van Beieren Maximiliaan Hendrik - uit: Kunst in de Kijker - 1 (1991)

Description

Portret van keurvorst-prinsbisschop Maximiliaan Hendrik van Beieren

Anoniem, 2de helft 17de eeuw (waarschijnlijk ca. 1661);

olie op doek, 228 x 154 cm;

aankoop stad Hasselt december 1984;

herkomst: Bassinne bij Méan, provincie Namen (alwaar nog aanwezig ca. 1970); Valentin Dethier, Berbroek;

Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof Hasselt (nvdr: nu Het Stadsmus) - inv.nr. 1985.0001

Onder een soort baldakijn, gevormd door zware goudbruine draperieën die afgeboord zijn met gouden franjes en door een koord met afhangende kwasten opgehouden en samengebonden worden, staat op een met zwaar veelkleurig tapijt bedekte trede een prelaat in rode toga, waarover hij een witte en rijkelijk met kant versierde rochet en een rood schoudermanteltje draagt. Op zijn borst hangt een gouden bisschopskruis aan een zware houten keten, beide bezet met smaragdgroene edelstenen. De eerder imposante en ietwat corpulente figuur draagt het voor kerkvorsten gebruikelijke kalotje op het hoofd en vult grotendeels de linkerhelft van het schilderij. Terwijl het blozende volle gelaat, door een weelderige bruine haargroei omgeven en van een modieus grijzend snorretje en baardgroei voorzien, de toeschouwer aankijkt, is zijn lichaam een kwart naar links gedraaid en wijst hij op een elegante wijze met zijn mollige rechterhand, waaraan een gouden ring met smaragd zit, naar links.

Daar, op de rechterhelft van het schilderij, staat een tafeltje waarop hij zijn eveneens met een ring getooide linkerhand laat rusten en dat bedekt is met een in zware plooien afhangend veelkleurig fluwelen tafelkleed, afgeboord met gouden franjes. In de afhangende voorzijde van het tafelkleed is een barokke cartouche geweven, die een gevierendeeld ovaal blazoen met hartschild voorstelt: in I op zilver een kruis van sabel (aartsbisdom Keulen); in II op keel een klimmend paard van zilver (hertogdom Westfalen); in III op keel drie harten van goud, geplaatst 1 en 2 (hertogdom Engern); in IV op azuur - hier keel - een omgekeerde adelaar van zilver (graafschap Arenberg); het gevierendeelde hartschild in I en IV schuinbalksgewijze spitsgeruit van zilver en azuur (hertogdom Beieren) en draagt in II en III op sabel een klimmende leeuw van goud, gekroond, geklauwd en getongd van keel (Rijnpalts).

Op de tafel staat een barok houten tafelkruis op driekantige voet met voluten en versierd met drie engelenkopjes en een schelpmotief van zilver. Ook het corpus en het opschrift zijn van zilver. Op de driehoekige voet van dit tafelkruis ontwaart men een ovaal gevierendeeld wapenschild met de blazoenen van Beieren en Rijnpalts. Rechts naast het kruis staat een zilveren tafelbel, waarin hetzelfde wapenschild gegraveerd is dat in het groot op het tafelkleed voorkomt. Langs de onderrand van de tafelbel leest men de initialen M H C Z C H I B. Vooraan op de rand van de tafel hangt een bezegelde brief die met zijn bovenkant onder de tafelbel geklemd is en waarop men als handtekening leest Leopoldus.

Rechts bovenaan achter de tafel geeft een klassieke rondboog, gesteund op een pijler, uitzicht naar buiten: langs hoge muurpanden van gebouwen links wordt de blik over het lage gekanteelde muurtje van een soort terras naar de verte geleid, waar men boomkruinen en een rotsachtige bergtop (Alpen?) ontwaart. Daardoor wordt het hele tafereel gesitueerd onder of bij een open galerij op de bovenverdieping van een gebouw.

Dit imposante bisschopsportret getuigt van degelijk vakmanschap en van een stevige structuur. Het valt op door een sober kleurgebruik, waarbij vooral tinten van rood, bruin, goudgeel en grijs aan bod komen. Een verdoken lichtbron buiten de bovenrand van het schilderij verlicht het voorplan en brengt een subtiele lichtwerking tot stand met zachte weerkaatsingen op het personage, het kruisbeeld, de handbel en het tafelkleed. De opbouw van het schilderij is doordacht, waarbij de parallellen gevormd door het personage zelf en de stam van het tafelkruis de verticale krachtlijnen van het kunstwerk onderstrepen. Zij worden in evenwicht gehouden door een aantal horizontale lijnen: de drapering bovenaan, de trede onderaan en daartussenin het tafelblad, de rechterarm van de bisschop en de lijn gevormd door zijn ogen en de kruisarmen. Het spel der krachtlijnen wordt vervolledigd door een diagonale die van linksboven over het hoofd, de rechterhand en de linkeronderarm van de prelaat loopt naar rechtsonder. Het anonieme doek behoort tot de barokke staatsieportretten van prelaten die de 17de eeuw vrij talrijk heeft nagelaten. De algemene conceptie van het werk lijkt mogelijke beïnvloeding door soortgelijke portretten van de hand van Philippe de Champaigne (1602-1674) niet uit te sluiten.

Doch wie wordt hier afgebeeld?
De drie wapenschilden die op het doek voorkomen maken het duidelijk dat het hier gaat om een kerkvorst uit het huis Wittelsbach, dat regeerde over Beieren en de Rijnpalts. De heraldische gegevens die het doek ons levert, bewijzen meteen dat de afgebeelde een Keulse keurvorst is, vermits die kerkvorsten tevens de titel droegen van hertogen van Westfalen en van Engern en van de graven van Arenberg. Welke van de vijf Beierse prinsen uit het huis Wittelsbach, die van 1583 tot 1761 in Keulen het bewind voerden, hier afgebeeld is, wordt duidelijk gemaakt door de initialen op de tafelbel: de letters 'M H C Z C H I B' die erop voorkomen laten toe het afgebeelde personage te identificeren als Maximiliaan Hendrik van Beieren. Deze initialen zijn immers ongetwijfeld te lezen als 'Maximilian Heinrich, Churfürst zu Cöln, Herzog in Bayern.' De rode kledij die deze prelaat draagt is niet, zoals men op het eerste gezicht zou kunnen vermoeden, de kledij van een kardinaal, maar wel de traditionele zomerkledij van de Keulse aartsbisschoppen. De handtekening 'Leopoldus' op de op het doek afgebeelde oorkonde verwijst naar de Habsburgse keizer Leopold I (1658-1705) van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie. De oorkonde zelf moet wellicht in verband gebracht worden met de verlening van de regalia, die aan Maximiliaan Hendrik op 26 april 1660 door de keizer toegekend werden. Zulks laat toe dit staatsieportret te dateren als waarschijnlijk ontstaan in 1660 of 1661. De leeftijd van de bisschop, zoals voorgesteld op dit schilderij, lijkt dit alleszins niet tegen te spreken en zijn fysische gelijkenis met een groot portret van Maximiliaan Hendrik in het kasteel van Brühl nabij Bonn bevestigt de identiteit van het personage.

Geboren te München op 8 oktober 1621 als zoon van hertog Albrecht VI van Beieren en Mathilde van Leuchtenberg, werd Maximiliaan Hendrik reeds in 1642 aangesteld als hulpbisschop met recht van opvolging in het aartsbisdom Keulen bij zijn oom Ferdinand, die naast keurvorst-aartsbisschop van Keulen tevens bisschop van Luik, Münster, Hildesheim, Freising en Paderborn was. In 1649 werd Maximiliaan Hendrik eveneens benoemd als coadjutor met recht van opvolging in het prinsbisdom Luik. Bij het overlijden van zijn oom Ferdinand in 1650 kwam hij bijgevolg in het bezit van het aartsbisdom Keulen en tevens van de bisdommen Luik en Hildesheim. Op 24 april 1660 ontving hij de regalia en in 1683 werd hij daarenboven nog bisschop van Münster.

Als prins-bisschop van Luik en tijdgenoot van de Franse koning Lodewijk XIV, voerde hij, na aanvankelijke neutraliteit, meer en meer een pro-Franse politiek. Zo werd hij in 1658 mede-oprichter van de pro-Franse Rijnbond en tijdens de Hollandse oorlog (1672-1678) streed hij openlijk aan Franse zijde, hetgeen voor gevolg had dat het prinsbisdom in die jaren herhaaldelijk door vreemde troepen onder de voet gelopen werd. Ook Hasselt kende toen een Hollandse bezetting van 1675 tot 1681.

In de lijn van de tijdsgeest en naar het model van Lodewijk XIV regeerde Maximiliaan Hendrik uitgesproken absolutistisch, ook al liet hij het feitelijk bewind over het prinsbisdom over aan zijn gunstelingen de prinsen Frans Egon en Willem van Fürstenberg. In 1684 bezegelde een nieuw absolutistisch reglement te Luik het einde van de corporatieve democratie.

Met de aankoop van dit doek verwierf het museum een belangrijk stuk, want ook voor de geschiedenis van de stad Hasselt was de regering van prins-bisschop Maximiliaan Hendrik van uitzonderlijke betekenis. Hij poogde een einde te stellen aan de eeuwenoude vete tussen Hasselt en Zonhoven en liet daarvoor in 1666 de vier paalstenen plaatsen (waarvan één nog in situ), die de grens tussen beide gemeenten moesten aangeven. Zijn Duitse troepen versloegen in 1682 op bloedige wijze de Hasseltse Jonckmans in de slag van de Planckenweide, waarna ook te Hasselt, zoals later te Luik, een bestuurshervorming in absolutistische zin doorgevoerd en de macht van de ambachten gebroken werd. Onder zijn bewind werden de laatste munten te Hasselt geslagen.

Maximiliaan Hendrik van Beieren overleed in zijn kasteel te Brühl bij Bonn op 3 juni 1688.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...