Parochie Sint-Quintinus - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

pp. 306-308

De Pastorie

De pastorie, in 1520 persoens woeninghe genoemd, was de woning van de 'persoon' (persona) of parochieherder. Het oudste document waarin Hasselt als parochie wordt vermeld, is het charter van 1165 over de parochie Haren (Rommershoven), waarop Gunther, de persona de Hasluth, dat toen evenals Haren deel uitmaakte van het 'concilie' of decanaat van Tongeren, als getuige tekende. Wilhelmus, opvolger van Gunther, ondertekende als getuige de akte van 1213, waarin de stichting van de abdij van Herkenrode wordt verhaald: hujus rei teste Wilhelmus persona de Hasselt. In het stadsarchief (nvdr: nu Rijksarchief) berust het 14de-eeuwse testament van Arnold de Straten, waaraan een thans verdwenen lakzegel van de persona Jan van Hasselt was gehecht. Deze priester Jan zou omstreeks 1319-1329 hebben geleefd.

Als 'persona' (de latere 'pastoor', daarna 'landsdeken' en ten slotte 'pastoor-deken') treft men figuren aan die tot de beste families van de stad behoorden. De pastoors van Hasselt en van de omliggende parochies ressorteerden tot in 1589 onder het decanaat Tongeren. Van dat jaar af werd Hasselt zelf tot hoofdzetel van de nieuwe kerkelijke omschrijving verheven. De oude parochie Hasselt was zeer uitgestrekt. Zij omsloot, naast Hasselt zelf en zijn buitenwijken, ook Kuringen, Kermt, Stevoort, Stokrooie en Zonhoven. De laatste vijf gemeenten zijn later onafhankelijke parochies geworden. Vóór het concilie van Trente (1545-1563), waarvan de uitvoeringsmodaliteiten pas in 1585 in het prinsbisdom Luik werden afgekondigd, werd de parochieherder van Hasselt door het kapittel van Sint-Lambertus te Luik aangewezen. Het decanaat Hasselt omvatte 32 parochies. De eerste aartspriester of 'deken' was Henrick Duyfkens, die te Hasselt in De Duyve werd geboren en professor in de wijsbegeerte was aan de hogeschool van Douai. Hij bestuurde zijn ambtsgebied met overleg en evangelische voorzichtigheid in een tijd van politieke troebelen. Prins-bisschop Ernest van Beieren bood hem de waardigheid van kanunnik van de collegiale kerk van Saint-Denis te Luik aan. Hij dankte beleefd voor dit voorstel, omdat hij verkoos lid te zijn van het kapittel van Kortessem. Hij stierf in 1616 en vermaakte een deel van zijn patrimonium aan de Zangerij van zijn kerk, terwijl het overige gedeelte diende tot stichting van twee studiebeurzen in het Luiks college van de Leuvense Alma Mater. De parochianen richtten voor hem in het koor van de Sint-Quintinuskerk een mausoleum op, dat in het begin van de 19de eeuw werd afgebroken.

Hier volgt de naamlijst van de pastoors voor zover die konden worden achterhaald:

Gunther (1165), Wilhelmus (1213-1218), Guido (1246), Paul van Sint-Truyen (1251), Christiaen (1280), Waltherus (1290), Renerus (1308), Johannes (1319-1334), Reynerus (1339-1345), Mathias Bothorn (1362), Mathias Hamersins (1375), Godfried Bothorn (1415), Diederik van Xanten (1477), Sulpicius Plissis (1480), Henrick van der Moelen (1491), Gillis de Platea (1499-1525), Aert Meldaerts (1521-1532), Jan Gams (1532-1539), Herman van Mettecoven (1539-1556), Andreas Moens (1556-1559), Nikolaas Meldaerts (1559-1578), Jan Bacx (1578-1589), Henrick Duyfkens (1589-1616), de eerste 'landdeken'.

De overige 'landdekens' (later 'pastoor-dekens') van onze stad waren: Paul Charlier, eerder pastoor van Zonhoven (1617-1630); Jozef van Geloes (1616-1631); Joês Frederici (1632-1654), hij was apostolisch pronotarius en stichtte een jaargetijde in de Onze-Lieve-Vrouwekapel; Renier van Geloes, eerder pastoor van Zonhoven (1654-1680); Arnoldus Gilkens (1654-1669); Arnold Holsteens (1691-1703); David Broeckmans (1703-1711); Henri-Martin Hechtermans, eerder pastoor van Alken (1711-1724); Guilliam Hechtermans, eerder pastoor van Alken (1724-1735); Joannes Coelmont, eerder pastoor van Gotem (1735-1746); Paulus-Guilliam Sigers (1711-1753); Lambertus-Josephus de la Court (1755-1793); Herman Trouwers, eerder pastoor van Kortessem (1793-1803); Hendrik-Christiaan Hoelen (1803-1812); Nicolaas Vaesen (1815-1841), oom van moederskant van Guilliam Stellingwerff, erevoorzitter van de rechtbank; tussen het overlijden van Hoelen op 21 april 1812 en de aanstelling van Vaesen in 1815 was Van Manshoven, een van de drie kapelaans van de hoofdkerk, parochieherder ad interim; Theodoor Spaas (1841-1863); Lambert-Guilliam Vanderrijst (1863-1878); Simon Schoolmeesters (1878-1887); Nicolaas Rachels (1887-1913); Petrus-Joannes Broux (1913-1927); Mathieu Hendrickx (1927-1949); Désiré Boelen (1949-1968), en Jozef Forier (vanaf 1968). (…)

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...