Thonissen Jan Jozef - uit: Onze straatnamen / Thonissenlaan (1960)

Description

Zoals reeds uit onze vorige bijdragen over “Hasseltse straatnamen” is gebleken, mag onze stad er terecht fier op gaan de geboortestad te zijn van een keur van beroemde mannen wier faam zelfs tot in het buitenland doordrong.

De Thonissenlaan vereeuwigt de naam van een rasechte Hasselaar, een eminente geleerde en bekwaam staatsman: Jan Jozef THONISSEN.

Geboren op 10 januari 1816 in de Nieuwstraat (thans Koning Albertstraat).

Zijn vader was er gekend als een ervaren horlogemaker die in zijn vrije uren Vlaamse liederen dichtte. Stierf echter toen Jozef nog zeer jong was. Zijn moeder daarentegen bereikte een hoge leeftijd en kende het geluk van de schitterende opgang van haar zoon naar de hoogste wetenschappelijke en maatschappelijke posities te beleven. Bij haar kwam hij trouwens enige weken rust zoeken telkens hij door zijn overdrukke bezigheden werd overmand.

Was eerst student aan ons stadscollege en daarna te Rolduc. Deed zijn hogere studies te Luik, waar hij op twee en twintigjarige leeftijd de titel van doctor in de rechten verwierf. Voltooide zijn opleiding te Parijs.

Huwde met Mej. Louisa Nagels van onze stad.

Werd achtereenvolgens substituut procureur des Konings en arrondissementscommissaris. Zou echter uit dit ambt worden ontzet door de toenmalige Minister van binnenlandse zaken Rogier omdat hij diens vrijmetselaarspolitiek niet wilde volgen.

Werd echter in zijn geboortestad met overgrote meerderheid van stemmen tot gemeenteraads- en daarna tot provincieraadslid verkozen.

Hervatte zijn studie van advocaat en begon zich van dan af toe te leggen op de rechtsstudie. Ontplooide een intense wetenschappelijke activiteit en verwierf bekendheid in binnen- en buitenland door zijn werken over rechtskunde, zijn studies en publicaties over staatshuishoudkunde, letterkunde en wetgeving.

In 1848 werd hij aangesteld tot professor aan de hogeschool te Leuven en zou er zesendertig jaar lang doceren en streng wetenschappelijk werk verrichten.

Zijn politieke loopbaan was niet minder schitterend.

Gedurende meer dan vijfentwintig jaar vertegenwoordigde hij ons gewest in de kamer van volksvertegenwoordigers en verdedigde de belangen van onze gouw en inzonderheid die van zijn geboortestad. Zo sprak hij ook o.m. ten beste voor onze Hasseltse stokerijen.

Als blijk van erkentelijkheid werd hem door burgemeester Roelants namens de Hasselaren een marmeren borstbeeld aangeboden. (Bevindt zich nog in de hall van het stadhuis naast het kabinet van de heer Burgemeester).

De kempische gemeenten Kwaadmechelen, Oostham, Heppen, Beverlo en Leopoldsburg schonken hem zijn portret, geschilderd door onze Hasseltse kunstschilder G. Guffens. (Stadhuis: kabinet van de heer Burgemeester).

Na de val van het liberaal ministerie werd hij gelast met de vorming van een nieuw ministerie doch slaagde echter niet in zijn opzet.

Enige dagen later werd hem het gouverneurschap van onze provincie aangeboden. Hij aanvaardde dit hoge ambt niet omdat hij zich te zeer vergroeid voelde met zijn studies en zijn Leuvense studenten.

Doch zou op hem in 1884, nadat hij reeds tot staatsminister was benoemd, beroep worden gedaan om het ministerie van binnenlandse zaken en onderwijs te leiden.

Ondanks zijn hoge ouderdom, hij was toen 68 jaar, nam hij deze zware taak zeer gewetensvol waar. Hij hield eraan alle bestuurlijke documenten persoonlijk na te zien al moest hij er een deel van zijn nachtrust bij inschieten.

Ondermijnd door ouderdom en arbeid voelde hij echter zijn krachten begeven en zag zich genoodzaakt, na drie jaar ministerieel ambt te hebben waargenomen, zijn ontslag aan te bieden.

Hij vestigde zich daarna te Leuven en werd er ernstig ziek. Kon na zijn herstel evenwel nog deelnemen aan de grootse feestviering die, bij gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig parlementair jubilé, door zijn geboortestad en het arrondissement werd ingericht.

Uit alle hoeken van de provincie waren de mensen naar onze stad, die een feestelijk uitzicht had, gestroomd om hulde te brengen aan hun geliefde volksvertegenwoordiger.

Op 17 augustus 1891 overleed hij te Leuven.

Volgens zijn laatste wilsbeschikking wenste hij te midden van zijn medeburgers te rusten en werd zijn stoffelijk overschot op het oude kerkhof bijgezet.

Door de naam van deze geleerde Hasselaar die zijn land en volk zo op wetenschappelijk als staatskundig gebied grote diensten bewees, voor het nageslacht te bewaren, vervulde Hasselt een plicht van dankbaarheid en erkentelijkheid.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...