Maes Arnold - uit: Hasselaren overzee (1987)

Description

z.p.

Dr. Arnold Maes was het eerste lid van de eerste expeditie dat aan het moordend klimaat bezweek. Geboren te Hasselt op 24 maart 1854, volgde Arnold Maes lager onderwijs bij de Broeders der Christelijke Scholen en middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum. Hoewel hij als algemeen ontwikkeld student ook de studie van talen en literatuur ter harte nam, kwam toch spoedig zijn voorkeur voor de natuurwetenschappen tot uiting. In 1877 verliet hij de Leuvense Alma Mater met het diploma van doctor in de natuurwetenschappen. Het zag er naar uit dat Maes de eerder rustige loopbaan van een wetenschappelijk vorser zou kiezen.
De politiek van Leopold II in Afrika bracht echter een totale ommekeer in het leven van de jonge geleerde. 

Op 13 juli 1877 deed hij immers zijn aanvraag om deel uit te maken van de expeditie die naar Afrika ging vertrekken. De leden van de expeditie moesten onvoorwaardelijke gehoorzaamheid betuigen aan het hoofd, kapitien Crespel; zij gingen een verbintenis aan voor een tijdspanne van vijf jaar in dienst te blijven bij de 'Association Internationale Africaine' (A.I.A.). De kosten, ook die van van de voorbereidende studie werden door de vereniging gedragen. Anderzijds werd er geen vergoeding uitgetrokken voor deelnemers aan de expeditie, omdat men er zeker wilde van zijn of wetenschappelijke belangstelling hun enige beweegreden was. Wij vernamen uit een brief dd. 10 juli 1877 aan zijn tantes, die kloosterlingen waren, wat Arnold ertoe bracht naar Afrika te vertrekken. "Het gaat er niet om zich als soldaat of als gelukszoeker daarheen te begeven, maar er de weldaden der beschaving te brengen en onbekende wetenschappelijk rijkdommen te oogsten".

Op 21 juli kwam dan het heuglijk bericht, waarbij de secretaris van de A.I.A. aan Maes meedeelde dat zijn kandidatuur voor de eerste expeditie aanvaard was. Vanaf dat ogenblik stond hij volledig in dienst van de A.I.A. Hij moest zich in Brussel vestigen ten einde zijn reis zorgvuldig voor te bereiden. geleerden in dier- en plantkunde bezorgden hem tal van nuttige inlichtingen.

Op 11 oktober 1877 werden Maes en zijn reisgenoten gehuldigd door 'het Belgisch Aardrijkskundig Genootschap' en vier dagen later ging de tocht naar Oostende, waar men 's avonds inscheepte naar Dover.

Van Dover ging het per spoor naar Southampton en daar begon de eigenlijke overtocht op het stoomschip 'Danube'.

Wanneer de boot aanlegde op het eiland Sint-Vincent, zag de alles nauwkeurig gadeslaande Maes inlanders die vruchten te koop aanboden. Hij noteerde zijn vaststellingen zorgvuldig in een dagboek. In een brief gaf hij een beschrijving van een banaan. De tocht verliep verder zonder incidenten. Op Allerzielendag overschreed men de Evenaar, op 13 november kwam Kaap de Goede Hoop in zicht. Kaapstad werd niet bezocht, wel Port Elisabeth, waar de Belgen begroet werden door Vincent Ancion, Belgisch consul, en door de plaatselijke Kamer van Koophandel.

De bladen van Port Elisabeth gewaagden van de aankomst van de Belgische expeditie, maar vertelden "wat schromelijke ongerijmdheden voor het grootste deel", zo schrijft Maes. Ook aan Durban werd een bezoek gebracht. Uit de brieven van Maes komt hij bij herhaling zijn sociaal gevoel tot uiting met betrekking tot de behandeling van de inlanders.

De reis werd verder gezet op de stoomboot 'Kaffir', die op 12 december 1877 te Zanzibar aanlegde. Daar kreeg het personeel van de Belgische expeditie een huis ter beschikking van de Sultan. Zij hadden er ook de gelegenheid veel goede raad te ontvangen van een competent reiziger, nl. Stanley, die op het punt stond Zanzibar te verlaten. Van het onderhoud dat Arnold Maes met hem had, geeft hij volgende indrukken: "Stanley, die voor enige jaren zo sterk en gezond was, is dezelfde man niet meer. Hij is grijs en van tijd tot tijd wordt hij bij het spreken door een droge hoest onderbroeken...". 17 December 1877 was voor de Belgen een grote dag: zij werden door de Sultan Saïd Borghas ontvangen. Kapitein Crespel bood deze laatste een brief aan van Koning Leopold II. Maes beschrijft de Sultan aldus: "Hij is een man van omtrent veertig jaar, zeer aantrekkelijk en erg lief in de omgang. Hij draagt een volle baard. Men had mij gezegd dat zijn voeten en benen door elefantiasis aangetast waren; ik loerde naar zijn voeten, doch kon er niets bijzonders aan bemerken. Bij onze intrede stond hij op en deed enige passen om elk de hand te drukken". Te Zanzibar zag Dr. Arnold Maes de negers aan het werk en met opmerkelijke genegenheid gewaagt hij van hen: "De Europeanen vergissen zich als zij de negers voor lui uitmaken. Ik bewonder hen voor de zware lasten die zij dragen en ik heb het zeer natuurlijk gevonden dat zij in een uitputtend klimaat geneigd zijn tot rusten. En wat hun geringe ingenomenheid met de blanken betreft, dit komt omdat zij ze aanzien als lui, die alleen op geld uit zijn en hen doen werken om hun hebzucht te voldoen". Vanuit Zanzibar schreef hij nog enkele dagen voor zijn overlijden aan zijn broer een lange brief, waaruit wij deze zin citeren: "Het enige dat ik in deze reis zie is enige dienst aan de mensheid te bewijzen, ene hoop kennis bijeen te garen en vastheid van karakter te verwerven".

Hoe Arnold Maes, die nog zeer jong was en een blakende gezondheid genoot, zo plotseling om het leven is gekomen wordt in een brief van een Fransman beschreven.

Op zondag 13 januari 1878 rond de middag ging Dr. Maes een wandeling maken, ondanks de waarschuwing van Dr. Marno. Om drie uur kwam hij terug, vermoeid en klagend over de hitte. Cambier en Sergeré lieten hem een glas Marsalawijn drinken en daarna ging hij naar bed. Om acht uur, toen hij hem bezocht, stelde Crespel vast dat Maes koorts had. De volgende morgen om 6.30 u. constateerde Dr. Roob - de ontboden geneesheer - de dood van onze stadsgenoot ten gevolge van een zonnesteek. Een plechtige dienst werd opgedragen door missionarissen uit Zanzibar, in aanwezigheid van de hele blanke kolonie.

De consul van Frankrijk woonde begrafenis op het kerkhof van de Franse katholieke missie bij. Cambier drukte de gevoelens van de reisgezellen uit als volgt: "Vous avez perdu un bon fils, nous avons perdu un bon frère".

Koning Leopold II betuigde zijn deelneming in een brief aan de vader van Arnold Maes en gaf opdracht in de St.-Quintinuskerk een plechtige rouwdienst op te dragen voor de jeugdige 'Afrikaan'. De stad Hasselt gaf de naam van Dr. Arnold Maes aan een straat.

Van de deelnemers aan de eerste tocht naar Midden-Afrika bereikte slechts Cambier het einddoel en stichtte in augustus een post op het Tananikameer.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...