Maes Arnold - uit: 100 invloedrijke Limburgers (2001)

Description

pp. 151-152

Arnold Maes
Afrika-reiziger onder Leopold II
Hasselt * 1854-1878

"De Europeanen dwalen, als zij de negers voor lui uitmaken. Ik heb bewonderd wat groote lasten zij dragen en ik heb het zeer natuurlijk gevonden dat zij in een uitputtend klimaat genegen zijn tot rust. Als wij aanmerken hoezeer wij klagen wanneer wij enige uren gewerkt hebben, dan zouden wij niet zoveel mogen vergen van lieden, in wier land wij komen, meestal om er rijkdommen te verzamelen, die de inboorlingen ons gewillig afstaan". 

Met een opmerkelijk open blik keek Arnold Maes naar de Afrikanen die hij op zijn reis naar het hart van Afrika tegenkwam. De Hasselaar was lid van een expeditie die Leopold II in 1877 had uitgestuurd om er de stichting van een privé-kolonie voor te bereiden. De expeditie bracht Maes weinig geluk: op 14 januari 1878 stierf hij op het eiland Zanzibar, voor de Oost-Afrikaanse kust. 

Arnold Maes werd op 24 maart 1854 aan de Zuivelmarkt in de provinciehoofdstad geboren. Zijn ouders waren middenstanders die hun zoon konden laten studeren. Nadat hij aan het Hasselts Atheneum school had gelopen, behaalde hij in 1877 het diploma van doctor in de natuurwetenschappen aan de KU Leuven. Als prille doctor werd hij wetenschappelijk lid van de eerste expeditie van de Association Internationale Africaine (A.I.A.). Deze vereniging was in 1876 opgericht op een conferentie die Leopold II had belegd. De Belgische vorst droomde al langer van een kolonie en had zijn oog op Midden-Afrika laten vallen. Omdat niet één van de deelnemende A.I.A.-landen veel geld wilde investeren, rustte Leopold dan maar zelf een expeditie uit.

Gul was de schatrijke koning evenwel niet. De expeditieleden kregen alleen hun onkosten vergoed, maar ontvingen geen loon. Gevestigde wetenschappers stonden dan ook niet te springen om de stap in het onbekende te zetten. Maes had evenwel de nodige dosis avontuurlijke zin en idealisme. Na tal van afscheidsbanketten en -manifestaties scheepte hij op 15 oktober 1877, samen met kapitein Crespel, luitenant Cambier en de Oostenrijker Marno, in Oostende in. Net voor afvaren kocht hij zich nog een strohoed, zijn eigen specifieke voorbereiding op de tocht. Aan boord begon Maes meteen brieven te schrijven, die gaandeweg een soort dagboek vormden, en bijgevolg een interessante historische bron van zijn avontuur zouden worden. Zijn wetenschappelijke belangstelling zou blijken uit de vele en secure beschrijvingen van de natuur en de mensen.

Opvallend is dat hij niet uitsluitend door een Europese bril keek, maar zich ook in het Afrikaanse standpunt kon inleven. Een verrassend frisse en kritische kijk in een tijd die door paternalisme en vooroordelen gekenmerkt werd. Zo schreef hij onder meer:" Indien wij immers tegen de negers klachten doen, dan is het omdat wij hoe langer hoe ongeduldiger worden om fortuin te maken; (..) En wat zijn weinige ingenomenheid voor de blanken aangaat, dit komt hieruit voort, dat zij ze aanschouwt als lieden, die het maar op het geld hebben en hem doen werken om hunne begeerte te voldoen. Indien de blanken er geen belang in vonden om de neger zoo dom te laten, als hij is, zou deze zeker veel spoediger beschaafd zijn".

Omdat de zuidwest-kust van Afrika onbekend terrein was, maakte het viertal een lange reis rond Afrika, waarbij Maes heel wat havensteden beschreef. Op 12 december kwamen ze aan op Zanzibar, van waaruit ze een expeditie naar het binnenland wilden organiseren. De plaatselijke sultan ontving hen in zijn paleis en stelde een huis ter beschikking. Tijdens de voorbereiding van hun tocht ontmoette Maes de beroemde Britse ontdekkingsreiziger Stanley. "Wij spraken lang met den grooten reiziger, die ons meenigen goeden raad gaf. Stanley, die over eenige jaren zoo sterk en zoo gezond was, is dezelfde man niet meer. Hij is grijs en van tijd tot tijd wordt hij in zijn spreken door eenen droogen hoest onderbroken. Nochtans is zijn gesprek zoo vol vuur, dat zijn ziekelijke toestand niet belet eene dappere inborst in hem te herkennen".

De expeditie kwam evenwel niet meer van de grond. Op 14 januari 1878 overleed doctor Maes nadat hij enkele dagen eerder door een zonnesteek was getroffen. Nog eens 11 dagen later overleed kapitein Crespel aan dysenterie. Alleen luitenant Cambier zou, met een nieuwe expeditie, in 1879 de oevers van het Tanganjikameer bereiken.

In België richtte Leopold II zich in een brief tot vader Maes om zijn deelneming te betuigen. De koning bekostigde zelfs een zielenmis. De stad Hasselt noemde zelfs een straat naar haar avontuurlijke zoon. Zijn brieven werden al in 1879 gebundeld en met de titel "Reis naar Midden-Afrika" uitgegeven.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...