Melis Jan - uit: Limburgsche koppen / Bij een jong Limburgsch Dichter / Jan Melis (vervolg) (1931)

Description

Zijn werkzaamheid op Tooneelgebied

— (VERVOLG) —

— We zeiden dus verleden keer, Jan, dat je in 1924 je eerste lauweren op tooneelgebied wegkaapte? Bij welke gelegenheid?

— Luister. Dit gebeurde naar aanleiding van een prijskamp uitgeschreven door DE BROEDERMIN van Antwerpen, waaraan ik deel nam met twee een-akters: een drama Lentesotternijen en een blijspel Nolly. Met NOLLY haalde ik den derden prijs weg. Toen, kun je begrijpen, ben ik volop tooneel beginnen te schrijven, al moet ik er bijvoegen dat ik de verzen niet schieten liet. Alles experimenten waarin ik het moderne in al zijn verscheidenheid trachtte vast te leggen. Niet een van deze stukken werd totnogtoe uitgegeven. Toen Herman Teirlinck met zijn Man zonder Lijf voor de pinnen kwam, schreef ik de drieakter De Man die zijn eigen zocht. Vervolgens kwam Ledepoppen aan de beurt in drie bedrijven. Voel je den invloed reeds van het marionetten-theater? Te dien tijde ontstond insgelijks een klucht De goedmoedige Kluizenaar. Plus minus 1926 schreef ik De Duivel de Wereld en het Vleesch. Aan dit stuk heb ik plezier beleefd. Het was reeds meer dan een experiment; ik durfde het ding, toch heel bescheiden, «tooneelspel» noemen, stuurde het ter inzage naar Jan Boon op en, wonder boven wonder, het Vlaamsche Volkstooneel zou het op zijn repertorium opgenomen hebben, doch door samenwerking van onvoorziene omstandigheden bleek dit ten slotte toch onmogelijk. Zooals vroeger werk stond het laatste stuk heelemaal in het teeken van het marionetten-tooneel. Einde 1926 werd voor de eerste maal te Aalst Het Kerstfeest opgevoerd, dit kerstspel in drie bedrijven verscheen te Kortrijk bij Vermaut in 1930.

Op het einde van datzelfde Jaar 1926 liet ik het tooneel een beetje vallen om me meer speciaal op de dichtkunst toe te leggen. Onder den invloed eener eigenaardig georiënteerde lectuur heb ik toen soms zonderlinge dagen beleefd. Potten pakken was toen natuurlijk niet de laatste mijner bekommernissen. Ik las vooral de Fransche dichters Baudelaire, Verlaine, Mallarmé. Van Baudelaire mag ik zeggen dat hij ingewerkt heeft op de kristalisatie mijner verzen op den vorm mijner toenmalige gedichten. Raimbaud in het bizonder voelde ik toen aan als iemand die het modernisme voor geweest is. Als resultaat van dit alles werd stilaan mijn bundel Rhythmen en Melodieën geboren, verschenen in 1927. Uit dien tijd dateert insgelijks mijn medewerking aan BOEK EN KUNST en aan DE KUNSTGIDS.

Ja, laat ons eens kijken… wat hebben we daarna zooal uitgericht... O, vergat ik haast… in 1927 ben ik dan het huwelijksbootje ingestapt...!? Om nu tot de ware werkelijkheid terug te keeren… insgelijks in 1927 schreef ik mijn sprookje in drie bedrijven Asschepoes. Toen ben ik een tijdje naar Brussel gegaan, waar ik me speciaal voor de schilderkunst interesseerde; ik liep er de museums af, waar ik in bewondering stond voor Jordaens, Teniers, Breughel, Bosch,vooral Breughel en Bosch. De primitieven vooral Metsys, bewonderde ik voor hun concentratie, hun afwerking, hun ziel. Te Brussel ontstond daarbij mijn Looze Visschertje, tooneelschets in één bedrijf. Te Paal had ik mijn Wraak der Alvermannekens geschreven, fantastisch spel in twee tafereelen. We schrijven 1928, toen ik me voorgoed te Hasselt vestigen kwam.

— Indien je me nu eens in een paar woorden woudt uitleggen, hoe je inzichten in zake tooneel, vooral wat tooneel-leiding betreft, sinds je aanvang veranderd zijn? En hoe sta je nu tegenover het karweitje? Wan een gemakkelijk spelletje denk ik het me nu precies niet in…

— Welnu, om je genoegen te doen... Vooraf moet ik je zeggen dat ik sinds mijn achtste jaar op de planken sta. Mijn vader, die toentertijd een tooneelgezelschap leidde, heeft daar niet weinig invloed op gehad. Tot mijn twintigste jaar had ik reeds heelwat regie achter den rug. Bij de Jeugdige KRACHTEN te Beeringen leidde ik vooral een vertolking van de Bourgeois Gentilhomme van Molière. De tooneelafdeeling HOOGER OP, insgelijks te Beeringen, speelde o.a. Jozef in Dothan en Duitsche Possen. Door den meisjesbond ZONNEDAUW werden mijn eerste stukken voor het voetlicht gebracht. Bij dit debuut als leider trachtte ik in de eerste plaats zoo goed mogelijk tooneel op de planken te brengen. Onmiddellijk zag ik in dat tooneel meer dan een uurtje amusement kon en moest zijn. Nochthans waren daarbij de slechte omstandigheden waarin we soms spelen moesten. Hoe dikwijls kropen we niet in een schuur of staken onze tirades op tonnen af?

Het spreekt van zelf dat we toen nog gewoon-realistische decors gebruikten. Ik schilderde zelf de decors o.a. voor een stuk van Ward Schouteden te Exel. Stilaan werd ik meer bewust van mijn te volbrengen taak. Ik trachtte ernaar me zoo spoedig mogelijk te volmaken in de beste methode tot aanleeren. Iets niet zelf kunnen doen en toch kunnen zeggen HOE dit te doen zijn twee verschillende zaken. Een tooneelstuk mag niet machinaal aangeleerd worden, anders wordt bij den spreker het initiatief gedood. Hoofdzaak is de vrijheid van den spreker niet te belemmeren. Hij dient op eigen vinding te werk te gaan. De krachten moeten in hem natuurlijk ontwikkeld worden; daarom is het best elk afzonderlijk aan te pakken. Mijn inzichten zijn sindsdien weinig veranderd. Tooneel mag vooral geen nabootsing van het werkelijke leven zijn. Styleering en concentratie zijn hoofdzaak. Wat de ensceneering betreft: ik zou liefst in gewone doeken willen spelen met daarbij een minimum van sober gebruikte lichteffekten. Eenvoud dus. Doch, jammer genoeg, moet ik me steeds plooien naar de eischen van een weinig ontwikkeld publiek. Aan dit publiek mag ik natuurlijk geen maximum van fantasie vragen. Allereerst komt het spel; 't decor helpt slechts de atmosfeer scheppen. Het spel dient overeen te stemmen met den geest van het stuk. In den tekst veroorloof ik me soms te kappen. Zooals ge ziet: een gematigd modernisme. Liefst werk ik met ongeschoolde ontvankelijke krachten. In het Kath. Tooneel KUNST NA ARBEID te Hasselt, heb ik die noodige ontvankelijkheid en de mentaliteit gevonden om met succes aan de idealistische taak van volksveredeling en het dienen der schoonheid door tooneel te kunnen arbeiden. Nochtans gebeurt het zelden hoor, dat je volstrekt verwezenlijkt wat je eigenlijk in je brein hebt.

— En… om nu te eindigen, Jan... wat denk je zooal over het hedendaagsche tooneel bij ons?

— De beste vertegenwoordiger blijft voor mij Anton van de Velde. Teirlinck is de man met het meest gezond verstand; hij is de klassieke opvattingen nabij gebleven; nochtans is hij m.i. meer een stuwer dan een uitwerker. Een oud-sider die alle respect verdient is Ward Schouteden. Uit het Fransch-schrijvend kamp waardeer ik Ghéon, de Ghelderode, vooral Crommelynck.

— Plannen?...

— Ja, ik heb een bewerking van de Legende van Hamelen in het hoofd. Verder werk ik steeds aan mijn Tijl Uilenspiegel die ik meer algemeen menschelijk zou willen hebben... Tijl zooals hij leeft… innerlijke en uiterlijke actie… het woord heeft natuurlijk zijn plaats… Heb daar nog Oompje liggen, een kuiselijke eenakter. Ook kan ik zeggen dat er van Genoveva, in medewerking met Fr. Demers geschreven en waarmee we onlangs aan het Provinciaal Tooneeltornooi hebben deelgenomen binnenkort een Duitsche vertaling door Dr. Pee verschijnt.

— Daarbij is je onlangs nog een letterkundige prijs der provincie Brabant te beurt gevallen! Jongen, laat het me eerlijk bekennen, je weet waar je heen wil en wees ervan overtuigd je komt er.

— Ja, is het geen mooie zaak, op zijn eigen voortwerken, zijn weg zoeken, wikken en wegen?

X.

N. B. Het Sint Jans Bergmans-College, waarvan sprake in vorige bijdrage is geweest, ligt te Diest en niet te Beeringen.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...