Kapel van de Paardsdemer (Zuivelmarkt) – uit: Bouwwerken voor Oprichting van modern Museum te Hasselt aangevat / O.L.V. Kapel van de Paardsdemer wordt verplaatst (1957)

Description

Enkele dagen geleden werden te Hasselt, op last van de provincie, de bouwwerken aangevat van het modern museum. Zoals men weet of zoals men zich wellicht zal herinneren, heeft de provincieraad, tijdens de zitting van oktober 1956, de nodige kredieten ter beschikking gesteld om het Begijnhofcomplex uit te breiden en aldaar een nieuwe vleugel op te richten waar, naast een afdeling van moderne kunst, eveneens geschiedkundige afdelingen zullen worden ingericht, die herinneren aan de Boerenkrijg of die betrekking hebben op de industriële ontwikkeling van onze provincie en aan de steenkolenontginningen.

Op de Zuivelmarkt was de provincie nog eigenaar van een gebouw, namelijk dit, waar tijdens de oorlog de provinciale vroedvrouwenschool gevestigd was en waarin, na de oorlog, een tijdlang het provinciaal hoger handelsinstituut een voorlopig onderkomen had gevonden. Naast dit gebouw lag de lagere school van de Broeders van Liefde en toen, enkele maanden geleden, een gedeelte van dit gebouw te koop werd gesteld, kocht de provincie dit dadelijk aan teneinde te kunnen overgaan tot de verwezenlijking van plannen, die reeds geruime tijd ontworpen waren.

De afbraak van de oude gebouwen is aangevat en binnen een paar dagen zal ook het gedeelte van de Broedersschool gesloopt zijn, zodat de aannemer dan onmiddellijk met de bouwwerken zal kunnen beginnen. De nieuwe vleugel van het provinciaal museum zal op 31 december 1957 onder dak moeten staan, zodat volgend jaar de inwendige uitrusting voltooid zal worden. Op dit ogenblik zijn kredieten, ten belope van 8 miljoen frs., ter beschikking van de deputatie gesteld.

DE KAPEL OP DEN PEERTSDEMER

Tussen het gebouw, eigendom der provincie, en de school der Broeders, vlak op het einde van de Paardsdemerstraat, stond de eeuwenoude kapel die de Onze Lieve Vrouw-Kapel op den Peertsdemer genoemd werd. Ook deze kapel werd afgebroken, doch men hoeft zich niet ongerust te maken. Dit heiligdom zal in zijn oorspronkelijke staat weder worden opgericht in de Bonnefantenstraat, naast het nieuwe gebouw van het museum en de nog resterende vleugel van de school der Broeders.

De oorspronkelijke «Kapel op den Peertsdemer» zou, volgens een studie die dhr Constant Vanderstraeten in de jaren 1915-16 publiceerde in «Limburgse Bijdragen», dateren uit de tweede helft der veertiende eeuw. Ten jare, 1374, aldus beweert men, zo schrijft dhr Vanderstraeten, op O. L. Vr. Geboortedag, kwam daar ter plaatse een Lieve Vrouwbeeldje op de Demer aangespoeld. Het werd opgevist en een kapel verrees weldra op de plaats waar het wonder geschiedde.

In hoeverre men geloof kan hechten aan zulke volksoverlevering gaan we niet onderzoeken, doch het staat vast, dat reeds in de eerste helft van de zestiende eeuw een «lievevrouw huysken» bestond op de Paardsdemer. Op dat ogenblik was er geen sprake van een eigenlijke kapel, doch wel van een huisken of houten kastje waarin het Lieve Vrouwbeeld stond. Enkele jaren later werd dit kastje, voorzien van een glazen venster, terwijl het omringd werd door een traliënhekken.

Ten tijde van de Beeldstormerij had het beeld zwaar te lijden en het werd naar de hoofdkerk gebracht en neergelegd op het Sint Quintinusaltaar.

Het primitieve kapelleken bleef nog meer dan 100 jaar staan, want in 1684 deed het stadsbestuur een uitgave van 119 gulden voor het overwelven der beek en het opmetselen van het Lieve Vrouwhuisken.

Honderd jaar daarna was deze kapel bouwvallig geworden en op 22 juni 1786 zond de burgerij van de stad aan Burgemeesters, Gezworenen en Raad der Stad Hasselt een verzoekschrift om toelating te vragen de nodige herstellingen aan te brengen. Het verzoek werd billijk bevonden en ingewilligd. De stad kwam tussen in de onkosten voor de som van 90 gulden.

DE FRANSE REVOLUTIE EN ANDERE TRIBULATIES

In de loop van de verdere geschiedenis bleef de Kapel van de Paardsdemer niet van andere tribulaties gespaard. Het besturend bewind van de Franse Republiek vaardigde op 17 maart 1799 een bevel uit, luidens hetwelk alle kapellen en bidplaatsen, die langs de openbare weg stonden, moesten verkocht en afgebroken worden.

De Kapel op den Peertsdemer werd derhalve gesloten tot in 1802 en had het karakter en het uiterlijk van een bidplaats verloren. Het altaar was weggenomen; de beelden, juwelen en versierselen waren in veiligheid gebracht en enkel de toren, met het klokje erin, herinnerde nog aan de vroegere bestemming van het gebouw. Ook die toren zou weldra verdwijnen, vermits de Franse commissaris bevel gaf hem af te breken, zodat het tempelke eruit zag als een schuur.

Bij de heropening dienden belangrijke herstellingswerken uitgevoerd te worden en het duurde tot in mei 1812, eer het torentje kon heropgetimmerd worden.

Het jaar 1874 was, volgens de overlevering, de 500ste verjaardag van het bestaan der kapel. De Hasselaren namen deze gelegenheid te baat om dit jubileum te vieren en de plechtigheid greep plaats op 14 september, in een met de pauselijke en driekleurige vaandels versierde kapel.

Vanaf 1847 had nochtans de kerkfabriek van St Quintinus het beheer van het kapelleke overgenomen en het gemeentebestuur hield zich vanaf 1868 onledig met een verzoek tot afbraak of verplaatsing van het gebouw. Aangezien het pleintje gans ingenomen was door de vooruitspringende kapel en er in de buurt twee stokerijen stonden, waren er al meer dan eens ongevallen voorgevallen. Maar de bevolking wilde niet horen van een opruiming en manifesteerde haar ontevredenheid op een typische manier. Een zekere heer Platel (nvdr: Joseph Platel, geboren in Hasselt 1833, jeneverstoker in de Paardsdemerstraat), gemeenteraadslid, die in 1868 het eerst met een voorstel tot afbraak der kapel was voor de dag gekomen, werd bij de volgende verkiezingen doodeenvoudig niet herkozen.

DE NIEUWE KAPEL

Toch nam de gemeenteraad, in 1874, een voorstel aan tot verplaatsing van het heiligdom en de Kerkfabriek begon dadelijk met de uitvoering van de werken. De sleutels van de nieuwe kapel werden op 27 juni 1878 aan de Kerkfabriek overhandigd.

Deze kapel, deze die thans verplaatst wordt, werd in modern-romaanse stijl opgevat en het oude beeldje werd op het altaar geplaatst. Nochtans verleende de bisschoppelijke overheid geen toelating meer om er de H. Mis op te dragen.

Het Kapelleke op den Peertsdemer werd, ook op onze dagen, door vele gelovigen bezocht en men bad er bijna dagelijks de Rozenkrans vóór het beeld der Moeder Gods.

Dit beeld, dat thans opgeborgen is in het bureel van dhr conservator van het museum, is vervaardigd in gothische stijl en, op aanwijzingen van Priester Pol Daniels, werd het destijds, door vaardige kunstenaars, in zijn oorspronkelijke kleuren hersteld. Zoals het beeld op dit ogenblik is bewaard gebleven, geeft het trouw de oorspronkelijke vorm aan, die de beeldhouwer er aan gaf, toen hij het, zoveel honderd jaar geleden, ontwierp.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...