Kapel van de Paardsdemer (Zuivelmarkt) - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

pp. 216-217

Het Capelleke van den Pertsdemer

Op de plaats waar de Nieuwe Demer en de Hellebeek in elkaar vloeiden, lag in de 15de eeuw (en wellicht nog vroeger) een houten brug, die de Zuivelmarkt verbond met de Blinde Muren (= Bonnefantenstraat). De registers van die tijd en ook die van de 18de eeuw (folio 268 van gichtboek 272 van het jaar 1777) noemen deze weg Brugstraet; tevens vermelden zij dat het lieve vrauwe huysken op den Pertsdemer stond. De overlevering wil dat het beeld van Onze-Lieve-Vrouw op Maria's geboortedag van het jaar 1374 op deze plaats van de Demer kwam aangedreven en werd opgevist. Het beeld werd daar ter verering door de vrome voorbijgangers in een nis geplaatst. Een halve eeuw later is er in de stadsregisters al sprake van het lieve vrauwe huysken aan de brug. Het register van bouwmeester Jan Beckers vermeldt anno 1530-1531 een uitgave van 12 Rg. 6 st. voor het herstellen van de brug door timmerman Koen Koeners, met als opdracht ze wyer ut metten lieve vrauwe huysken te hersetten soe men daer voerder sien maech. Op folio 11 wordt een andere stadspost vermeld van 18 stuiver voor het snyden van een leuwken gesatt opt lieve vrauwe huysken. Dit hersetten wijst niet op een naar achter plaatsen, aangezien het bedehuisje tot 1877 het verkeer bleef hinderen. Het register van bouwmeester Philip Gielkens wijst nog op een post in de stadsrekeningen in 1536 voor het plaatsen van een gelaes vinster in een yseren gerympt. De stad deed dus heel wat uitgaven voor dit beeld, dat door de bevolking voor miraculeus werd gehouden. Deze zienswijze bleek duidelijk uit het legaat van Henricus Bormans-Swennen d.d. 15 oktober 1691: laeten tot het alt miraculeus beldt van de moeder Godts op den Peertsdemer (…) onsen hof op den dormael pat.

Het bedehuisje ontsnapte niet aan de vernielzucht van de beeldenstormers: op 22 december 1567 werd het beeld uit het bedehuis geworpen; de buurtbewoners brachten het naar de hoofdkerk. In 1683 noteerde stadsbouwmeester Adam Stellingwerff in zijn register een uitgave van 119 gulden voor het overwelven van de beek en het opmetsen van het lieve vrauwe huysken. Een eeuw later was het kapelletje bouwvallig. Het werd door de burgerij hersteld, nadat een stadstoelage van 70 gulden was goedgekeurd. De stad gaf bovendien 276 g. 15 st. 2 oord uit aan het leggen van een stevige boogbrug over de Demer. Die herstelling van het jaar 1794 bracht aanzienlijke uitgaven met zich. De arduinen gevelstenen werden te Luik voor 900 gulden aangekocht. Bij die gelegenheid werd op de stenen kapel een torentje met klok geplaatst. De grote weldoener van de kapel was Jan Jacobs (burgemeester in 1786-1787 en 1793-1794). In de volksmond werd ze zelfs de Jacobskapel geheten. Deze populaire benaming leidde wel eens tot verwarring met de Sint-Jacobskapel aan de Demerstraat.

In 1867 nam de kerkfabriek van Sint-Quintinus het bestuur van de kapel over. 's Avonds werd er de rozenkrans gebeden door Bertrands uit de Aldestraat of door de vader van boekbinder Seraphinus Lieten uit dezelfde straat. Deze laatste was geboren in Het Cleyn Huys, naast het hoekhuis van de Paardsdemerstraat en de Raamstraat. De ouders van Bertrands woonden ook in de buurt van het kapelletje. De volgende voorbidder was de broer van de schrijver en leraar Jan-Arnold Milis en vader van de weduwe Frenay-Milis uit de Gasthuisstraat. Laatstgenoemde dame zorgde gedurende vele jaren voor het onderhoud van de kapel, waarvoor zij de opbrengst van genoemde stichting 18 F ontving. Tot in de 20ste eeuw werd het vrome gebruik van het rozenkransgebed bij de kapel voortgezet.

Tijdens het vierde decennium van de 19de eeuw poogde een man zich op die plaats in de Demer te verdrinken. Overigens verdronk er een kind in de rivier. Ook gebeurden in de buurt van de kapel talrijke ongevallen, omdat het bedehuis het voertuigenverkeer belemmerde. Het wagenverkeer was hier vrij druk omdat er verscheidene jeneverstokerijen in de buurt lagen. Een van deze stokers, Jozef Platel-Vinckenbosch, vader van Jozef Platel-Jaminé, die tevens gemeenteraadslid was, deed op 9 april 1868 op het raadhuis een eerste voorstel tot afbraak van de kapel, wat hem bij de bevolking de bijnaam van kapellenafbreker opleverde. Het is niet geweten of zijn ontslag op 4 juni 1868 hiermee in verband staat. De stadsarchitect Isidoor Gerard had ondertussen een plan en een bestek opgemaakt, waarvan de onkosten op 7000 F werden geraamd. Willem Van Rey verbeterde het voorstel-Platel in een volgende gemeenteraadszitting: de bestaande kapel zou worden afgebroken en weer opgebouwd op de lijn van de huizen tussen de schuur van het begijnhof en de school van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis. De schuur zou later worden ingericht tot woning van de Broeders van Liefde. Dat nieuwe voorstel, dat door burgemeester Julius Nagels werd gesteund, werd tijdens de zitting van 5 augustus 1876 aangenomen. De bouwwerken werden spoedig aangevat en op 27 juni 1877 voltooid. De nieuwbouw in neoromaanse stijl werd bekroond met een sierlijk torentje waarin het oude klokje met het jaartal 1734 werd opgehangen. De bouwwerken kostten 9600 F. Boven de toegangsdeur prijkte in de voorgevel het beeldje van Sint-Aloysius (volgens de volksoverlevering stond in de gevel van de vorige kapel het beeld van Sint-Jacob). De nieuwe kapel werd evenwel door het optrekken van een muur naast de voormalige schuur van het Begijnhof van lucht beroofd en door vocht aangetast.

Tijdens de Zevenjaarlijkse Feesten trekt de processie voorbij het Onze-Lieve-Vrouwkapelletje, dat dan sierlijk is getooid. In 1957 werd de kapel nogmaals afgebroken en in 1958 door een stijlvolle moderne versie vervangen.

p. 314

Het kapelleke van den Pertsdemer was altijd gelegen op de linker- of zuidelijke oever van de Demer, maar niet op de plaats waar het zich thans bevindt. Vroeger stond de kapel praktisch midden op straat, zodat het verkeer uiteraard ernstig werd belemmerd. Ernaast lag een brug over de rivier, die het de wandelaar mogelijk maakte naar de Blinde Muren of Bonnefantenstraat over te steken. Dit gedeelte van de straat heette Bruggestraet. Op dat punt kwam de steeg uit die haar vertrekpunt naast Het Fortuyn aan de Demerstraat had, de Raamstraat kruiste, langs die hoeserkens en achter Den Nachtegael of het jongensweeshuis verderliep tot bij het kapelletje van de Pertsdemer, waar ze de straat kruiste, vervolgens het begijnhof dwarste en ten slotte tegenover die laus op de stadsvesten uitkwam.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...