken heeft.

In een bouwregister van 1555-56 staat: Item gecocht aen Chyre Kempeniers sevan halt kens tot die pertsdrenke op die pertsdemer..., en Item nog betaelt aen Jan Vesters, Timmerman, van dat hy drinck op de Pertsdemer gemaect heeft...

Hieruit kunnen we opmaken dat er in die jaren aan de demer aldaar twee drinkplaatsen waren voor de paarden. Het zou niet uitgesloten zijn dat de naam Paardsdemerstraat ook hieraan zou ontleend zijn.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...