Les Vrais Amis - De Ware Vrienden - uit: Jules Klock (2000)

Description

pp. 17-20

Auteur: Barbara Wijckmans

De Ware Vrienden

Het oprichten van verenigingen was vorige eeuw een burgerlijke bedoening en beperkte zich vooral tot de heersende begoede klasse. De aanvankelijk leidinggevende, Franstalige associations waren dikwijls een springplank voor de politici. Het is opvallend dat de Société Royale de Sainte-Cécile (1842) opgericht werd toen de katholieken op het plaatselijke politieke vlak in de minderheid waren, terwijl les Vrais Amis (de latere Ware Vrienden) en les Mélophiles de kop opstaken op het ogenblik dat de liberalen in de oppositie zaten.

Op Oudejaarsavond van 1861 "vereenigden zich een 50-tal jongelingen uit den burgerstand en namen zij den franschen naam van Société les Vrais Amis om zich op een deftige manier te vermaken met het inrichten van alle slag van feesten". Dat deze oprichting meer was dan louter dronkemansvoornemens blijkt uit het jarenlang standhouden van de vereniging. In 1868 brengen de Vrais Amis zelf hun eerste toneelopvoering en er wordt besloten de traditie van de oude rhetoricakamer De Roode Roos te hernemen en de naam van de vereniging te veranderen in De Ware Vrienden. Zij kozen als leuze "Soort zoekt Soort", wat gesymboliseerd werd door twee in elkaar gestrengelde handen.

Op 8 oktober 1876 gaf Leopold II de toelating om de maatschappij tot "Koninklijk" te verheffen. Het lokaal van de vereniging "Het Voskes" werd ook datzelfde jaar te klein bevonden en men verhuisde naar het gewezen Augustijnenklooster in de Kapelstraat dat plaats bood aan 1200 toeschouwers. Onder het beleid van de voorzitter Désiré Delhuvenne en de secretaris Winand Klock behaalde de maatschappij talrijke eerste prijzen bij toneelwedstrijden: Antwerpen 1869, Breda 1875, Dendermonde 1877, Brussel 1882, Oostende 1883. Aan het prachtvaandel, gift van Leopold II, prijkten al vlug tal van eredecoraties.

Eigen naam, eigen vaandel, eigen schouwburg…

In 1888 was het zover. Op de Grote Markt te Hasselt werd de eerste steen gelegd van de eerste schouwburg in gans Limburg!

Meesters van buiten Limburg werden gecontacteerd bij het opsmukken van deze zaal. Het toneelgordijn werd geschilderd door Eduard Lemaitre uit Luik en de luster werd geleverd door Paul Pilate uit Brussel. Met zijn doorsnede van 2,75 m., zijn hoogte van 4 m. en zijn 130 lichten werd deze verlichtingsbron een sensationele attractie voor de ganse stad. De zaal kreeg de naam Eden toebedeeld, ongetwijfeld verwijzend naar het aardsparadijs, en werd het liberale hoofdkwartier. De katholieke verenigingen konden in die tijd terecht in het Casino aan de Leopoldplaats en de strijd tussen beide fronten werd openlijk gevoerd.

Zoals het bij verenigingen gebruikelijk is, werd elke herdenking passend gevierd. In 1893 werd het 25-jarig en in 1912 het 50-jarig jubelfeest als toneelmaatschappij gevierd. De opvoeringen van "Liefdedrift" van Nestor De Tière en "Vader Pluimsteen" kenden een geweldig succes.

De schouwburgzaal der Ware Vrienden werd niet enkel gebruikt om eigen producties ten tonele te brengen. Andere gezelschappen vonden er hun thuishaven, bijv. Zang- en Toneelmaatschappij "Zucht naar Vooruitgang" en de Turnkring Exelsior.

In 1914 brak echter de wereldoorlog los met als belangrijk gevolg dat de maatschappij van haar lokaal beroofd werd. Duitse soldaten huisden er in 1914, 1915 en 1916, terwijl ook de Noodcommissie op haar beurt een gedeelte van de lokalen in beslag nam. Wel werden er tijdens de oorlog een aantal weldadigheidsfeesten gehouden ten behoeve van de noodlijdenden. In oktober 1919 werd opnieuw van wal gestoken met "Kleine Menschen".

Jules Klock was ook niet blijven stilzitten en bracht direct na de oorlogsjaren wind in de zeilen met "'Ch weet wel eit?!" of "Les Moules… hein? Qui chantent", een titel geïnspireerd op een Franstalig spektakel "Les Moulins qui chantent". Uit die tijd dateren eveneens "D' oas 'n Fuite anne Compteur" en "Volle Gaas". Deze en andere lokale operetten en revues, tintelend van humor en patriotisme, en steeds met een vleugje "amour", brachten roem en luister aan de Maatschappij.

Met de tijd meegaand, werd de schouwburg aangepast om gebruikt te worden als filmzaal. De grote kroonluchter hinderde bij de filmvoorstellingen en werd verwijderd. Cinema-uitbater Jules Klock koppelde zelfs af en toe een filmvertoning aan één of twee revues op eenzelfde avond. De ruime zaal was meestal te klein en menig stuk moest tot tienmaal toe heropgevoerd worden.
Ook buiten Hasselt kende de vereniging groot succes en men trad meermaals op te Tongeren, Sint-Truiden, Velm of elders.

In 1928 weer feest! Ten gevolge van het 60-jarig bestaan van de toneelvereniging en de 65-jarige viering van de maatschappij organiseert het gezelschap een nationale toneelwedstrijd waaraan vooraanstaande toneelgroepen vanuit Antwerpen, Lier, Brussel, Leuven en Mechelen deelnamen.

Gedurende de bezettingsjaren 1940-1945 bracht de operette "Madammeke vriech ne chauffeur" en de parodie-revue "Ne Pial van ne Kial" en welkome verpozing. Hier en daar werd door de bezetter wat in de tekst geschrapt of veranderd. Zo moest een speler, gekleed in een Belgisch legeruniform, in burgerkleding verschijnen.

Het speelseizoen 1945-1946 opende met het nieuw lachsucces "Amor! Amor! Amor!" van Jules Klock waarmee de "zwartgalligsten worden uitgedaagd". Samen op de affiche stond eveneens aangekondigd "Deures Jennekens en ze Veier?!", een operette-revue van tussen de twee wereldoorlogen.

In 1949 schreef Jules Klock een van zijn laatste revues "Koem Dj' ens Keike?" en zelf speelde hij een laatste titelrol in "De Niet-Dodelijke Kus", dat eveneens op het programma stond van de Grote Hasseltse Toneelavond, een huldebetoon aan Armand Grené en Jules Klock naar aanleiding van hun jubileum als spelend lid. In de programmabrochure werd Jules Klock als voorbeeld gesteld voor het cultureel leven in gans het land: "Aan Klock dankt het liefhebberstoneel oneindig veel. Zijn pionierswerk was een bron van ontwikkeling en culturele kracht".

Na de tweede wereldoorlog was Klock's grootste bekommernis het gezelschap te verjongen. Hij had met dat inzicht in 1931 reeds een soort jeugdorganisatie op touw gezet om na een paar jaar toneelervaring toe te treden tot de "oude garde". Omdat De Ware Vrienden moesten blijven bestaan maakte hij bewust plaats voor een jongere generatie maar bleef steeds het reilen en zeilen van nabij volgen en stond steeds de vereniging met raad en daad bij.

Bij zijn viering in 1949 waardeerde hij het ten zeerste dat een zo jonge voorzitter, Gaspard Aerden, aangesteld in 1947, de hulderede mocht uitbrengen.

Als lid van de oudste Hasseltse toneelvereniging kantte hij zich aanvankelijk tegen de fusionering met een ander jonger gezelschap. Nadien heeft hij zich akkoord verklaard met de oprichting van de Ware Vrienden-Climax. Omwille van een aantal meningsverschillen hebben een aantal leden zich later teruggetrokken en zijn onder een andere naam gaan spelen. De overgebleven "Ware Vrienden-Climax"-leden zochten naar een eenvoudiger benaming en kozen "Het Hasselts Toneel".

Het is deze toneelvereniging die in 1976 Jules Klock "herontdekt". Onder het regisseursoog van Willy Van Heesvelde bracht het gezelschap "Amor! Amor! Amor!" (= Keeb Kapsel es 'n commercant) en "Madammeke vriech ne chauffeur" (= As de soepappe gerodeerd zèn!). Een jaar later vergastte Het Hasselts Toneel op aanvraag van talrijke enthousiastelingen, de kijklustigen op een twee revue-avond. Zij brachten "De Niet-Dodelijke Kus" en "Deures Jennekens en ze Veier?!". Weer zwaaide Willy Van Heesvelde de regie-stok. Voor een tweede maal werd, zoals ten tijde van Jules Klock reeds, de muzikale begeleiding verzorgd door dhr. H. Lelièvre.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...