Thonissen Jan Jozef - uit: 100 invloedrijke Limburgers (2001)

Description

pp. 119-120

Jean-Joseph Thonissen

Pleiter voor kerk en moedertaal

Hasselt * 1816-1891

Minister, hoogleraar en decaan: Hasselaar Jean-Joseph Thonissen scheerde langs de toppen van de maatschappelijke ladder van zijn tijd. Als parlementslid vertolkte hij opmerkelijk progressieve ideeën, en als minister wist hij partijen te verzoenen. De gentleman had het evenwel moeilijk met de harde aanpak van pers en politieke tegenstanders, en zette uiteindelijk zelf een stap terug. Na een leven in het teken van de wet keerde hij voor altijd terug naar Hasselt. Jean-Joseph Thonissen werd op 10 januari 1816 in Hasselt geboren als zoon van de uurwerkmaker Pierre-Mathieu en Marie Anne Ponet. Zijn vader overleed al drie jaar later maar zijn moeder zorgde ervoor dat haar enig kind kon studeren. De knaap liep school in het college van Hasselt en het kleinseminarie van Rolduc, en trok dan naar de Rijksuniversiteit van Luik om er rechten te studeren. De begaafde student rondde zijn studies af aan de Ecole de Droit de Paris. Toen hij in 1839 weer naar Hasselt terugkwam, vestigde Thonissen zich als advocaat. Hij bouwde een bloeiende praktijk uit en versterkte zijn aanzien nog met zijn huwelijk met Ide-Louise Nagels, dochter van een vooraanstaande Hasseltse familie, in 1842. Tegelijk was Jean-Joseph ook actief als journalist. In 1840 was hij één van de oprichters van het "Journal du Limbourg Belge", waarin hij zich een fervent verdediger van het katholicisme toonde. Aan zijn journalistieke activiteiten kwam abrupt een einde toen hij in 1846 tot substituut van de procureur des konings aangesteld werd. Niet veel later werd hij zelfs arrondissementscommissaris, zij het niet voor lang, want toen het liberale kabinet-Charlier aan het bewind kwam, werden drie gouverneurs en elf arrondissementscommissarissen ontslagen. En één van hen was Thonissen. Vervolgens werd Jean-Joseph gemeente- en provincieraadslid, maar zijn politieke invloed bleef vooralsnog beperkt. De meeste faam verwierf hij in die tijd als jurist. Hij publiceerde over rechtspraak en wetgeving en doceerde vanaf 1848 aan de katholieke universiteit van Leuven. Als hoogleraar en decaan van de rechtsfaculteit steeg zijn reputatie voortdurend. Hij verhuisde naar Leuven maar hield een heel sterke band met zijn geboortestad. In 1863 stelde Thonissen zich in het arrondissement Hasselt kandidaat voor de parlementsverkiezingen. De hoogleraar werd meteen verkozen en kreeg zelfs meer stemmen dan katholiek voorman minister de Theux. In het parlement toonde hij zich erg aktief. Hij ijverde voor een hervorming van de kieswet, waardoor ook het - katholieke - platteland meer aan bod zou komen, en lag aan de basis van de hervorming van het beheer van de kerkfabrieken - een regeling die vandaag de dag nog altijd geldt. Vooral tijdens discussies over de dienstplicht vertolkte hij een realistisch maar tegelijk vooruitstrevend standpunt. Thonissen stelde dat alleen een volwaardige defensie de internationale positie van België - waarnaar de Franse keizer Napoléon III openlijk - kon garanderen. Daarom moest algemene dienstplicht komen, een systeem dat eerlijker was dan de loting. Conservatieven, die ervoor ijverden dat rijke burgers een slechte loting nog konden afkopen, en anti-militaristen blokkeerden evenwel elke vernieuwing. Ook bij de hervorming van het strafwetboek liet de topjurist zich niet onbetuigd. Zijn tussenkomst in verband met de doodstraf deed ook stof opwaaien.

Thonissen vond namelijk dat de doodstraf alleen kon als het maatschappelijk nut erven kon worden aangetoond. Uiteindelijk bleef de doodstraf gehandhaafd maar werd de uitvoering opgeschort. In 1996 werd ze uit het strafwetboek geschrapt. In de taalwetgeving ging de Limburger uiterst diplomatisch te werk. Hij ageerde voor de rechten van alle taalgroepen en dus ook op het recht van zijn eigen Vlaamse taal. Tegelijk pleitte Thonissen ervoor dat de Franstaligen ook Nederlands zouden leren. Zijn pleidooi vond uiteindelijk geen gehoor. De bekroning van zijn politieke loopbaan volgde in 1884, toen hij minister van Binnenlandse Zaken en Onderwijs werd. In deze functie drukte hij vooral zijn stempel op de hervorming van het lager onderwijs, die na een jarenlange schooloorlog de gemoederen wat moest bedaren. Niet alleen de liberale politici en persorganen bleven de bezadigde minister voortdurend aanvallen, ook in eigen rangen kregen zijn ideeën tegenwind, zodat hij in 1887 uiteindelijk ontslag nam. Intussen was Jean-Joseph ook met zijn gezondheid beginnen sukkelen. In 1888 meldde de "Etoile Belge" verkeerdelijk zijn overlijden. Thonissen stierf uiteindelijk na een jarenlange ziekte op 17 augustus 1891. Zijn stoffelijke resten werden in Hasselt bijgezet, waar zijn stadsgenoten een laan naar hem noemden.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...