van der Ryst Herman - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

pp. 60-61

Herman Van der Ryst werd rond 1550 te Diest geboren als zoon van Jan en Elisabeth Cryters. Zijn vader was brouwer, meier van het laathof Tongerloo te Diest, schepen van justitie van deze stad, burgemeester en momber van het Groot Gasthuis. Hij stierf in 1603. Als jongeman kwam Herman aan het hof van Albrecht V van Beieren te München, waar hij twaalf jaar verbleef als onderzangmeester onder leiding van de vermaarde toonkunstenaar Roland de Lattre (Orlandus Lassus; 1520-1594). Hij verving zelfs deze laatste tijdens diens reis door Italië. In die tijd componeerde Van der Ryst een mis, die hij aan de hertog opdroeg. Bij de terugkeer in zijn vaderland vestigde hij zich in zijn geboortestad als sangmeester van sinter Sulpitius (Register der schepenen van Diest, folio 459), welke bediening hij tot in 1582 uitoefende. Inmiddels was hij eind 1577 gehuwd met Beelken Vuskens uit een vooraanstaande familie uit Kuringen; zij hadden vier zonen en vier dochters. Lynken (Katharina), het oudste kind, trouwde in 1596 met Aert van Melbeeck. Zij was de moeder van Arnold van Melbeeck, pastoor van de Sint-Nikolaaskerk te Maastricht en stichter van het weeshuis in het Schuttershof van de Ridderstraat. Een tweede kind, Jan, burgemeester van 1651 tot 1657 en echtgenoot van Helena van Winghe, had als kleinzoon Jan van Melbeeck, priester van de plaatselijke cantorie en stichter van het Oudmannenhuis aan de Pertsdemer. De vierde zoon van Herman-Henricus Van der Ryst en Beelken Vuskens heette Herman; hij werd pastoor van het Begijnhof in 1611 en oefende dit ministerie uit tot op zijn sterfdag (17 september 1625); twee dagen vóór zijn overlijden maakte hij bij testament de nodige geldmiddelen vrij tot stichting van het klooster der grauw- of celzusters. Het jongste van de acht kinderen, Maria, was begijn te Hasselt in 1621 en stierf op 20 december 1666. Op 8 juli 1628 had zij reeds in handen van de schepenen van Zolder tot zielefafenis van haar vader een jaargetijde gesticht, te houden in de kerk der augustijnen. De Cecilianen moesten de dienst bijwonen.

Omdat het register van het brouwersambacht, waarvan hij meester of 'gouverneur' was, op folio 7 spreekt over het schenken van vier potten wijn voor 3 gulden en 10 stuiver voor die bruyloft, werd geruime tijd vooropgesteld dat Herman Van der Ryst in 1596-1597 een tweede huwelijk zou hebben gesloten, ofschoon de huwelijksregisters van de burgerlijke stand van Hasselt van dat huwelijk geen melding maken. Een tweede huwelijk was trouwens uitgesloten, omdat zijn wettige echtgenote, Beelken Vuskens, dochter van Dionijs en Katharina Duyfkens, pas op 10 december 1607 overleed. De zinsnede uit bovengenoemd register 'noch betaelt vier potten wyns die op Mr Herman Van der Ryst bruloft geschonken syn' heeft betrekking op het huwelijk van zijn oudste dochter Katharina of Lynken, die eind 1596 met Aert van Melbeeck huwde. Herman Van der Ryst ging op 5 augustus 1608 een tweede huwelijk aan met Lucia Gielkens, dochter van Jan en Helena van Caulil.

Van der Ryst kocht Die Schouppe op 1 maart 1602 van de erven van Arnold Squaden; op dat ogenblik had de woning een uitgang naar de Aldestraat. Ten behoeve van de kinderen van meester Herman had Peter Bouberghen op 28 mei 1593 de verkoop georganiseerd van Het Molenyser. Tijdens zijn echtverbintenis met Lucia Gielkens kocht Herman op 2 januari 1610 van Henrick van Elsrack de brouwerij Het Gulden Hoeft aan de Demerstraat. Uit dit huwelijk sproten vier kinderen, waarvan de jongste zoon, Herman, echtgenoot van Geertrui van Melbeeck, in 1678-1679 samen met Michiel van Hilst burgemeester was.

In 1607 was de gewezen hofmusicus gezworene van de gemeenteraad. Hij stierf op 16 augustus 1619 in Het Gulden Hooft. Zijn weduwe hertrouwde met Jan Van de Put. Zijn kinderen verkochten op 25 oktober 1619 Die Schouppe, het enige huis dat Herman Van der Ryst bij zijn dood achterliet.

Herman Van der Ryst-Vuskens, die ook deken was van de broederschap van de Onze-Lieve-Vrouwekapel in 1592, 1612 en 1616, stichtte in 1583 of 1585 te Hasselt het Collegium S. Caeciliae, college van de Sint-Cecilianen, een gezelschap dat tot aan de Franse overheersing de processies en godsdienstige plechtigheden van de Clerckenkapel, de Sint-Quintinuskerk en de Augustijnenkerk met gezang en instrumentale muziek opluisterde. Een jaar of vier voor het overlijden van Van der Ryst was de geestdrift van de Sint-Cecilianen flink geluwd; gelukkig brachten priester Robert Prys en na hem Twaalfman Wouter Wynrox het gezelschap tot nieuwe hoogtepunten, zodat het tot gilde (of kamer) werd verheven. De deken van deze kamer was Aert van Elsrack, die in 1615-1616 burgemeester was. De Cecilianen hadden aanvankelijk hun lokaal langs Het Hoefyser aan de Maastrichterstraat; later brachten ze het over naar Den Reus, achter de Sint-Quintinuskerk. De stadsregering steunde deze instelling en in 1702 stichtte ze een muziekschool, met Hubert Huberti als leraar. Die verbond er zich toe jaarlijks twee leerlingen voor het Sinte-Cecilia-gilde op te leiden. Het muziekcorps hield op te bestaan onder de Republiek. In 1820 werd het onder dezelfde naam wederopgericht als zangmaatschappij. De nieuwe organisatie kende een geringere bloei dan de vorige en ook een korter bestaan.

De registers van deze genootschappen - waaronder het Novum registrum confraternitatis Stae. Ceciliae in oppido Hasselensis van 24 november 1670, dat op het einde van de 19de eeuw nog in het archief van de Koninklijke maatschappij Ste. Cecilia berustte - zijn zoek geraakt, zodat de volledige geschiedenis van de Cecilianen in de 16de, 17de en 18de eeuw bij gebrek aan archiefstukken niet kan worden opgesteld. In zijn in het Latijn gestelde geschiedenis van Hasselt betoogt de augustijnermonnik Mantelius over het Collegium S. Caeciliae: 'Deze maatschappij mag onder de godsdienstige instellingen gerangschikt worden, want zonder een bijzondere kapel te hebben, bewijst ze dienst op de hoogtijden in meer dan een aan God gewijde plaats, maar inzonderheid in de parochiekerk en in de onze (...) Ik herinner me niet in een andere stad een gelijkaardige instelling ontmoet te hebben, zo lofwaardig en een beroemder genootschap voor de zang op maat'. De minderbroeder Hendrik Jonghen van zijn kant, auteur van het Marianum Hasseletum, verwijst met de evangelische woorden 'Arbor bonus fructus bonos facit' (een goede boom brengt goede vruchten voort) naar Herman Van der Ryst en zijn zoon, de pastoor van het Begijnhof.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...